T03961

Toezegging Gesprek maatschappelijke partijen verbeteringen omtrent begrijpelijkheid (36.378)



De minister van Klimaat en Groene Groei zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Prins (CDA), Van Aelst (SP) en Holterhues (ChristenUnie), toe met maatschappelijke partijen in gesprek te gaan en te kijken naar de mogelijkheden om de begrijpelijkheid rondom de Energiewet te verbeteren.


Kerngegevens

Nummer T03961
Status openstaand
Datum toezegging 3 december 2024
Deadline 1 juli 2025
Verantwoordelijke(n) Minister van Klimaat en Groene Groei
Kamerleden R. van Aelst-den Uijl MA (SP)
drs. F.W.J. Holterhues (ChristenUnie)
G. Prins (CDA)
Commissie commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Energiewet
maatschappelijke partijen
toegankelijkheid
Kamerstukken Energiewet (36.378)


Uit de stukken

Handelingen I 2024-2025, nr. 10, item 5 - blz. XXX

Mevrouw Prins (CDA):

(…)

“Voorzitter. Graag sta ik stil bij de complexiteit van de markt in relatie tot het doenvermogen van de burgers: cybersecurity, investeringen in interconnectoren, de aanpak van de netcongestie en het verbod op telemarketing. De complexiteit van de markt is groot. Je kunt afnemer worden of actief afnemer. Je betaalt leveringskosten, maar als actieve afnemer krijg je naast een terugleververgoeding ook terugleverkosten in rekening gebracht. Er is sprake van balanceringskosten. Je kunt wel of niet lid worden van een energiegemeenschap, maar je moet ook zaken afleren, zoals niet meer 's avonds na 23.00 uur de afwasmachine aandoen, maar juist als de zon schijnt. De materie is complex. In het regeerprogramma van dit kabinet staat uitdrukkelijk dat alle burgers mee moeten kunnen doen, ook met deze energietransitie. Dan vind ik het antwoord van de minister in dezen mager, namelijk: het staat eenieder vrij om zelf keuzes te maken en energieleveranciers zijn aan zet voor goede en toegankelijke communicatie.

Voorzitter. Diverse instanties, waaronder de WRR, roepen de overheid op meer rekening te houden met het doenvermogen van vele burgers. Energie is een noodzakelijke basisvoorziening en voor veel burgers ook een stevige kostenpost. Dan heeft de overheid ons inziens de plicht ook zelf zorg te dragen voor begrijpelijke informatie, inclusief alle voor- en nadelen van de keuze of, als zij deze taak wenst te delegeren aan de energieleveranciers, daadwerkelijk te toetsen of de informatie compleet en begrijpelijk is, juist ook voor mensen met een lagere sociaal-economische status. Informatie op B1-niveau, zogezegd. Graag een toezegging van de minister.”

Handelingen I 2024-2025, nr. 10, item 5 - blz. XXX

Mevrouw Van Aelst (SP):

(…)

“Dan komen wij tot de vraag of de consument kan werken met deze wet. Ons beeld is dat behoorlijk veel consumenten geen actieve deelnemer, afnemer, willen zijn. Ze willen niet actief wisselen van aanbieder. Ze willen geen thuisbatterij. Ze willen niet kunnen handelen op de onbalansmarkt en zullen daardoor misschien wel duurder uit zijn. Erger nog, door deze wet zullen energiecowboys hun kans weer schoon zien, wat ertoe zal leiden dat over een aantal jaren weer energiebedrijven failliet zullen gaan en mensen letterlijk in de kou zullen laten zitten. We weten allemaal welke inkomensgroepen daar uiteindelijk het zwaarst de dupe van zullen zijn. Dat zijn de mensen in sociale huurwoningen en in goedkope eigen woningen die niet kunnen investeren in een comfortabel huis met een lage energierekening.”

Handelingen I 2024-2025, nr. 10, item 5 - blz. XXX

De heer Holterhues (ChristenUnie):

(…)

“Daarnaast. Hoewel het wetsvoorstel vooruitgang boekt met de verplichting van modelcontracten, blijft het een probleem dat veel mensen geen overzicht hebben van de energiemarkt of, sterker nog, hun eigen energierekening. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare consumenten moeilijk weloverwogen keuzes kunnen maken, wat bijdraagt aan ongelijkheid. De wet mist hier kansen om consumenten beter te ondersteunen in hun keuzes.”

(…)

“Kan de minister reflecteren op de kritiek van TNO en Nibud, met name als het gaat om energiearmoede en het noodzakelijke draagvlak om de energietransitie uit te kunnen voeren? Is de minister van plan, meer dan de wet nu doet, ervoor te zorgen dat alle consumenten in staat zijn weloverwogen keuzes te maken? Hoe voorkomt de minister dat de kosten van de energietransitie onevenredig terechtkomen bij kwetsbare groepen?”

Handelingen I 2024-2025, nr. 10, item 5 - blz. XXX

Minister Hermans:

(…)

“Een heel aantal leden — ik noem even mevrouw Prins, de heer Holterhues, mevrouw Van Aelst en ik vergeet ongetwijfeld iemand — heeft de vraag gesteld of de consument nu kan werken met deze wet. Het is best een complex verhaal. Is het ook begrijpelijk voor mensen met een lagere sociaal-economische status? Deze wet geeft afnemers steeds meer mogelijkheden om zelf actief deel te nemen aan de energiemarkt. De voorbeelden zijn het zelf opwekken van elektriciteit, met zonnepanelen bijvoorbeeld, het afsluiten van een dynamisch leveringscontract of het delen van elektriciteit. In het wetsvoorstel is geregeld dat de leverancier de afnemer ontzorgt. De afnemer krijgt bijvoorbeeld het recht om niet-gebruikte elektriciteit terug te leveren aan de leverancier. De leverancier moet de afnemer ook wijzen op risico's en moet vooraf duidelijke en transparante informatie verschaffen, zodat je als klant altijd een weloverwogen keus kan maken.

Ik realiseer me ook dat niet alle vormen om actief te worden, geschikt zijn voor alle afnemers. De wet regelt dat je daar zelf een keuze in kunt maken en dat je zelf moet bepalen waar je je goed bij voelt en waar je gebruik van wilt maken. Als je hier interesse in hebt en je wilt op deze manier een bijdrage leveren, vind ik in algemene zin dat die mogelijkheid er moet zijn. De wet beoogt drempels weg te nemen, te ontzorgen en het gemakkelijker te maken. Ik wil toezeggen dat ik samen met maatschappelijke partijen ga kijken naar de mogelijkheden om de begrijpelijkheid te verbeteren, bijvoorbeeld van de energierekening. Dat is ook zo'n belangrijk element in het vergelijken en het maken van de keuze. Er zijn heel veel nieuwe mogelijkheden en er zijn heel veel opties om zelf actief te worden. Ik vind dat die mogelijkheden voor een zo breed mogelijke groep toegankelijk moeten zijn. Uiteindelijk is het natuurlijk iemands eigen afweging of hij het wel of niet doet. Ik zal dat gesprek gaan voeren.”


Brondocumenten


Historie

  • 3 december 2024
    toezegging gedaan