Beslispunt
Wenst de commissie in schriftelijk overleg te treden naar aanleiding van de brief van de minister van Defensie?
Toelichting
De minister van Defensie heeft op 6 februari 2025 een brief (36600 X/36600 K, D) naar de Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat de Defensie-begrotingen nog in behandeling zijn bij de Eerste Kamer, maar dat naar zijn mening het beleid wel al kan worden uitgevoerd, aangezien het geen nieuw beleid betreft.
De brief van de minister verwijst impliciet naar artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet, hetgeen onderdeel is van de uitwerking van het grondwettelijke budgetrecht van de Kamer (artikel 105, Grondwet). De minister licht niet toe waarom hij deze brief heeft gestuurd. Er ligt een concrete informatieplicht jegens de Kamer in artikel 2.25, tweede lid, Cw, als er sprake is van nieuw beleid. Met de brief lijkt de minister met de afsluitende zin 'Ik ben dan ook van mening dat er in de Ontwerpbegrotingen van Defensie sprake is van een voortzetting van reeds aangekondigd beleid en de uitvoering ter hand kan worden genomen.'
de Kamer te willen informeren dat er géén nieuw beleid in uitvoering wordt genomen. En daar hoeft de Kamer niet over geïnformeerd te worden. Op basis van deze brief is de vraag (wel/geen nieuw beleid
) voor de commissie niet goed te beoordelen, maar wel principieel van aard in het licht van haar budgetrecht.
Tot slot is deze brief ook relevant voor de Tweede Kamer. Op basis van de beslisnota lijkt de brief alleen aan de Eerste Kamer te zijn gestuurd.
Cw, artikel 2.25. Uitvoering van voorstellen van wet inzake de begrotingsstaten
-
1.
Zolang een voorstel van wet tot vaststelling van een begrotingsstaat niet tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt lopend beleid dat ten grondslag ligt aan die begrotingsstaat met terughoudendheid in uitvoering genomen.
-
2.
Zolang een voorstel van wet tot vaststelling van een begrotingsstaat niet tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt nieuw beleid dat ten grondslag ligt aan die begrotingsstaat, niet in uitvoering genomen, tenzij uitstel van de uitvoering naar het oordeel van Onze Minister die het aangaat niet in het belang van het Rijk is en hij de Staten-Generaal daarover heeft geïnformeerd.
De commissie heeft voor beide begrotingen inbreng geleverd voor verslag, en beide verslagen vastgesteld op 21 januari 2025 (36600 X, C en 36600 K, B). De commissie is nog in afwachting op de nota's naar aanleiding van verslag.