T03147

Toezegging Vliegverboden en handhaafbaarheid quarantaineplicht (35.808)



De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van het lid Nicolaï, toe rekening te zullen houden met het advies van het OMT/RIVM over de vliegverboden in relatie tot de wettelijke quarantaineverplichting, mocht daaruit blijken dat de quarantaineplicht onvoldoende handhaafbaar is.


Kerngegevens


Uit de stukken

Handelingen I 2020/21, nr. 38, item 8, p. 9

De heer Nicolaï (PvdD):

Nu de naleving van de quarantaineplicht onvoldoende verzekerd is, hebben we, zo zegt toch het OMT, niks aan dit ontwerp en moeten vliegverboden en het tegengaan van niet-essentiële reizen worden gehandhaafd. Mijn vraag aan de minister is hoe de regering in het licht van het OMT-advies het opheffen van vliegverboden kan rechtvaardigen nu de VNG waarschuwt dat de handhaving op de naleving van de quarantaineverplichting spaak zal lopen en bovendien de bewijslast praktisch ondoenlijk is. Dit kabinet wil de quarantaineplicht invoeren om de vliegverboden te kunnen opheffen, terwijl het OMT juist adviseert om dat niet te doen in de situatie waarin naleving niet voldoende kan worden verzekerd. En die laatste situatie doet zich voor. Er is dus noch sprake van een deugdelijk gemotiveerde regeling noch van een uitvoerbare regeling. Twee redenen reeds om dit wetsvoorstel af te wijzen. Of ziet onze fractie dit verkeerd? Gaarne een reactie van de minister.

Handelingen I 2020/21, nr. 38, item 8, p.55

De heer Nicolaï (PvdD):

De tweede vraag gaat over de volgende kwestie. Als het niet handhaafbaar is, zit je met het OMT-advies waarin staat dat vliegverboden eigenlijk gewoon moeten worden gehandhaafd als de naleving van het quarantainebeleid niet verzekerd is. Ook daarop heb ik eigenlijk geen reactie van de minister gehoord.

Handelingen I 2020/21, nr. 38, item 8, p. 62-63

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Allereerst de algemene vraag wat de afweging is geweest tussen de vliegverboden versus de quarantaineplicht. Een aantal van uw leden vroeg of het niet effectiever zou zijn om vliegverboden te handhaven. Het belangrijkste punt dat ik daarbij wil maken, is dat het zeker effectiever is om de quarantaineplicht te hebben, al was het maar omdat vliegverboden — het woord zegt het al — alleen voor vliegtuigen gelden. Natuurlijk zijn er heel veel andere modaliteiten waar mensen ook mee inreizen. Voor de boten hadden we nog wel de aanmeerverboden, maar minimaal 80% van de reizigers komt met de auto Nederland binnen. Afhankelijk van het onderzoek en de periode van het jaar waar je naar kijkt, loopt dit percentage zelfs op tot 97%. […]

In het debat in de Tweede Kamer kwam ook uitdrukkelijk aan de orde dat het toch niet zo kan zijn dat het instrument vliegverbod hiermee verdwijnt. Ik kan ook u geruststellen: dat is zeker niet het geval. Er is in de Tweede Kamer ook een motie aangenomen — die heb ik overigens oordeel Kamer gegeven — waarbij we zeggen: als we de quarantaineplicht met elkaar hebben aangenomen, dan gaan we eerst wederom advies vragen aan het RIVM/OMT over al onze huidige vliegverboden. Dat is een lange lijst. Heel Zuid-Amerika valt daar bijvoorbeeld nog onder. Wij vragen hen om daar opnieuw naar te kijken. De motie vroeg ook om dat te doen in overleg met de buurlanden. Dat doen we uiteraard ook. […]

De heer Nicolaï had wat zorgen over de effectiviteit en of het RIVM/OMT de tekst misschien anders bedoeld zou hebben. Als dat het geval is, dan zal dat vanzelf blijken uit hun herbeoordeling van alle vliegverboden die we nu hebben.

Handelingen I 2020/21, nr. 38, item 8, p. 65

De heer Nicolaï (PvdD):

De minister zei: anders vragen we weer een nieuw OMT-advies. Maar er ligt natuurlijk een OMT-advies, het 102de. Daarin staat dat zolang de naleving van het quarantainebeleid in Nederland te wensen overlaat, de vliegverboden dienen te worden gehandhaafd. Dat is het nu geldende OMT-advies. Nou blijkt bijna 80% zich niet aan de quarantaineverplichting te houden. We zijn erop gericht om dat strafbaar te stellen en daar een bestuurlijke boete op los te laten, maar stel nou eens dat de handhavers zeggen dat het hen niet lukt om dat naar — pak 'm beet — 40% handhaving toe te brengen. Vindt u dan niet gewoon dat u in dat geval het vliegverbod op grond van het OMT hoort te handhaven?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

De heer Nicolaï heeft het er terecht over dat het OMT/RIVM zegt dat het effectief moet zijn. Nu is het niet effectief, maar we hebben nu ook nog geen verplichting. Wij gaan ervan uit dat het een heel stuk effectiever wordt dan nu — het is nu vrijwel niet effectief — als we die verplichting wel hebben. Bij het vliegverkeer kan het in ieder geval heel goed afgedwongen worden. Het werkt in zijn algemeenheid zo dat Nederlanders wet- en regelgeving vrij getrouw volgen. Mocht het OMT tot de conclusie komen dat de wettelijke verankering volstrekt onvoldoende is, dan zal het ons dat zeker laten weten. Daarom dacht ik ook dat het in uw richting geruststellend was dat we, zodra wij de wettelijke verplichting met u allen hebben afgezegend, al met de Tweede Kamer hebben afgesproken dat we over al onze vliegverboden opnieuw advies vragen, tegen het licht van deze quarantaineverplichtingwet. We zullen dan dus horen of de vliegverboden eraf kunnen. Dat stemmen we ook nog af met de andere landen. Ik kan daarbij overigens melden dat alleen Duitsland extra strenge eisen heeft, maar bijvoorbeeld de Belgen op dit moment ook geen vliegverboden hebben. […] Ik weet niet of u positief gaat stemmen, maar dat zullen we helemaal actualiseren op het moment dat een quarantaineplicht wettelijk ingaat.

De heer Nicolaï (PvdD):

Kan de minister dan toezeggen dat de vliegverboden weer geactiveerd worden als de wettelijke quarantaineverplichting gaat werken en dan blijkt dat er eigenlijk onvoldoende gehandhaafd kan worden? Dat is overigens naar mijn oordeel nu al gebleken.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik heb denk ik al toegezegd dat we degenen die ons hebben verzekerd dat een effectieve quarantaineplicht wat hen betreft gelijkwaardig is, steeds om advies zullen vragen. Wanneer zij tot de conclusie komen dat het voor hen onvoldoende is, zullen wij ons daar zeker rekenschap van geven. Dat zeg ik u graag toe.


Brondocumenten


Historie