Plenair Van Boxtel bij behandeling Verslag tijdelijke commissie GRECO-rapport



Verslag van de vergadering van 17 juni 2014 (2013/2014 nr. 34)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 14.40 uur


De heer Van Boxtel (D66):

Voorzitter. Mag ik beginnen met het danken van de tijdelijke commissie voor het werk dat zij heeft verricht in het kader van het door GRECO opgestelde evaluatierapport over de preventie van corruptie onder parlementariërs, rechters en leden van het Openbaar Ministerie in Nederland.

Het gaat vanmiddag over het systeem voor bewaking van de integriteit van parlementariërs, met name van de Eerste Kamer. Dat is een belangrijke aangelegenheid. Mijn fractie is het eens met de constatering van de commissie dat GRECO positieve bevindingen heeft gedaan over de effectiviteit van ons systeem. Maar mijn fractie kan zich ook vinden in een aantal van de aanbevelingen uit het GRECO-rapport om deze effectiviteit verder te vergroten en het integriteitsbewustzijn te verhogen. Dan heb ik het met name over de aanbevelingen van GRECO in het kader van belangenconflicten, het openbaar maken van nevenfuncties en de aanbevelingen op het punt van awareness. Mijn fractie is ook content met de terechte en relevante aanbevelingen van de commissie op deze punten en met de gedane voorstellen voor toe te voegen bepalingen aan het Reglement van Orde van de Eerste Kamer.

Wanneer we het hebben over integriteit en integer handelen door Kamerleden is mijn fractie, met de commissie, van mening dat het vooral een kwestie is van een juiste houding en mentaliteit van ons allemaal. De primaire verantwoordelijkheid met betrekking tot het omvangrijke begrip "integriteit" ligt bij de individuele senatoren en daarna uiteraard bij de fracties en politieke partijen, die controlerend én handhavend kunnen optreden bij niet-integer handelen van Kamerleden. Mijn fractie is het met de commissie eens dat deze individuele verantwoordelijkheid van de leden met zich meebrengt dat zij zich daadwerkelijk openstellen om aangesproken te worden op hun optreden. Wij als D66-fractie zien de eigen verantwoordelijkheid van de Kamerleden, alsook de fracties en partijen, als dé kern van de parlementaire democratie. Integriteit moet ingebouwd zijn in onze democratische systematiek. Het is niet iets dat slechts kan worden afgedwongen door regels en instituties. Het verantwoordingsproces naar de kiezer toe zien wij als fundamentele waarborg voor het behoud van de integriteit van het politieke proces in ons land.

Los van het feit dat voorbeeldig en betrouwbaar handelen, het hebben van moreel besef en een juiste houding en mentaliteit niet altijd is vast te leggen in formele regels, zou een teveel aan regels juist ook de suggestie kunnen wekken dat we niet kunnen of willen vertrouwen op de eigen verantwoordelijkheid van leden, fracties en partijen. Ons systeem voor de bewaking van integriteit en voor de preventie van corruptie onder volksvertegenwoordigers is juist gebouwd op dat wederzijds vertrouwen. Dat zien wij als een groot goed. Formalisering in integriteitsregels alleen is in onze ogen geen alomvattende waarborg voor de bewaking van integriteit van parlementariërs. Het kan uiteraard wel een toetssteen zijn. Daarbij kan ook het grondwettelijk vastgelegde vrije mandaat van Kamerleden als een waarborg werken voor integer handelen, zoals de commissie eveneens heeft opgemerkt in haar verslag. Mijn fractie dicht, wanneer we spreken over de systematiek van toezicht en handhaving van integriteitskwesties, aan deze beide kaders een groot belang toe.

Dat gezegd hebbende ziet mijn fractie het GRECO-rapport en het verslag van de tijdelijke commissie als een gelegenheid om te reflecteren over ons interne integriteitsbeleid en integriteitsbewustzijn. Wij zullen als D66-fractie de aanbevelingen van de commissie uiteraard opvolgen en in eigen kring onze afspraken en spelregels over nevenfuncties en woordvoerderschappen in de komende tijd weer opnieuw formuleren en publiceren. Landelijk is ook mijn partij met het thema integriteit bezig en wordt er een richtsnoer opgesteld voor al onze vertegenwoordigers op verschillende niveaus.

Ook wil ik graag kort iets zeggen over de nevenfuncties. Zoals de commissie heeft opgemerkt, is het Eerste Kamerlidmaatschap zélf in de meeste gevallen een nevenfunctie. Dat is immers de kern van het Eerste Kamerlidmaatschap zoals we dat in het Nederlandse bestel kennen. Wij zijn geen fulltime politici. Veel Kamerleden hebben een betaalde hoofdfunctie. Voorwaarde is dat er absolute transparantie bestaat over de hoofd- en nevenfuncties die elk lid vervult. Elke fractie en elke partij zal daarbij zelf moeten afwegen of, en in hoeverre, deze maatschappelijke functies verenigbaar zijn met bepaalde woordvoerderschappen in de Kamer. Mijn fractie gaat daarbij uit van vertrouwen in onze eigen mensen en hun vaardigheid om belangen uit elkaar te houden en weg te blijven bij vermenging van functies of de schijn ervan. Oud-voorzitter van de Tweede Kamer Anne Vondeling schreef hierover al decennia geleden het prachtige boekje "Schijn des Kwaads". Vondeling vond overigens toen al extra regels overbodig.

Ten slotte heb ik nog een vraag aan de tijdelijke commissie. Het is belangrijk dat zaken zoals het actualiseren van nevenfuncties, het organiseren van introductiebijeenkomsten over integriteit en het bijwerken van het Reglement van Orde daadwerkelijk opgepakt worden. Is de commissie van mening dat haar taak er nu op zit of wil de commissie betrokken blijven bij de naleving van de gedane aanbevelingen, bijvoorbeeld in de vorm van toezicht op de voortgang ervan? Wat zijn in de ogen van de commissie nu de eerste vervolgstappen en binnen welke tijdsspanne ziet de commissie het een en ander bij voorkeur gebeuren? Graag een reactie daarop.

Voorzitter. Ik rond af. Mijn fractie neemt de aanbevelingen van de commissie ter harte en zal, ook in de toekomst, altijd blijven waken voor de integriteit van haar leden. Ik dank de tijdelijke commissie nogmaals voor haar werkzaamheden.