T02857

Toezegging De Kamer informeren over inrichting systematische monitoring (34.986)



De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de Kamer een integraal inzicht aan te bieden met betrekking tot de systematische aanpak van de monitoring. Jaarlijks komt er een brief over de monitoringsresultaten.


Kerngegevens

Nummer T02857
Status openstaand
Datum toezegging 28 januari 2020
Deadline 1 maart 2022
Voormalige Verantwoordelijke(n) Minister voor Milieu en Wonen
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Kamerleden Drs. T. Klip-Martin (VVD)
Prof.dr. M.J. Verkerk (ChristenUnie)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen evaluaties
Invoeringswet Omgevingswet
monitoring
Omgevingswet
Kamerstukken Invoeringswet Omgevingswet (34.986)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 17, item 3, blz. 33

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

(…)

Aan de andere kant — ik zei er net al wat over — bepleit de onafhankelijk Integrale Adviescommissie Omgevingswet een open houding en het niet bij de eerste de beste casus in de regelreflex schieten. Zij beveelt stellig aan het nieuwe systeem een kans te gunnen, waar het maken en leren van fouten bij hoort. Anders zijn we immers over een paar jaar terug bij af. Maar hoe wordt dit laatste punt goed gewaarborgd? Met andere woorden: hoe ziet de regering het op overzichtelijke wijze vormgeven en combineren en soms implementeren van al deze veelsoortige monitoringsresultaten zonder in de genoemde regelreflex te schieten, waardoor de essentie van het nieuwe omgevingsrechtstelsel juist verloren gaat?

Mede in dat kader bepleit de onafhankelijke Integrale Adviescommissie Omgevingswet de benoeming van een externe commissie of een commissaris die adviseert over het bewaken van de kaders, doelstellingen en kerninstrumenten. De minister geeft aan hierover met collega's in gesprek te gaan; ik zei dat ook al eerder. Wanneer verwacht de minister hier een reactie op te kunnen geven? Anders geformuleerd: hoe gaat de regering het behoud van de kaders, kerninstrumenten en doelstellingen borgen?

Voorzitter. De leden van mijn fractie zijn ook op dit punt geïnteresseerd in de bedachte systematiek. Dat wil zeggen: in de systemische benadering van de implementatie van verbeteringen, wijzigingen et cetera in combinatie met het overeind houden van de filosofie van de Omgevingswet. Kan de minister toezeggen een implementatiesystematiek met betrekking tot de verschillende monitoringsresultaten aan de Kamer voor te leggen?

Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 3, blz. 17

De heer Verkerk (ChristenUnie):

(…)

Voorzitter. De fractie brengt dit punt niet in om te tornen aan doelstellingen of om te tornen aan planning — in ieder geval niet op dit moment — maar om te benadrukken hoe belangrijk het is dat de minister de cultuurverandering volgt en faciliteert. Daarom sluit de fractie ook aan bij de bijdrage van collega Klip van de VVD en wat zij gezegd heeft rond het implementeren van lessons learned en niet in de verkeerde reflex schieten.

Handelingen I 2019-2020, nr. 18, item 6, blz. 9-10

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Rietkerk. Namens de VVD-fractie dank ook ik de minister voor haar toezegging om een commissie van deskundigen in te stellen, die neutraal en onafhankelijk zal kijken naar al het monitoren en evalueren. De VVD-fractie had daar een vraag aan gekoppeld. U zegt wel in een bijzin: natuurlijk moeten we niet in een regelreflex schieten. Het vlees is echter zwak. We zijn allemaal geneigd als er zich een probleem voordoet om dan heel snel naar een oplossing te springen. Ik heb dus namens mijn fractie die vraag gesteld. Ik begrijp best dat dat niet gedetailleerd tot achter de komma kan. Er zijn echter zoveel verschillend soortige gegevens, die iedere keer ook op verschillende tijdstippen naar voren zullen komen, doordat er twee-, drie-, vier- en vijfjaarlijkse cycli zijn. Kan de minister toch toezeggen dat er een systematiek komt hoe we omgaan met al die verschillend soortige gegevens? Nogmaals, we kennen allemaal dat opstapelen en de neiging om een probleem heel snel op te lossen, terwijl je daarmee waarschijnlijk weer problemen voor de toekomst creëert. Ik krijg dus toch graag een toezegging van de minister dat daar enige vorm van systemisch denken aan gekoppeld wordt.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dat doe ik graag. Ik herken het risico dat mevrouw Klip schets. Ik denk dat ik hier twee dingen op kan toezeggen. Dat is dat we ook bij de evaluatie zullen vragen of de onafhankelijke commissie ingaat op wat zij ziet van het risico regelreflex. Hoe beoordelen ze dat? Zoals we ook kijken naar de balans tussen beschermen en benutten, denk ik dat dit ook een aspect is dat we expliciet zouden kunnen voorleggen aan de commissie om rekening mee te houden. Daarnaast denk ik dat het goed is dat we aan de Kamer laten zien hoe we met elkaar een systematische monitoring inrichten en dat er geen overlap is en dat duidelijk is voor iedereen. Het lijkt me goed om de Kamer integraal inzicht te bieden in de systematische aanpak van die monitoring.

Mevrouw Klip-Martin (VVD): Ik dank de minister voor de toezegging. Ik bedoel echter niet alleen het systematisch monitoren, maar met name wat we daar dan vervolgens mee doen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Uiteraard.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik bedoel ook dat wat we er vervolgens mee doen een beredeneerde gang van zaken is.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Zeker. Het is goed om de samenhangt of de monitoring ook daadwerkelijk goed benut wordt in de beleidscyclus, waarvan de adviescommissie nu zegt dat het mooi is dat het juist daarvoor is vormgegeven, te laten bekijken.


Brondocumenten


Historie