E100043
  ruit icoon
Laatste revisie: 07-11-2014

E100043 - Voorstel voor een richtlijn betreffende het recht op informatie in strafprocedures



Dit voorstel voor een richtlijn moet gerechtelijke dwalingen helpen voorkomen en het aantal beroepszaken beperken. Als het voorstel wordt goedgekeurd zal de vervolgende autoriteit moeten waarborgen dat verdachten op hun rechten worden gewezen. Wordt iemand gearresteerd, dan zal hem deze informatie schriftelijk worden meegedeeld in eenvoudige, alledaagse taal. Bij arrestatie moet de verdachte deze zogenoemde verklaring van rechten altijd worden voorgelegd, of hij er nu om vraagt of niet. Zo nodig ontvangt hij de informatie in vertaling.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

nationaal

De commissie Justitie en JBZ nam het voorstel op 28 september 2010 voor kennisgeving aan.

Europees

Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 26 en 27 april 2012 is het richtlijnvoorstel betreffende het recht op informatie in strafprocedures aangenomen door de Raad.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2010)392PDF-document, d.d. 20 juli 2010

rechtsgrondslag

VwEU artikel 82 lid 2

commissies Eerste Kamer

verwante dossiers


Implementatie

Richtlijn 2012/13/EUPDF-document is op 22 mei 2012 ondertekend door de Raad en het Europees Parlement en op 1 juni 2012 gepubliceerd in Pb EU L142. De richtlijn diende voor 2 juni 2014 geïmplementeerd te zijn. 

De richtlijn is geïmplementeerd middels een Wet tot implementatie richtlijn recht op informatie in stafprocedures die op 28 oktober 2014 werd aangenomen door de Eerste Kamer (zie kamerstukken in de serie 33.871). De fractie van de PVV is daarbij aantekening verleend.

Bron: Kwartaaloverzicht omzetting EG-Richtlijnen, stand per 1 oktober 2014.


Behandeling Eerste Kamer

Op 14 september 2010 hebben de commissie Justitie en JBZ besloten het voorstel in behandeling te nemen. Van de mogelijkheid om inbreng te leveren voor overleg met de regering en/of Europese Commissie werd op 28 september 2010 geen gebruik gemaakt en het voorstel werd voor kennisgeving aangenomen.


Behandeling Tweede Kamer


Standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse regering staat in zijn algemeenheid positief tegenover het voorstel. Het voorstel kan bijdragen aan het bevorderen van een gelijkwaardig niveau van rechtsbescherming van verdachten in de EU en daarmee aan het vergroten van het vertrouwen van de lidstaten in elkaar strafrechtspleging.

Het sluit aan bij een reeds in Nederland in gang gezette ontwikkeling om de verdachte door middel van een folder schriftelijk te informeren over het recht een raadsman te consulteren alvorens door de politie te worden gehoord. De tekst van het voorstel verdient op een aantal punten nadere verduidelijking of aanscherping. Zo zou naar het oordeel van Nederland in artikel 3 duidelijker moeten worden aangegeven vanaf welk moment de informatieplicht ingaat. Dit is van belang met het oog op de uitvoerbaarheid van de regeling. Ook zou verduidelijkt moeten worden dat de plicht informatie te verstrekken over bepaalde rechten geen impliciete regeling inhoudt van de omvang van de desbetreffende rechten.

Naar het oordeel van Nederland dienen de specifieke bepalingen die betrekking hebben op minderjarige verdachten niet in de onderhavige richtlijn te worden opgenomen. In de routekaart inzake procedurele rechten is een afzonderlijke maatregel aangekondigd inzake de rechten van kwetsbare verdachten (maatregel E). Bepalingen die betrekking hebben op minderjarige verdachten horen in die maatregel thuis.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Onderhavig voorstel voor een richtlijn bevat gemeenschappelijke minimumnormen betreffende het recht van verdachten op informatie over hun rechten en over de tenlastelegging in strafprocedures. De voorgestelde richtlijn is de tweede stap in een reeks van maatregelen die zijn vervat in de routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten die de Raad op 30 november 2009 heeft aangenomen. De eerste stap was het voorstel voor een richtlijn betreffende het recht op tolk- en vertaaldiensten (dossiers E100011a en E100011b). Op grond van de richtlijn dienen lidstaten te waarborgen dat iedere verdachte van een strafbaar feit onverwijld in eenvoudige en toegankelijke bewoordingen mondeling of schriftelijk wordt geïnformeerd over zijn procedurele rechten, te weten in elk geval het recht op toegang tot een advocaat, het recht op informatie over de tenlastelegging (en eventueel het procesdossier), het recht op tolk- en vertaaldiensten en het recht om na aanhouding onverwijld voor een rechter te mogen verschijnen. Een kernbepaling van de voorgestelde richtlijn is dat eenieder die is aangehouden onverwijld schriftelijke informatie over zijn procedurele rechten dient te ontvangen, de zogenaamde 'verklaring van rechten'.

Lees meer: Uitgebreide samenvattingPDF-document

20 juli 2010 heeft de Europese Commissie frequently asked questions  (FAQs) gepubliceerd over dit COM voorstel. In de annex is een landenoverzicht te vinden met informatie over de wijzen waarop de verschillende EU-lidstaten momenteel verdachten inlichten over hun procesrechten. 


Behandeling Raad

Tijdens de Landbouw- en Visserijraad van 26 en 27 april 2012 is het richtlijnvoorstel betreffende het recht op informatie in strafprocedures aangenomen door de Raad.

JBZ-Raad 22 en 23 september 2011 (agendapunt 9)

Het Voorzitterschap zal informatie verstrekken over de stand van zaken van de behandeling van het voorstel door het Europees Parlement. Het Europees Parlement hecht zeer aan het versterken van de rechten van verdachten en heeft een aantal ontwerp-amendementen voorgesteld die verder gaan dan de tekst waarover in de Raad van 2-3 december jl. een algemene oriëntatie is bereikt. De onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement (trilogen) over de concept-amendementen zijn nog gaande. Het Voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad verslag doen van de stand van zaken.

JBZ-Raad 11-12 april 2011 (agendapunt 9)

Het Voorzitterschap zal informatie verstrekken over de stand van zaken van de behandeling van het voorstel door het Europees Parlement. Het EP hecht zeer aan het versterken van de rechten van verdachten en heeft inmiddels een aantal ontwerp-amendementen voorgesteld die verder gaan dan de tekst waarover in de Raad van 2–3 december 2010 een algemene oriëntatie is bereikt. Daaronder valt onder andere het amendement de bijlagen bindend voor te schrijven. Op 17 maart jongstleden heeft de stemming plaatsgevonden over de ingediende ontwerpamendementen. De triloog heeft plaatsgevonden op 5 april 2011.

Dit onderwerp is uiteindelijk niet besproken tijdens de JBZ-Raad van 11-12 april 2011.

JBZ-Raad 24 en 25 februari 2011 (agendapunt 5)

Het voorzitterschap zal de Raad naar verwachting informeren over de stand van de behandeling van het voorstel. Naar de huidige stand van zaken wordt geen inhoudelijke discussie verwacht.

De Raad heeft reeds in december 2010 een algemene oriëntatie hierover bereikt en waarschijnlijk zullen in maart 2011 de onderhandelingen met het Europees Parlement worden geopend. Het Hongaarse Voorzitterschap hoopt nog in juni 2011 een akkoord met het EP te bereiken, zodat deze richtlijn spoedig vastgesteld kan worden.

JBZ-Raad 2 en 3 december 2010 (agendapunt 8)

Het Voorzitterschap beoogt tijdens deze bijeenkomst van de Raad een politiek akkoord te bereiken over de tekst van het voorstel. Aangezien de onderhandelingen nog gaande zijn, is op dit moment nog niet duidelijk of dit streven ook haalbaar is.

De inzet van het kabinet is erop gericht zoveel mogelijk aan te sluiten bij de rechten zoals verankerd in het EVRM en nader uitgewerkt in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarnaast zet het kabinet in op een tekst die praktisch goed uitvoerbaar is en waarin onnodige administratieve lasten worden voorkomen.

De Raad bereikte een algemene oriëntatie, zodat deze richtlijn naar het EP kan worden verzonden. Het  voorzitterschap hoopt op overeenstemming in eerste lezing.

JBZ-Raad 8 en 9 november 2010 (agendapunt 9)

Het Voorzitterschap wil een oriënterend debat houden over voorstel voor een richtlijn inzake het recht op informatie in strafprocedures. Het realiseren van een minimumniveau in de EU van rechten van verdachten kan bovendien bijdragen aan het vergemakkelijken en versnellen van de strafrechtelijke samenwerking bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Voor die versnelde samenwerking is het immers van belang dat de autoriteiten er over en weer op kunnen vertrouwen dat de minimumvereisten voor een eerlijk proces in acht worden genomen.

Het onderhavige voorstel stelt minimumregels met betrekking tot het recht van de verdachte geïnformeerd te worden over bepaalde strafprocessuele rechten die hem toekomen en over de zaak die tegen hem loopt. Op dit moment is nog niet duidelijk welke vragen aan de JBZ-Raad zullen worden voorgelegd.

Het Voorzitterschap lichtte toe dat wordt toegewerkt naar een politiek akkoord op de JBZ-Raad op 2-3 december 2010.

JBZ-Raad 7-8 oktober 1010 (agendapunt 8)

De Eurocommissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap heeft het voorstel gepresenteerd tijdens de Raad. Het is de tweede maatregel zoals aangekondigd in de routekaart inzake procedurele rechten van verdachten. De richtlijn inzake het recht op vertolking en vertaling (E100011b) is de eerste maatregel uit de routekaart. In de eerste helft van 2011 zullen de volgende twee voorstellen uit de routekaart worden gepresenteerd. Het voorstel dat thans voorligt, beoogt minimumregels vast te stellen met betrekking tot de rechten van een verdachte geïnformeerd te worden over een aantal essentiële strafprocessuele rechten die hem toekomen.

Minister Hirsch Ballin wees tijdens zijn interventie op het grote belang van procedurele rechten en sprak de Nederlandse steun op hoofdlijnen uit voor het voorstel. Uit de interventies van verschillende lidstaten bleek dat het voorstel door alle lidstaten op hoofdlijnen wordt gesteund, maar dat het op onderdelen nog verbetering behoeft. Het gaat dan met name over de gekozen terminologie, het opnemen van het zwijgrecht in de richtlijn, de toegang tot de processtukken en de financiële gevolgen van het voorstel. Het Verenigd Koninkrijk gaf aan nog niet te kunnen aangeven of het gebruik zal maken van een opt in, aangezien het parlementair voorbehoud nog van kracht is. Ierland zal wel gebruik maken van zijn opt in mogelijkheid.

Zowel de Voorzitter als Commissaris Reding spraken de verwachting uit dat tijdens de Raad in december a.s. overgegaan kan worden tot besluitvorming over het voorstel.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen