E090262
Laatste revisie: 13-02-2012

E090262 - Kaderbesluit tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584/JBZ, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783/JBZ, Kaderbesluit 2008/.../JBZ en Kaderbesluit 2008/…/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces (initiatief van Slovenië, Frankrijk, Tsjechië, Zweden, Slowakije, Verenigd Koninkrijk en Duitsland)



Onderhavig lidstaatinitiatief beoogt een viertal bestaande kaderbesluiten te wijzigen, om zo te bewerkstelligen dat de regels omtrent verstekvonnissen gelijk worden getrokken. De rechtszekerheid van en -kenbaarheid voor de burger worden hiermee groter.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

Nationaal

De Eerste Kamer heeft het voorstel Implementatie kaderbesluit verstekbeslissingen op 10 mei 2011 als hamerstuk afgedaan.

Europees

Kaderbesluit 2009/299/JBZPDF-document werd op 26 februari 2009 aangenomen door de Raad en gepubliceerd in Pb EU L81 d.d. 27 maart 2009.


Kerngegevens

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwante dossiers


Implementatie

Het kaderbesluit diende voor 28 maart 2011 geïmplementeerd te zijn. Op 28 oktober 2009 werd aan de Tweede Kamer een Wijziging van de Overleveringswet, de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008 en het Wetboek van strafvordering aangeboden ter implementatie van kaderbesluit 2009/299/JBZPDF-document (zie kamerstukken in de serie 32.188). De Eerste Kamer heeft het voorstel Implementatie kaderbesluit verstekbeslissingen op 10 mei 2011 als hamerstuk afgedaan. 

Bron: Kwartaaloverzicht omzetting EG-richtlijnen, stand per 1 januari 2012.


Behandeling Eerste Kamer

Op 18 respectievelijk 21 november 2008 ontving de Eerste Kamer middels de (aanvullende) geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 27 en 28 november het verzoek om instemming te verlenen met onderhavig dossier. Hierover is met de regering per brief nader van gedachte gewisseld (kamerstuk 23490, EK). Op 27 januari 2009 heeft de Eerste kamer instemming verleend.

Op 2 december 2008 heeft de commissie voor de JBZ-raad een brief met aanvullende vragen over het ontwerpkaderbesluit verstuurd, welke op 13 januari 2009 zijn beantwoord. De commissie voor de JBZ-Raad heeft de antwoorden op 20 januari 2009 voor kennisgeving aangenomen.

Op 25 november 2008 heeft de commissie enkele inhoudelijke opmerkingen aan de regering voorgelegd.

Op 3 juni 2008 heeft de Eerste Kamer instemming onthouden op formele gronden.

Op 8 april 2008 heeft de Eerste Kamer instemming onthouden op formele gronden.


Behandeling Tweede Kamer

Op 24 januari 2008 is het ontwerpkaderbesluit in een algemeen overleg in de Tweede Kamer ter voorbereiding op de informele JBZ-Raad ter sprake gekomen.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Lidstaatinitiatief JAI(2008)2PDF-document (inclusief toelichtingPDF-document) van een zevental lidstaten behelst een wijziging van vier bestaande kaderbesluiten over het Europees aanhoudingsbevel, de wederzijdse erkenning van geldelijke sancties, de wederzijdse erkenning van confiscaties en de wederzijdse erkenning van vrijheidsbenemende straffen. In alle vier deze kaderbesluiten is een weigeringsgrond opgenomen voor de wederzijdse erkenning in het geval het te erkennen vonnis bij verstek is gewezen. In elk van de kaderbesluiten is echter een andere regeling opgenomen. Hierdoor bestaat het risico op rechtsonzekerheid voor de burger. Slovenië c.s. heeft daarom een voorstel ingediend de bepalingen in de vier kaderbesluiten gelijk te trekken. Ook de praktische uitvoering van wetgevingsbesluiten en een effectieve grensoverschrijdende samenwerking worden hierdoor bevorderd.

De nieuwe, uniforme regeling voert in alle vier de kaderbesluiten een weigeringsgrond in voor het erkennen van een beslissing, die gekoppeld is aan het recht op een nieuw proces binnen een nog te bepalen minimumtermijn. In beginsel dient het recht op een nieuw proces te bestaan voordat het verzoek om tenuitvoerlegging van een verstekvonnis naar een andere lidstaat wordt gezonden. Specifiek ten aanzien van het Europees aanhoudingsbevel geldt dat het recht op een nieuw proces kan ontstaan voordat het bevel is uitgevaardigd of nadat de uitlevering heeft plaatsgevonden.


Behandeling Raad

JBZ-Raad 26 en 27 februari 2009 (agendapunt 2c)

Tijdens de bijeenkomst van de Raad van 5 en 6 juni jl. heeft de Raad politieke overeenstemming bereikt over het voorstel voor een kaderbesluit inzake verstekvonnissen. Het ontwerp-kaderbesluit ligt ter formele goedkeuring voor aan de Raad.

JBZ-Raad 27 en 28 november 2008 (agendapunt 2u)

Het Franse voorzitterschap heeft onderhavig dossier geagendeerd voor formele goedkeuring, nadat eerder dit jaar een politiek akkoord was bereikt.

JBZ-Raad 5/6 juni 2008 (agendapunt B13)

De Raad bereikte overeenstemming over een algemene benadering van het voorstel. Het dossier werd doorgeleid naar de betreffende Raadswerkgroep voor de opstelling van het formulier voor de uitvoering van het kaderbesluit.

Uit de geannoteerde agenda:

De onderhandelingen over dit kaderbesluit worden voortgezet en inmiddels zijn de kwesties rond Spanje en Portugal opgelost. Deze bleken te berusten op misverstanden. Wat betreft Italië zal de nieuwe Italiaanse regering zich een oordeel over het kaderbesluit moeten vormen. Dat is nog niet gebeurd.

JBZ-Raad 18 april 2008 (agendapunt B7)

De Raad slaagde er niet in om politieke overeenstemming te bereiken over het voorstel voor een kaderbesluit inzake verstekvonnissen. Drie lidstaten, waaronder Nederland, konden niet instemmen met de voorliggende tekst. Minister Hirsch Ballin stelde dat, hoewel er goede voortgang is geboekt, we wel realistisch moeten zijn. Thans is het nog te vroeg voor een principe-akkoord. Minister Hirsch Ballin gaf aan nog twee punten nader te willen bespreken: toepassing van de volledige wederkerigheid in relatie tot Spanje en de formulering van overweging 6a. De voorzitter concludeerde dat het dossier voor oplossing van de nog resterende technische punten aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers zal worden voorgelegd.

Uit de geannoteerde agenda:

Het kaderbesluit strekt er toe de bepalingen in een aantal andere kaderbesluiten over de wijze waarop bij erkenning kan worden omgegaan met verstekvonnissen, te verhelderen en gelijk te trekken. Het voorzitterschap lijkt voornemens te zijn een paar aspecten daarvan voor te leggen aan de Raad. Thans is nog niet duidelijk om welke punten het zal gaan. In de aanvullende geannoteerde agenda zal hierop worden teruggekomen.

Informele JBZ-Raad van 24-26 januari 2008

De voorzitter leidde het onderwerp in met de stelling dat inconsistentie tussen de huidige instrumenten voor wederzijdse erkenning leidt tot onzekerheid over de procedurele rechten van burgers. Het thans voorgestelde kaderbesluit beoogt op het terrein van de verstekvonnissen deze inconsistenties weg te werken. Commissaris Frattini sloot zich hierbij aan en wees op het Europees Aanhoudingsbevel (EAB) waar in de peer evaluaties duidelijk naar voren komt dat er ook in de praktijk sprake is van inconsistenties, onder meer bij de al of niet erkenning van verstekvonissen. De Commissaris drong aan op een snelle afronding -nog voor de zomer- van het kaderbesluit. Hij waarschuwde dat de kaderbesluiten, die door dit kaderbesluit worden gewijzigd, moeizame compromissen waren en dat deze niet op andere punten dan het element verstekvonnissen mogen worden opengebroken.

De indieners van het voorstel (FR, ZWE, TSJ, SLOW, VK, DUI) steunden Commissaris Frattini's stelling dat dit kaderbesluit nog tijdens het Sloveense voorzitterschap dient te worden afgerond en dat dit voorstel geen harmonisatie inhoudt, maar verbetering van praktische samenwerking en wederzijds vertrouwen. De meeste lidstaten lieten zich onverdeeld positief uit over het voorstel.

Slechts enkele ministers kwamen met kanttekeningen c.q. kritische noten. Staatssecretaris Albayrak gaf aan het voorstel te steunen, maar stelde dat ervoor gewaakt moet worden dat door de verregaande mate van detaillering onbedoelde harmoniserende effecten optreden. De tekst leent zich derhalve voor vereenvoudiging. Andere ministers gaven aan dat er wellicht meer tijd nodig is voor bestudering van dit dossier en om oplossingen te zoeken voor technische problemen bij de aanpassing van de verschillende kaderbesluiten.

In de databank Prelex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van JAI(2008)2 weergegeven.


Behandeling Europees Parlement


Alle bronnen