Behandeling Novelle Belastingplan 2021



Verslag van de vergadering van 14 december 2020 (2020/2021 nr. 15)

Aanvang: 21.09 uur

Status: gecorrigeerd


Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van het Belastingplan 2021 (35659).

De voorzitter:

Thans is aan de orde de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van het Belastingplan 2021 op stuk nr. 35659. Ik heet de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst van harte welkom in de Eerste Kamer.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Vendrik.


De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Vorige week hadden we een omvangrijk debat met deze staatssecretaris over een hele serie wetsvoorstellen, waaronder het Belastingplan 2021. Daarbij hebben we uitvoerig stilgestaan bij nut, noodzaak, opportuniteit, doelmatigheid en doeltreffendheid van de BIK, de grote subsidie die het kabinet introduceert voor investeringen en lastenverlichting voor het bedrijfsleven voor de komende twee jaar. De fractie van GroenLinks heeft dit alles betwist. Ik heb in het debat naar voren gebracht dat deze BIK niet getoetst wordt op de vraag of ze bijdraagt aan de duurzame transitie. Ook dat is namelijk voor mijn fractie een groot bezwaar.

Voorzitter. Dat was vorige week. Vanavond beperken we het debat wat mijn fractie betreft tot wat de novelle die de staatssecretaris naar de Eerste Kamer heeft gebracht nu eigenlijk behelst. Nou is mijn fractie van de gedachte dat novelles meestal ingediend worden door bewindslieden naar aanleiding van twee voorvallen. Eén. Er is een technische fout gemaakt. Dat kan gebeuren. Twee. Er is een toezegging aan de Eerste Kamer in het kader van de behandeling van een wetsvoorstel. Die behandeling heeft het kabinet er uiteindelijk in de politieke verhoudingen tussen Eerste Kamer en kabinet toe gebracht om een toezegging te doen, die vervolgens in de wetstekst een plek moet krijgen.

Voorzitter. Voor zover mijn fractie heeft kunnen nagaan, hebben we vanavond met een nieuwe figuur te maken, namelijk een staatssecretaris, een kabinet, dat zijn huiswerk eigenlijk niet op orde heeft. Er moet een toets worden gevraagd op een onderdeel van het wetsvoorstel bij de Europese Commissie en het kabinet gaat dat nu alsnog per novelle regelen. Voorzitter, dan gaan natuurlijk alle alarmbellen over ordentelijke wetgevingsprocessen, over uitvoerbaarheid en over rechtsstatelijkheid aan! Ik vraag de staatssecretaris om daar toch eens even op te reflecteren. Wat gebeurt hier nu eigenlijk en is dit nou eigenlijk wel een verstandige manier om dit om één minuut voor twaalf nog even gauw, gauw te repareren?

Voorzitter. Mijn tweede punt is: waarvoor gaat de staatssecretaris naar de Europese Commissie? Ook dat punt is vorige week al even voorbijgekomen. Het is ook gewisseld in de Tweede Kamer, maar ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris dat hier nog even goed uiteenzet, want ook de Raad van State had daar opmerkingen over. Het was de RvS in ieder geval in eerste lezing van het oorspronkelijke wetsvoorstel niet duidelijk waarom de staatssecretaris met de BIK naar de Europese Commissie gaat. Gaat het over de BIK als totaliteit of alleen over de fiscale eenheid? Als ik het goed begrijp, ook de antwoorden van de staatssecretaris vorige week in het debat hier, dan kan de Europese Commissie eigenlijk een oordeel geven over de hele BIK, maar gaat het om de fiscale eenheid. Maar het oordeel gaat dus over de hele faciliteit, waarvan de staatssecretaris zou suggereren — graag opheldering of ik dat goed heb begrepen — dat de Europese Commissie nut en noodzaak en de algemene lijn van deze faciliteit waarschijnlijk wel gaat goedkeuren. Daarmee wordt vooruitgelopen op een oordeel, waarvoor je toch echt even je huiswerk moet doen en waarvoor je moet wachten. Kortom, nog een keer de vraag waarvoor gaat het kabinet naar de Europese Commissie.

Voorzitter. Het roept ook de vraag op — voor zover ik kon nagaan, is die nog niet gesteld in de parlementaire behandeling van deze novelle — of het mogelijk is dat deze faciliteit betwist wordt bij het Europees Hof en dat via die route een belastingplichtige een aanspraak kan doen op de faciliteit en dat bijvoorbeeld de beperking van de verrekening via de fiscale eenheid, die het kabinet beoogt, niet wordt geaccepteerd door het Hof. Aangezien er dan sprake is van gelijke behandeling van kapitaal zou een buitenlandse belastingplichtige er misschien ook gebruik van kunnen maken, iets wat het kabinet absoluut niet wil. Bestaat dat risico ook? Wordt daarop getoetst? Weten we dat? Is het wetsvoorstel, is de BIK, in dat opzicht ook houdbaar?

Voorzitter, tot slot. Mocht het zo zijn dat de Europese Commissie tot het oordeel komt dat de beperking ten aanzien van het gebruikmaken van de route van de fiscale eenheid niet toelaatbaar is, dan gaan de percentages in het wetsvoorstel omhoog. Dan worden de vrijvallende middelen in één keer het raam uit gegooid en gegeven aan ondernemers die daar niet op gerekend hebben. Ook dat punt is in de Tweede Kamer gewisseld, maar dat is natuurlijk volstrekt 100% deadweight loss. Ik snap niet waarom dat moet. Het zou toch veel logischer zijn — ik kijk ook naar de fractie van D66, in dit opzicht hoopvol — dat wanneer die besparing vrijvalt en dat deel van de BIK niet besteed mág worden op grond van het oordeel van de Europese Commissie, dat deel dan ten minste voor de transitie wordt ingezet? Dan gaan we toch niet subsidiëren daar waar daar evident geen enkele prikkel van uitgaat?

Voorzitter. Het belangrijkste punt in dit debat is wat mijn fractie betreft dat dit zo niet moet. Ik zou dan ook heel graag van de staatssecretaris willen horen: daar heeft de Eerste Kamer gelijk in en dat gaan we voortaan ook niet meer zo doen. Als het oordeel van de Europese Commissie noodzakelijk is om de houdbaarheid van wetgeving te beoordelen, dient dat tijdig te gebeuren.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Deze route verdient geen herhaling en ik hoor graag een toezegging van de staatssecretaris. Anders kom ik in tweede termijn met een motie.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Vendrik. Dan is het woord aan de heer Crone namens de fractie van de Partij van de Arbeid.


De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Dank, staatssecretaris, dat u hier bent gekomen. Ik heb vorige week in de eerste termijn al gezegd: er komt een novelle aan en het zou zomaar kunnen dat we een heropening nodig hebben deze week over hoe dat afloopt, hier en in de Tweede Kamer. Ik ga nu niet het debat heropenen over de vraag of de BIK wel of niet goed is, maar spreek over de invulling waar nu voor gekozen is en vooral over de cruciale wijziging waarvoor we Brussel moeten raadplegen. Kunnen we de fiscale eenheid schrappen of kan dat niet?

Dat is om een buitenlandlek te voorkomen. Zo is Omtzigt ermee begonnen. Bedrijven, aandeelhouders in het buitenland mogen toch geen voordeel hebben van onze subsidie? Logisch. En dat kun je voorkomen door het verbieden van een fiscale eenheid. Maar het is toch weer een haastklus geworden, want de eerste vraag blijft of de staatssecretaris al informatie uit Brussel heeft. Past het nog wel in de eenheidsmarkt dat wij dat onderscheid maken?

Maar het ziet ook niet alleen op buitenlandse aandeelhouders. Ook Nederlandse bedrijven mogen dan niet meer een fiscale eenheid gebruiken. Als dus een bedrijf zijn personeel in de ene bv heeft en de premiekorting daarom zou kunnen toepassen, kan die niet worden toegepast als ze ontleend is aan een andere dochter waar de bedrijven in zitten, de bedrijfsmiddelen in zitten. Dus twee bakkers naast elkaar. De een heeft een fiscale eenheid, dus de machines ondergebracht in de ene dochter en het personeel in de andere. Die kan geen gebruik meer maken van de BIK. De buurman — een andere bakker, die wel alles in één bv heeft — kan dat wel. Als ik het goed begrijp, is dat het geval. Dan zou ik aan de VVD willen vragen hoe die bakkers dat zullen vinden. Creëren we niet een nieuwe vorm van juridisch ongelijke behandeling en gaat dat niet leiden tot nieuwe processen?

Twee. De staatssecretaris heeft dat vorige week in de Tweede Kamer bevestigd: wacht nou even met het aanvragen van de BIK-subsidie, totdat ik weet of die fiscale eenheid nog wel mag, want anders heb je het voor niks gedaan. Dat bevestigt toch een beetje dat het allemaal wat ingewikkeld aan het worden is. Enerzijds is dat een beetje cynisch, want we wilden toch een mogelijkheid hebben om snel investeringen naar voren te halen. Maar nu zegt de staatssecretaris: vraagt u het niet te snel aan! De vraag aan hem is hoe hij dat heeft bedoeld.

Als mijn herinnering klopt, dan heb ik dus vier vragen. Allereerst is er sprake van ongelijke behandeling van gelijke productiebedrijven in Nederland, waarvan het ene wel en het andere niet in een fiscale eenheid zit, wat leidt tot nieuwe juridische procedures. Twee. Er komt een meevaller uit tevoorschijn als die fiscale eenheid niet mag, van twee keer 400 miljoen; een derde minder gebruik. Maar dat krijgen dan later die bedrijven. Die krijgen, zoals de staatssecretaris ook zei, een hogere uitkering, omdat het geld op moet, want dat heeft de VVD binnengehaald, 2 miljard. Dus krijgen die bedrijven dan een briefje: vergissing van de fiscus in uw voordeel, u krijgt meer subsidie dan u heeft aangevraagd. Dat is toch een beetje bizar.

Derde vraag. De heer Vendrik wees er al op: dat is natuurlijk honderd procent deadweight loss, want die bedrijven hadden al aangevraagd tegen het eerdere tarief en krijgen daarna een hoger tarief. Ik ben blij dat de staatssecretaris vorige week op mijn verzoek heeft toegezegd: er komt een brief na ommekomst van het besluit in Brussel en dan leg ik u uit wat Brussel wil en welke conclusies er zijn. Maar zo'n brief heeft natuurlijk alleen maar zin als u intussen ook wilt nadenken over wat nu de beste voortgang is. Dan zou ik zeggen: staat u ervoor open om die twee keer 400 miljoen eventueel anders in te zetten, voor andere regelingen, werkgeverspremies of wat dan ook? Want zo'n brief heeft natuurlijk niet zo veel zin als het alleen een herhaling is van wat u nu al vindt. Ik hoop dat u open-minded wilt zijn en dan de beste voortgang wilt kiezen om die twee keer 400 miljoen zo maximaal mogelijk in te zetten voor desnoods bbp-groei, werknemers- en werkgeversvoordelen, maar toch niet als deadweight loss toe te voegen aan dit dossier. Ik hoop op een positief antwoord en op een open mind. Anders kan de Kamer misschien een motie van mij in tweede termijn tegemoetzien.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Crone. Dan is het woord aan mevrouw Geerdink namens de fractie van de VVD.


Mevrouw Geerdink (VVD):

Voorzitter. Een korte bijdrage van mijn fractie ter ondersteuning van het instrument van de Baangerelateerde Investeringskorting. De BIK is voor de VVD een belangrijke crisismaatregel, bedoeld om investeringen aan te jagen en naar voren in de tijd te halen. Het gaat om investeringen in Nederland. De BIK is uitdrukkelijk niet bedoeld voor buitenlandse investeringen, vandaar de novelle. De BIK is genotificeerd bij de Europese Commissie, omdat er twijfels zijn gerezen of in de BIK-voorziening aansluiting bij de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting EU-rechtelijk houdbaar is. Dat is een verstandige stap, ook al had die wat eerder genomen kunnen worden. De voorwaarden voor de BIK en de voordelen van de BIK zijn voor de grootste groep ondernemers duidelijk. Ondernemers die investeren binnen een fiscale eenheid, waarbij de afdrachtvermindering plaatsvindt binnen dezelfde fiscale eenheid, verkrijgen zekerheid over de BIK zodra de Europese Commissie duidelijkheid heeft gegeven, naar verwachting 1 januari 2021. De BIK treedt voor deze ondernemers pas in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 op het moment dat goedkeuring is verkregen van de Europese Commissie. Voor alle andere ondernemers is die duidelijkheid er nu al.

De staatssecretaris heeft toegezegd te communiceren over de uitkomsten van de notificatie zodra die ontvangen is en hij informeert het parlement in elk geval eind januari 2021 over de stand van zaken op dat moment. Dan is er helderheid ten aanzien van de BIK-regeling met of zonder aansluiting bij de fiscale eenheid, waarbij tevens duidelijk zal worden welke bijbehorende percentages van toepassing zijn. Die staan namelijk gewoon in de memorie van antwoord. Wij hopen met de staatssecretaris op een zeer snelle behandeling door de Europese Commissie en wij begrijpen dat alles op alles is gezet om zo snel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen. Is dit de meest fraaie vorm van wetgeving? Nee. Helpt dit de investeringen in een economische crisis aanjagen? Ja. Daarover hebben we vorige week uitgebreid van gedachten gewisseld, bij de Algemene Financiële Beschouwingen en nu weer. Drie keer is scheepsrecht. Laten we geen tijd meer verliezen maar besluiten nemen, zodat ondernemers investeringen kunnen doen en erop kunnen vertrouwen dat ze een investeringsgerelateerde afdrachtvermindering kunnen claimen.

Mag ik hem afmaken?

De voorzitter:

Als meneer Vendrik akkoord is? Ja, meneer Vendrik is akkoord. Maakt u het af.

Mevrouw Geerdink (VVD):

Wij zijn ervan overtuigd dat duidelijke communicatie over de BIK ondernemers helpt om investeringsplannen om te zetten in investeringsbeslissingen in 2021 en 2022. Staatssecretaris, hoe en wanneer worden ondernemers geïnformeerd over de BIK de komende twee jaren?

Voorzitter, tot slot. Het doel van de BIK is het aanjagen van investeringen door mkb en grootbedrijf in Nederland. Dit is extra belangrijk nu de investeringen achterblijven vanwege de coronacrisis. Daarom heiligt volgens de VVD het doel de ingezette middelen.

Dank u wel.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Nou, dat is nogal wat voor de VVD, want vorige week heeft mevrouw Geerdink bij allerlei wetsvoorstellen, voor een deel terecht, grote aandacht gevraagd voor ordentelijkheid, uitvoerbaarheid en transparantie: snappen we met elkaar, dus kabinet en parlement, wat we hier aan het doen zijn? Maar als zij vindt dat het doel de middelen heiligt, zouden we dan ook kunnen zeggen: dit is eens maar nooit weer?

Mevrouw Geerdink (VVD):

Ik heb gezegd wat ik gezegd heb, namelijk dat dit geen fraaie vorm van wetgeving is. Ik denk dat ik daar ook alles wel mee heb gezegd. Kijk, dit is een crisismaatregel, en ik denk dat dat het onderscheid is waarlangs ik dit beoordeel. Het is hierbij net iets anders dan bij andere maatregelen, die jarenlang structureel bestaan. Dit is echt voor 2021 en 2022 en alle variabelen staan in de wetgeving zoals ik die gelezen heb.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Nou ja, het gaat om 2,2 miljard aan belastingeuro's die hardwerkende Nederlanders hebben opgebracht. Dan mag je van een beetje knap parlement verwachten, en ook van een stevige Eerste Kamer, dat het goed toeziet op de vraag hoe we dat geld weer tot besteding brengen in de economie. Moeten we hier toch niet nadrukkelijk gezamenlijk, ook als Eerste Kamer, nog even los van wat we nou precies inhoudelijk van die BIK vinden want daar kunnen we van mening over verschillen, even een punt maken tegenover het kabinet? Want deze route is gewoon niet zoals het hoort. Is mevrouw Geerdink het daarmee eens?

Mevrouw Geerdink (VVD):

Mevrouw Geerdink dankt u voor deze vraag. Mevrouw Geerdink heeft gezegd wat ze gezegd heeft, namelijk dat dit niet de fraaiste vorm van wetgeving is. En daar blijft mevrouw Geerdink bij.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb net al betoogd dat er een groot verschil gaat ontstaan, ook in Nederland zelf, tussen ondernemers. Ik noem twee bakkers. De ene heeft een fiscale eenheid en kan niks meer aftrekken van zijn werkgeverspremies. De andere, die alles in één bv heeft, wel. Kunt u dat uitleggen aan uw achterban?

Mevrouw Geerdink (VVD):

Ik denk dat we eerst even moeten afwachten wat de Europese Commissie zegt. Volgens mij is alles erop gericht om te zorgen dat ook de ondernemers in een fiscale eenheid hiervan gebruik kunnen gaan maken. En dan is dit onderscheid niet meer van toepassing.

De heer Crone (PvdA):

Maar dan zit er weer een …

De voorzitter:

De heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Excuus, voorzitter. Dan zit er weer een buitenlandlek in het systeem, want dan kun je in een fiscale eenheid niet meer onderscheiden wat de buitenlandse aandeelhouder is en wat niet.

Mevrouw Geerdink (VVD):

Laten we eerst even afwachten wat de Europese Commissie zegt. Als de Europese Commissie zegt "dit is onder deze voorwaarden de toepassing van deze regeling", dan zal daar een invulling aan gegeven worden die maakt dat ondernemers die willen investeren en die die investeringen naar voren halen of die op dit moment doen, die regeling kunnen benutten.

De heer Crone (PvdA):

Maar mevrouw Geerdink kan toch …

De voorzitter:

De heer Crone, derde.

De heer Crone (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Geerdink kan toch niet vluchten achter de rug van Brussel? Wij doen namelijk een voorstel aan Brussel. Het is óf een buitenlandlek dichten, maar dan komen die Nederlandse bakkers met elkaar in een probleem, óf dat lek niet dichten. Je moet kiezen.

Mevrouw Geerdink (VVD):

Ik denk niet dat ik moet kiezen. Ik denk dat ik eerst even wacht totdat de Europese Commissie haar oordeel heeft geveld. Dan gaan we verder praten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Geerdink. Dan is het woord aan de heer Essers van het CDA.


De heer Essers (CDA):

Voorzitter. We leven in onzekere tijden. Dat geldt ook voor het belastingrecht, zoals ook weer eens blijkt uit de onderhavige novelle. Ook bij fiscale wetgeving is het niet voldoende dat de regering en een meerderheid van de Staten-Generaal het eens zijn over een wetsvoorstel. Er zal ook rekening moeten worden gehouden met de gedragsrechtelijke en, zoals in dit geval, de EU-verplichtingen die Nederland heeft. Er kan maar beter van tevoren naar de EU-gevolgen worden gekeken, omdat correcties achteraf tot ongewenste gevolgen kunnen leiden. Vandaar dat het verstandig is dat de regering de BIK alsnog voorlegt aan de Europese Commissie, zij het dat het natuurlijk wel aan de late kant is.

In het onderhavige geval spelen twee EU-rechtelijke bepalingen een rol. De staatssteunbepalingen van artikel 107 en 108 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie én de bepaling inzake vrijheid van vestiging, artikel 49 van dat verdrag. In de behandeling van de novelle tot dusverre lopen deze bepalingen nogal eens door elkaar heen. Ik merkte dat ook in de bijdrage van collega Vendrik.

Allereerst de staatssteunprocedure. Aangezien het bij de BIK gaat om een nieuwe staatssteunregeling, moet deze sowieso worden aangemeld dan wel genotificeerd bij de Europese Commissie. Daarbij wordt de hele BIK-regeling beoordeeld. Aangezien het een crisismaatregel is die bovendien generiek van aard is, nemen wij aan dat de Europese Commissie aan deze regeling haar goedkeuring zal geven. Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan kan de BIK niet doorgaan. Mocht de regeling desalniettemin toch worden ingevoerd, dan moet het door de ondernemers genoten voordeel worden terugbetaald. Zoals gezegd kan die kans als erg laag worden ingeschat. Meestal stelt de Commissie nog een aantal extra voorwaarden waar we dan aan kunnen voldoen, maar in dit geval verwacht ik dat niet.

Dan de procedure rondom de eventuele strijdigheid met de vrijheid van vestiging. Dan gaat het wel om de beoordeling van die fiscale eenheid. Die kwestie speelt indien een fiscale eenheid de BIK aanvraagt. Dat de vrijheid van vestiging wordt belemmerd door de uitsluiting van buitenlandse vennootschappen van de fiscale eenheid, staat wel vast. Indien immers een van de fiscale eenheid deel uitmakende vennootschap naar het buitenland vertrekt, kan deze vennootschap geen aanspraak meer maken op de BIK, omdat in het buitenland gevestigde dochtervennootschappen geen deel mogen uitmaken van een Nederlandse fiscale eenheid. De vraag is of er een afdoende rechtvaardiging bestaat voor deze belemmering. Deze zou moeten worden gezocht in de coherentie van de BIK-regeling. De BIK-tegemoetkoming is als crisismaatregel bedoeld om binnenlandse investeringen naar voren te halen in de tijd en te stimuleren. Daarbij past niet dat investeringen in het buitenland een BIK krijgen. Dit is naar onze mening een zeer pleitbaar standpunt. Het is dan ook te hopen en te verwachten dat de Europese Commissie dat standpunt zal overnemen.

In dat geval kan de BIK dankzij de novelle ook door een fiscale eenheid worden toegepast. Mocht dat niet zo zijn, dan zorgt de onderhavige novelle ervoor dat de fiscale eenheid geen gebruik kan maken van de BIK. Maar ook als de Europese Commissie zegt dat de BIK door een fiscale eenheid kan worden toegepast en buitenlandse investeringen dus niet kwalificeren voor die BIK, is er nog geen absolute zekerheid dat de BIK volledig wordt uitgesloten voor buitenlandse investeringen. Bedrijven hebben immers het recht om hiertegen in beroep te gaan en te procederen. Uiteindelijk zal het Hof van Justitie van de Europese Unie hier dan over moeten beslissen. Zo'n beslissing heeft overigens geen absoluut terugwerkende kracht, maar geldt dan voor de nog openstaande aanslagen.

Zelfs met novelle is er dus geen absolute zekerheid dat de BIK alleen voor Nederlandse investeringen wordt toegekend. Maar zoals gezegd, is het volgens ons irreëel om te denken dat die absolute zekerheid nu met een novelle zou kunnen worden verkregen. De novelle zorgt er in ieder geval voor dat de kans wordt opgehouden dat de fiscale eenheid de BIK kan toepassen. Aangezien wij de kans dat dit zal lukken, zonder dat de poort wordt opengezet voor het toepassen van de BIK op buitenlandse investeringen, als zeer reëel inschatten, steunen wij deze novelle. Daarmee wordt immers zowel optimaal recht gedaan aan de belangen van het bedrijfsleven dat gebruik wenst te maken van de fiscale eenheid in het kader van BIK als aan het EU-recht. Graag vragen wij de staatssecretaris in zijn antwoord aan te geven of hij onze analyse deelt.

De voorzitter:

Is dat het einde van uw betoog?

De heer Essers (CDA):

Ja.

De voorzitter:

Dank u. De heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Dank aan de heer Essers voor zijn professorale bijdrage, want ik kan dit goed volgen. Maar misschien ben ik een slechte leerling, want ik heb uw antwoord nog niet gehoord. U heeft in uw achterban vast ook koekenbakkers. De ene koekenbakker heeft een fiscale eenheid — niks buitenlands, hè? — en de ander niet. Kwalificeren ze nou beiden, of niet? Want ik zie een onderscheid, en een nadeel voor de fiscale eenheid in Nederland.

De heer Essers (CDA):

Ja, ik snap uw punt. Dat is ook de reden dat wij ernaar streven om die fiscale eenheid in die BIK op te nemen. Maar we moeten ons wel realiseren dat degenen die opteren voor fiscale eenheid, ook opteren voor een andere behandeling. En als je niet voor de fiscale eenheid opteert, dan heb je die behandeling van fiscale eenheid niet. Voorbeeld, een vennootschap met verliezen: heb je geen fiscale eenheid, dan kun je die verliezen alleen maar met eigen winsten verrekenen; heb je wel een fiscale eenheid, dan kun je het verrekenen met winsten van een andere vennootschap. Dus als je dat met elkaar gaat vergelijken, ga je appels en peren met elkaar vergelijken.

De heer Crone (PvdA):

Nee, het waren koekenbakkers, geen appels en peren. Maar ik meen dit nu serieus. Het gaat dan toch, in uw achterban, om die twee bakkers: naast elkaar, allebei in de straat, allebei moeilijk, allebei willen ze versneld een nieuwe oven hebben. En de een kan dat met een subsidie van de BIK doen, want die heeft geen fiscale eenheid, en de ander niet. Dus om de buitenlanders erbuiten te houden, pakt u nu de Nederlanders.

De heer Essers (CDA):

Ja, that's life. Kijk, de inzet is om de fiscale eenheid te laten kwalificeren voor de BIK, waardoor uw probleem wordt opgelost. Overigens, mensen die niet voor een fiscale eenheid opteren, die moeten dan ook de consequentie daarvan ervaren. En als onverhoopt — ik acht de kans klein — toch wordt gezegd, hetzij door de Commissie, hetzij door het Hof van Justitie, "sorry, maar als u de fiscale eenheid meeneemt, dan betekent dat dat die BIK op een buitenlandse investering moet worden verstrekt", dan is de consequentie — en daar kiest die novelle voor — dat je dan die fiscale eenheid eruit haalt. Dat is jammer, maar we hebben wel ons best gedaan om dat resultaat te bereiken.

De voorzitter:

De heer Crone, derde.

De heer Crone (PvdA):

Ja, voorzitter, en ik probeer het daarmee ook af te ronden. Ik stel dus vast dat het CDA erkent dat het óf een buitenlandlek is óf een Nederlands lek; want dan krijgt die Nederlandse fiscale eenheid het niet, pech gehad. En wat doet u dan met die 400 miljoen die overschiet?

De heer Essers (CDA):

Nee, wij kiezen niet voor een buitenlands lek; dat proberen we nou net te voorkomen. Door die goedkeuring van de Commissie, en naar we hopen ook die van het Hof van Justitie, proberen we nou net dat buitenlandlek te voorkomen.

De heer Crone (PvdA):

Nee, excuus, u kunt niet van twee walletjes eten. Het is óf een buitenlandlek dichten, maar dan schaadt u ook die Nederlandse bakkers die een fiscale eenheid hebben. U kunt niet alleen het buitenland buiten de deur zetten en het binnenland niet.

De heer Essers (CDA):

Tja, dit is een beetje retoriek. Maar als de Commissie ja zegt tegen het voorstel van Nederland, dan hebben we geen buitenlandlek en hebben we gewoon de behandeling die we voor ogen hadden van bedrijven die in een fiscale eenheid zitten. Degene die daar niet in zitten, die hebben daar kennelijk voor gekozen. En die kunnen dan niet optimaal voor die BIK kiezen, die moeten dan hun activiteiten herstructureren. Er is dan geen ongelijkheid.

De heer Crone (PvdA):

Die hebben dan zeker pech gehad.

De heer Essers (CDA):

Nou, die moeten de consequenties van hun keuze dan accepteren.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Is de heer Esser het met mij eens ...

De voorzitter:

De heer Essers.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Sorry? Kwam de "s" niet door?

De voorzitter:

Drie s'en. De eerste twee wel.

De heer Vendrik (GroenLinks):

De heer Essers ...

De heer Essers (CDA):

Ik weet waar u het over hebt.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Is de heer Essers het met mij eens dat zo'n route van zo'n novelle, vlak voordat de markt sluit, geen schoonheidsprijs verdient?

De heer Essers (CDA):

Ik denk niet dat er iemand is die hier een schoonheidsprijs voor gaat claimen; dat is gewoon niet zo. Kijk, het begon natuurlijk al met het aan elkaar koppelen van de BIK en het Belastingplan. Dat vond ik ook niet gelukkig. Als je gelooft in je regelingen — en ik denk dat er alle reden is om daarin te geloven — dan kun je daar ook een apart wetsvoorstel van maken. We hebben ook de motie-Sent gesteund. Dit is echt zo'n voorbeeld van twijfel: past dit nou wel binnen het Europees recht of niet? Er is heel veel discussie over de vraag hoe die fiscale eenheid met die uitsluiting van die buitenlandse vennootschappen zich verdraagt met die vrijheid van vestiging. Nou ja, je hebt argumenten voor en je hebt argumenten tegen. Je wilt die regeling zo snel mogelijk realiseren; het is een crisisregeling. Tja, en dan krijg je dit resultaat. Nou, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We zijn nog op tijd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Is de heer Essers het met mij eens dat dit echt een hele grote uitzondering moet blijven? En dat wij als Eerste Kamer toch ook het signaal aan het kabinet moeten geven: zo doen we dit voortaan niet meer?

De heer Essers (CDA):

Nou ja, ik vind dat zware woorden. Kijk, dit is een oprechte regeling, bedoeld om de coronacrisis enigszins tegemoet te komen, om investeringen naar voren te halen en indien mogelijk te verstevigen, te versterken, te stimuleren. Dat daar door die tijdsdruk allerlei complicaties aan zitten, hebben we gezien en daarvan moeten we leren. Ik hoop dat we nooit meer voor dit soort crisissen komen te staan en dat zal wel niet. We moeten toch iedere keer weer die Europese toets bloedserieus nemen: bij twijfel, niet inhalen. Ik ben blij dat er nu alsnog niet wordt ingehaald.

De voorzitter:

De heer Vendrik, derde.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het was een oprechte vraag, die ik niet voor niets stelde, juist precies hier in de Eerste Kamer, en zeker ook aan de heer Essers, toch een beetje het fiscaal geweten van dit huis. Hier in de Eerste Kamer letten we toch net even iets meer dan aan de overkant op zaken als uitvoerbaarheid, transparantie, snappen wat we met elkaar aan het doen zijn, de vraag of Europa akkoord gaat en het feit dat er nog een zekere ordentelijkheid is in het fiscale wetgevingsproces. En dat de politieke opportuniteit der dingen niet altijd maatgevend is. Zou het niet verstandig zijn in dit debat, juist in dit debat, om ook die boodschap af te geven?

De voorzitter:

De heer Essers, tot slot.

De heer Essers (CDA):

Ik ben het helemaal eens met de heer Vendrik. Dat hebben we ook gedaan, vind ik. Vorige week hebben we uitvoerig gediscussieerd, ook over de BIK, want het gaat om een desinvesteringsregeling, en over het punt dat het misschien te liberaal was zoals er tot nu toe tegen aangekeken is. Nou, dat wordt gerepareerd. We hebben het ook gehad over dit Europese aspect. Dat is ook door de NOB naar voren gebracht. Ik vind dat wij als Kamer echt ons best hebben gedaan, de Eerste Kamer maar ook de Tweede Kamer, om deze regeling zo goed mogelijk te krijgen.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Is de staatssecretaris in de gelegenheid om direct te antwoorden? De broekriem wordt aangehaald. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 21.39 uur tot 21.44 uur geschorst.


De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.


Staatssecretaris Vijlbrief:

Voorzitter. Het is erg fijn dat de Kamer deze novelle zo snel in behandeling wil nemen. De novelle zorgt ervoor dat de fiscale eenheid uit de BIK wordt gehaald. Hierdoor kan de BIK op 1 januari 2021 in werking treden, zonder de mogelijke strijdigheid met het EU-recht. Het is volgens mij net goed uitgelegd door de heer Essers. Ondertussen heb ik genotificeerd bij de Europese Commissie en daarmee hoop ik duidelijkheid te krijgen op de vraag of dit aansluit bij het EU-recht. Als de Commissie daar positief op beslist, voorziet de novelle in de mogelijkheid dat ik de aansluiting alsnog met terugwerkende kracht regel tot 1 januari. Zou het oordeel negatief zijn, dan kan die aansluiting er uiteraard niet in en dan ontstaat er budgettaire ruimte die we gebruiken om de percentages te verhogen. De materiële kant van die wijziging is in de novelle geregeld.

Voorzitter. Er waren een aantal vragen. De heer Vendrik vroeg: is dit de meest fraaie vorm van wetgeving? Hij vond dat we dit niet meer zo moeten doen. Ik geloof inderdaad dat we het zo niet meer moeten doen, maar ik geloof ook dat we in heel bijzondere omstandigheden zitten. De heer Essers zei dat heel duidelijk. Dit is in zekere zin allemaal haastwerk geweest. Ik ben me dat totaal bewust. De notificatie is tot stand gekomen nadat ik mij er steeds meer bewust van werd dat die fiscale eenheid een probleem zou kunnen zijn. Ik had de fiscale eenheid er helemaal uit kunnen halen, maar dan was de BIK minder effectief geweest. De fiscale eenheid heeft, zoals de heer Crone terecht zegt, voordelen en wordt veel gebruikt in Nederland. Dit is de keuze die we gemaakt hebben. Als de heer Vendrik van mij wil horen dat we dit, als we er de tijd voor hebben en onder normale omstandigheden, niet zo moeten doen — dat geldt voor een aantal dingen in dit proces — ben ik dat met hem eens. Maar dit is een crisisinstrument in een heel bijzondere crisis, zoals we vandaag ook weer hebben meegemaakt.

Er werd gevraagd — ik dacht ook door de heer Vendrik — waar die notificatie precies over gaat.

Misschien nog over het eerste punt? Ik heb lopen rennen, voorzitter, en daarom ben ik een beetje buiten adem. Kan dat ding ook uit?

De voorzitter:

Ik kan hem uitdoen. De heer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Nu kan de staatssecretaris even op adem komen.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Dank u wel.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik zit nu ruim een jaar in de Senaat. Er zijn een paar essentialia die je als Eerste Kamer graag hooghoudt. Eentje daarvan hebben we vorige week besproken, namelijk dat we niet zo'n stuwmeer van fiscale wetgeving vlak voor Kerstmis te verstouwen krijgen. Vorig jaar is dat uitvoerig besproken met de voorganger van deze staatssecretaris. Daar is niets van terechtgekomen. Nu zitten we hier in de Eerste Kamer weer een enorme bak wetgeving in no time erdoorheen te draaien. Dat zouden we niet meer doen, maar dat is toch gebeurd. Dit verergert het algemene punt dat we vorig jaar met vele fracties hebben gemaakt en hebben geuit in de richting van het kabinet. Op dit punt wil ik een straffere toezegging van de staatssecretaris: dit gaan we in de toekomst zo niet meer doen. Zo doen we het niet. Als we Brussel om een goede reden nodig hebben, zorgen we daar op tijd voor. En als dat niet lukt, gaan we het niet nog eens een keer helemaal aan het eind van het jaar erdoorheen persen. Zo moeten we dat eigenlijk niet meer doen. Dat wil ik graag van de staatssecretaris horen.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Het antwoord hierop is helaas misschien genuanceerd. Daarom neem ik daar meer woorden voor dan de heer Vendrik van mij gewend is. Ik heb toegezegd dat ik een brief ga maken over het hele proces rond het Belastingplan. Dat gaat over het stouwen van stukken et cetera. Ik denk eerlijk gezegd — zo zeg ik tegen de heer Vendrik — dat het kabinet, en in ieder geval ik, zich zeer bewust is van wat het niet alleen de Kamer heeft aangedaan maar ook de ambtenaren et cetera. We moeten proberen dat te voorkomen. Maar ik zeg er wel bij: we zitten in een crisissituatie. Dat is één.

Twee. Bij dit specifieke punt is het als volgt gegaan. Gedurende de behandeling van de wet, ongeveer aan het begin in de eerste week, kwam de opmerking van de NOB aan de orde over de mogelijke strijdigheid van de fiscale eenheid. We hebben daar toen op gestudeerd en goed gekeken hoe dat zat. Op een gegeven ogenblik, een aantal weken geleden, heb ik in de plenaire behandeling van het Belastingplan in de Tweede Kamer gezegd dat het mij goed leek om te notificeren. Deze novelle is uiteindelijk het gevolg van die beslissing en is daarmee, vind ikzelf — ik dacht dat de heer Essers dat net ook zei — uiteindelijk, gegeven de omstandigheden, de beste oplossing. We hebben het een chirurgische oplossing genoemd. Je haalt er één stukje uit, zodat de BIK toch kan starten op 1 januari 2021. Dan kun je zeggen dat het misschien fraaier was geweest om de hele BIK, zoals de Raad van State ook heeft gezegd, met een koninklijk besluit te nemen, maar dan hadden we geen BIK gehad op 1 januari. Het kabinet heeft hier dus bewust voor gekozen.

De heer Vendrik vraagt om een straffere toezegging. Ik heb het net ook al gezegd, maar ik ga het toch nog een keer proberen in m'n eigen woorden. De heer Vendrik zegt: onder normale omstandigheden hoort het zo te zijn dat je de Europese toets direct meeneemt. Dat ben ik met hem eens. Dat had in dit geval een paar weken eerder gekund, maar dat had niet zo heel veel uitgemaakt voor dit probleem. Het probleem ontstaat eigenlijk omdat ik geen uitspraak heb van de Europese Commissie voor 1 januari. Als hij van mij wil horen dat het onder normale omstandigheden beter is om dat eerder in het proces te doen, dat het zelfs gewenst is, dat dat het is waar hij naar zoekt, dan kan ik zeggen dat ik het met hem eens ben. Dat is volgens mij wat de heer Essers net ook zei. Dat heeft iets te maken met het crisiskarakter van de BIK. Ik verzet mij tegen het beeld dat er daardoor rommelige wetgeving zou zijn. Ik denk dat deze novelle de wetgeving juist zekerder maakt in zekere zin, omdat hij uitsluit dat er Nederlands belastinggeld op een plek terechtkomt waar je dat niet wenst. Tevens zorg je ervoor dat ook een gang naar de rechter eigenlijk onmogelijk wordt als de Commissie de uitspraak doet waarvan wij denken dat hij gewenst is. Ik kom daar straks nog uitgebreider op terug. Dat is het enige punt waarop ik het niet helemaal met de heer Essers eens was. Dat zou het antwoord zijn op de vraag om een straffere uitspraak. Ik weet dat hij niet zo straf klinkt, maar dat kwam omdat ik genuanceerd probeerde te zijn.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Waar ging die notificatie nou precies over? Dat is echt een goede vraag. Die notificatie gaat over de hele BIK. Ik dacht dat de heer Essers dat dat ook zei. Maar de concrete aanleiding, het punt waarop het kabinet twijfel heeft of hij wel aansluit bij EU-recht, bevindt zich op het punt van de fiscale eenheid.

De heer Essers maakte een waterdichte analyse van de twee soorten EU-problemen die er spelen. Enerzijds is er een met staatssteun en anderzijds is er een met het primaire EU-recht, namelijk de vrijheid van vestiging, de fiscale eenheid. In jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie is geoordeeld dat wanneer er sprake is van een steunregeling de rechter niet meer mag beoordelen of die steunmaatregel verenigbaar is met rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, zeg ik tegen de heer Essers. Naar onze mening is het zo dat wanneer er straks een uitspraak zou komen van de Commissie dat deze BIK, inclusief de fiscale eenheid, geoorloofd is, de gang naar de rechter niet meer openstaat. De heer Essers zei dat de BIK nooit helemaal vrij is van risico's, maar dan is het risico naar onze mening afgedicht. Ik wijk op één punt af van de heer Essers. Hij vroeg of ik het met hem eens was. Het antwoord is ja, behalve op dit punt.

De heer Essers (CDA):

Is het dan niet denkbaar dat de Commissie zegt: wat betreft het aspect van de staatssteun zien we geen probleem en de argumenten op het terrein van de vrijheid van vestiging die Nederland naar voren heeft gebracht achten we overtuigend? Dat zijn twee verschillende punten. Dan hebben we dus een fiscale eenheid, een BIK-toepassing, maar we sluiten buitenlandse vennootschappen uit. Waarom zou een bedrijf daar dan niet tegen in beroep kunnen gaan?

Staatssecretaris Vijlbrief:

Ik laat alle details maar even weg, maar er is jurisprudentie dat er in dat geval door het Hof van Justitie niet meer hoeft te worden getoetst aan de vrijheden. Dat kan dan ook niet meer. Er zijn een aantal voorbeelden van zaken daarvan. We spreken over een specifieke casus waarin de Commissie de uitspraak doet dat deze regeling geoorloofd is en dat fiscale eenheid toegestaan is.

De heer Essers (CDA):

Dat ga ik nader bekijken. Ik zou het onwenselijk vinden. Vrijheid van vestiging is natuurlijk een heel sterk recht.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Zeker.

De heer Essers (CDA):

Dat kan toch niet afhankelijk zijn van de mening van de Europese Commissie? Dat is ook maar een mening. Het is aan het Hof van Justitie om dat uit te maken.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Ik lever graag de jurisprudentie aan de heer Essers. Overigens, misschien ten overvloede, deel ik de argumentatie van de heer Essers volkomen rond waarom het in het Europese recht toch geoorloofd zou kunnen zijn om de fiscale eenheid hier te gebruiken. De nadruk die hij legt op de fiscale coherentie is waarschijnlijk inderdaad de soort argumentatie die wij ook zullen gebruiken.

Voorzitter. De heer Vendrik vroeg hoe groot de staatssecretaris de kans inschat dat de Commissie hiermee akkoord zal gaan. Ik zit daarin op dezelfde lijn als de heer Essers. Het ziet er vrij goed uit waar het gaat over staatssteun. De grootste twijfels zitten rond de fiscale eenheid. We denken dat we daar een goede kans maken, maar dat weten we niet honderd procent zeker. Vandaar dat we aan het notificeren zijn geslagen.

De heer Crone gaf het sprekende voorbeeld van de bakker. Hij vroeg: "Ontstaat er nu geen ongelijke behandeling? Ik kan toch niet van twee walletjes eten"? Ik weet niet of het net is opgelost door de discussie tussen de heer Essers en de heer Crone, maar ik ga het zelf nog een keer proberen. De heer Crone heeft gelijk dat er vanaf 1 januari — omdat de fiscale eenheid op koninklijk besluit is gezet en nog niet is ingevoerd — een verschil ontstaat tussen onderneming A, die wel de fiscale eenheden heeft, en onderneming B, die deze niet gebruikt. Onderneming B kan gebruikmaken van de BIK. Onderneming A kan dat ook doen, maar alleen niet in de fiscale eenheid. Een concern kan niet het investeringsdeel gebruiken en via de loonheffing het andere deel, de fiscale eenheid, aftrekken. Dat kan niet.

Er is helderheid zodra de Commissie een uitspraak heeft gedaan. Als het wel kan, is de fiscale eenheid toegestaan en dan mag niet. Of het kan niet, en dan gaat met terugwerkende kracht — daar kom ik zo meteen nog even op terug — de fiscale eenheid eruit en gaan de percentages omhoog. Ik zie dat er ongelijkheid is. Een alternatief was dat we de fiscale eenheid niet hadden opgenomen in de BIK, maar dan was de ongelijkheid er altijd geweest. Nu houden we de mogelijkheid open om de fiscale eenheid te gebruiken vanaf het moment dat we weten wanneer de Commissie duidelijkheid geeft.

Wanneer zal dat dan zijn? Ik heb daar een lang debat over gehad in de Tweede Kamer. Ik hoop zelf dat dit zo snel mogelijk is en dat we daar in januari helderheid over kunnen krijgen van de Commissie.

Dat brengt me bij de percentages. Hoe zit het met de percentages? Wat stelt het kabinet zich daarbij voor? Het kabinet heeft besloten om een baangerelateerde investeringskorting in te voeren van twee keer 2 miljard, en die in principe vorm te geven met de fiscale eenheid. Dat was het plan, omdat dit het beste werkt. In het onverhoopte geval dat dit niet is toegestaan en we van tevoren horen dat dit niet kan, zal het kabinet de percentages met terugwerkende kracht verhogen.

Twee leden van uw Kamer, de heer Crone en de heer Vendrik, zeiden: dat is toch deadweight loss? Het klopt dat er voor die korte periode in januari een kleine deadweight loss ontstaat, maar dat is een minimaal bedrag. Voor de rest van de tijd ontstaat er natuurlijk geen deadweight loss, want de percentages gaan gewoon omhoog. Zo simpel zit het in elkaar.

Dus, ja het klopt. Als we dit niet zouden doen, dan zou dit betekenen dat we twee verschillende soorten percentages kregen voor de BIK, zonder fiscale eenheid. Dat lijkt me ook niet gewenst. Het is trouwens uitvoeringstechnisch ook heel ingewikkeld.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb twee vragen.

De voorzitter:

Het mondkapje mag af.

De heer Crone (PvdA):

Sorry. Ik heb mijn kapstok weer bij me.

De voorzitter:

Doe hem in het zakje.

De heer Crone (PvdA):

Ja, ik vind het wel charmant. Ik heb dus twee vragen. Als de periode langer duurt, omdat de Commissie maar geen besluit neemt, dan wordt de deadweight loss weer groter. Het tweede punt. Als u het tarief verhoogt, geldt dit dan met terugwerkende kracht voor de mensen die het in de tussentijd hebben aangevraagd, of gaat het pas in als er nieuwe aanvragen komen, bijvoorbeeld voor mensen die in juli een aanvraag doen of wanneer dan ook? Dan zou het nog kunnen. Als je in juli een aanvraag doet, dan weet je: het tarief is inmiddels verhoogd; nou doe ik mee.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Nee, het werken met terugwerkende kracht betekent dat aanvragen die in januari zijn gedaan en geen gebruikmaken van de fiscale eenheid, een hoger percentage krijgen. Daarin hebben de heer Vendrik en de heer Crone gelijk. Daar ontstaat een kleine deadweight loss, in die zin dat daar een extra percentage bij komt, waar ondernemers niet op hadden gerekend. Als dat de vraag is, dan klopt dat. We moeten ons overigens allemaal realiseren dat het loket van RVO pas opengaat per 1 september. De bonnetjes worden op een gegeven moment per 1 september ingediend en dan komt er pas betaling van de BIK. Het is goed om dat in het achterhoofd te houden.

Voorzitter. De brief speelt hierbij nog een rol. Het speelt ook een rol bij de vraag die de heer Vendrik en anderen hadden. Aan het eind van het proces met Brussel zal ik die brief sturen. Ik heb vorige week in de Tweede Kamer gezegd: als dat veel langer gaat duren dan januari, is het sowieso verstandig dat ik even ergens eind januari aan beide Kamers laat weten hoe het ermee staat. Dan gaan al deze discussies spelen.

Dat brengt me bij de laatste vraag, van mevrouw Geerdink, over de communicatie. Ik ben het met haar eens en kan daar gewoon ja op zeggen. We zullen vanaf 1 januari zo helder mogelijk proberen hierover te communiceren. Daar zit één lastig dingetje in, namelijk dat de tarieven kunnen worden aangepast — maar goed: alleen maar omhoog — in het geval dat de fiscale eenheid niet zou kunnen doorgaan.

Voorzitter. Dat was mijn beantwoording in eerste termijn. Ik dacht dat ik alle vragen beantwoord had.

De voorzitter:

Dank u wel, staatssecretaris. Thans komen we bij de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Vendrik.


De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter, dank. Dank aan de staatssecretaris voor de antwoorden. Ik ga in mijn tweede termijn nog op één punt in. Dat betreft de vraag of dit mag, of dit kan, of dit een beetje normaal is als de omstandigheden maar buitengewoon genoeg zijn of dat we eigenlijk vanavond met elkaar uitspreken: voor deze keer soit vanwege corona, maar in principe doen kabinet en Kamer zo geen zaken met elkaar. Daarover gaat de volgende motie.

De voorzitter:

Door de leden Vendrik en Crone wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het oordeel van de Europese Commissie vraagt ter zake van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK), onderdeel van het Belastingplan 2021 (35572), en de inwerkingtreding van de BIK opschort voor zover het een verrekening via de fiscale eenheid betreft totdat het goedkeurend oordeel van de Europese Commissie beschikbaar is;

van mening dat het de voorkeur verdient in het kader van de kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving dat indien fiscale voorstellen een oordeel van de Europese Commissie vragen, zulks tijdig geschiedt en niet aan het slot van de parlementaire behandeling tot haastige aanpassingen leidt in de vorm van een novelle;

verzoekt de regering in de toekomst conform dit uitgangspunt te handelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter B (35659).

Dank u wel, meneer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Crone namens de fractie van de Partij van de Arbeid.


De heer Crone (PvdA):

Wederom dank, voorzitter. Dank voor de antwoorden en voor de ruiterlijke erkenning dat dit allemaal niet zo soepel en mooi is gegaan. Ik blijf toch zitten met die koekenbakkers. De notificatie en het uitsluiten van de fiscale eenheid zijn bedoeld om de buitenlandlek te dichten, maar als het gebeurt, hebben ook de Nederlanders met een fiscale eenheid pech. Dat is all in the game, zegt de heer Essers. Dat is waar, maar dat was niet zo bedoeld. Bedoeld was: iedereen moet zijn investeringen bevorderen. Ik vraag dus toch echt ook aan het CDA en de VVD welke koekenbakkers zij wel willen helpen en welke niet. Ik zou zeggen: allemaal.

Als die fiscale eenheid wordt verboden, blijft er geld over. Laten we dan in ieder geval afspreken dat we dat geld bij voorkeur geven aan alle ondernemers, dus laten we dan die twee keer 400 miljoen bijvoorbeeld in een verlaging van de werkgeverspremies stoppen. Ik wil daarom een motie indienen. Dank dat het kabinet een brief gaat sturen. Als die brief komt, zou ik over die aspecten nog even een serieuze discussie willen voeren, en niet automatisch willen horen wat we nu al horen, namelijk: het gaat gewoon door. Dan heeft de VVD haar punt: het blijft geld voor de werkgevers. Ik maak een grote concessie: het was mijn geld niet, maar ik geef het allemaal weg. Maar in alle ernst: die twee keer 400 miljoen blijft dan aan de kant van de werkgevers, maar is dan voor de werkgeverspremies. Ik dien op dat punt dus graag een motie in.

De voorzitter:

Door de leden Crone en Vendrik wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in een laat stadium via een Europese notificatie onzekerheid laat bestaan over het al dan niet toestaan van een fiscale eenheid in de BIK;

constaterende dat de regering bij afwijzing van de fiscale eenheid voornemens is het tariefpercentage te verhogen;

constaterende dat daarmee ondernemingen onbedoeld en onverwacht een voordeel krijgen van 800 miljoen;

constaterende dat dit achteraf gebeurt, en dus de investeringsbereidheid niet meer kan vergroten (dead weight loss);

verzoekt de regering na ommekomst van het besluit van de Europese Commissie deze verhoging te heroverwegen en daarvan melding te doen bij de toegezegde brief waarin de uitslag van de notificatie aan de Kamer wordt gemeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter C (35659).

De heer Crone (PvdA):

Dank u, voorzitter. Wat een mooi slot van mijn tweede termijn ... Derde termijn.

De voorzitter:

Dank u wel meneer Crone. Staatssecretaris, bent u in de gelegenheid om direct te reageren op de vragen van de Kamer?

Staatssecretaris Vijlbrief:

Ik wacht even op de tweede motie. Ik heb hier de eerste voor mij liggen, dus daar kan ik een oordeel over geven, al lezende.

De voorzitter:

Bent u na ontvangst van de tweede motie in de gelegenheid om daar direct op te reageren, of wenst u een schorsing?

Staatssecretaris Vijlbrief:

Ja, dat denk ik wel.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.


Staatssecretaris Vijlbrief:

Voorzitter. In de motie van de heer Vendrik vind ik één ding niet fijn: "haastige aanpassingen". Dat klinkt alsof het kabinet bewust aan het klooien is geweest. Ik zeg het maar even huiselijk. Dat is allemaal niet het geval. Maar als ik de motie zo mag lezen dat je dit onder normale omstandigheden op een rustigere manier zou doen en eerder zou vragen om het oordeel van de Europese Commissie, kan ik niet ontkennen dat ik het daarmee eens ben en dat dus het kabinet het daarmee eens is. Dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven, maar wel met deze inkleuring. Ik weet niet — en dat weet de heer Vendrik ook niet — wat voor rampen ons verder nog boven het hoofd hangen. Het kan best zijn dat wij weer een keer hele snelle wetgeving hebben. Maar met deze inkleuring kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Dat kan ik niet doen met de tweede motie, die van de heer Crone. Ik zal proberen uit te leggen waardoor dat komt. De motie lijkt heel erg op een motie die ik vorige week in de Tweede Kamer ontraden heb, van de heer Snels en de heer Nijboer. De motie zit dicht bij wat het kabinet doet, in de zin dat het kabinet een brief wil sturen na ommekomst van het oordeel van de Commissie. Ik heb vorige week al in de Tweede Kamer gezegd: het staat de Kamer natuurlijk vrij om mij naar de Kamer te sleuren op het moment dat ik die brief gestuurd heb — dat zal dan de Tweede Kamer zijn — en met mij het debat te willen aangaan over de besteding van het vrijvallende geld. Het voorstel van het kabinet nu in de novelle is dat we twee dingen doen. We zetten de fiscale eenheid op KB en we zeggen tegelijkertijd: als de fiscale eenheid niet kan doorgaan, dan zullen wij een koninklijk besluit slaan om de percentages te verhogen. Dat is het voorstel van het kabinet. Dat is niet in overeenstemming met deze motie, dus ik moet deze motie ontraden. "Gaat de staatssecretaris ons nog wat laten weten na ommekomst van het oordeel van de Commissie en gaat hij niet opeens dat KB slaan waardoor wij worden verrast met een KB?" Als dat de vraag is van de heer Crone — daar lijkt het erg op, maar het is niet hetzelfde — kan ik daar gewoon op antwoorden: nee, dat zal ik doen. Ik zal eerst een brief sturen, voordat we het koninklijk besluit slaan om het percentage te verhogen. Dat komt, denk ik, dicht bij de bedoeling van de motie, maar deze motie is gewoon niet in overeenstemming met het voorstel dat het kabinet doet, dus die moet ik ontraden. Een beetje veel woorden, maar ik bedoel het goed.

De heer Crone (PvdA):

O, eerst dat mondkapje weer af. Ik ben altijd hardleers geweest. Ik dank de staatssecretaris voor zijn gebaar. Ik wil bereiken dat er nog even nagedacht wordt op het moment dat we het van Brussel horen en de argumenten precies op een rij hebben. Moet dat tarief dan automatisch omhoog? U zegt: ik doe het in ieder geval niet voordat de Kamers mij hebben kunnen raadplegen of omgekeerd. In die zin wil ik dan een heropening van het debat. Als u dan zegt "ik blijf vinden wat ik nu vind" dan snap ik dat. Maar ik hoop dat u dan nadenkt en zegt: het is toch niet zo verstandig; laat ik maar iets anders doen. Het is de vraag om een open mind op dat moment.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Het kabinet blijft altijd nadenken, en ik zeker. Dat weet de heer Crone. Ik kan hem dus toezeggen dat we altijd blijven nadenken over de hele wereld en ook over dit. Maar ik wil er geen onhelderheid over laten bestaan. Ik wil de heer Crone niet iets beloven wat ik hem niet kan beloven. Het voorstel van het kabinet is om die percentages te verhogen. In deze vorm moet ik de motie ontraden.

Voor de heer Essers heb ik hier de jurisprudentie waar ik het over had naar aanleiding van uitspraken en een beroep op de rechter. Misschien is het het beste als ik dat gewoon even naar uw Kamer toe laat komen.

De voorzitter:

Heel graag.

Staatssecretaris Vijlbrief:

Daarmee heb ik denk ik de vragen in tweede termijn beantwoord.

De voorzitter:

Dank u wel, staatssecretaris. Dan sluit ik de beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik kom tot de afhandeling van het wetsvoorstel. Wenst een van de leden stemming over het wetsvoorstel? Dat is het geval. Dan stel ik voor om morgen na de lunchpauze te stemmen over het wetsvoorstel en de ingediende moties, in samenhang met de stemmingen over het Belastingplan 2021.

Ik schors de vergadering voor de nacht tot 15 december 2020 om 9.00 uur.