Verslag van de vergadering van 25 maart 2025 (2024/2025 nr. 23)
Aanvang: 13.34 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Aan de orde is de herdenking van de heer ing. J.W. Mijnsbergen (PvdA).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Thans is aan de orde de herdenking van de heer Mijnsbergen. Ik verzoek de leden en alle overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune die daartoe in de gelegenheid zijn, te gaan staan.
Collega's, wij hebben de goede gewoonte om de oud-leden die ons zijn ontvallen hier te herdenken. Vandaag gedenken wij Jan Mijnsbergen, die op 19 januari jongstleden overleed, een dag na zijn 86ste verjaardag. Hij was voor de PvdA twee keer lid van de Eerste Kamer, van 10 juni 1981 tot 13 september 1983 en van 6 maart 1990 tot 11 juni 1991.
Ik heet ook zijn familie welkom bij deze herdenking.
Jan Wilhelm Mijnsbergen werd op 18 januari geboren in Vlissingen. Hij volgde de opleiding tot weg- en waterbouwkundige aan de HTS in zijn geboortestad en werd vervolgens constructeur-tekenaar en opzichter bij een ingenieursbureau in Nijmegen.
Intussen was hij begin jaren zestig lid van de Partij van de Arbeid geworden. In 1972 werd hij gekozen in de gemeenteraad van Nijmegen, om twee jaar later als wethouder aan de slag te gaan. Vier jaar lang was Jan Mijnsbergen verantwoordelijk voor het woonbeleid in de stad. Hij kreeg in die periode veelvuldig te maken met krakersprotesten. Pamfletten met zijn gezicht erop werden door de stad verspreid. Maar, zo zei hij daar later over tegen de Provinciale Zeeuwse Courant, hij ging het gesprek nooit uit de weg: "Ik heb nog steeds een foto van mezelf waarop ik, gesteund door een cordon ME'ers, voor het gemeentehuis van Nijmegen in conclaaf ga met enkele krakers."
In 1978 keerde hij terug in Zeeland, waar hij als adviseur werkte op het gebied van volkshuisvesting en stedelijke vernieuwing in Middelburg en Goes. Van 1987 tot 1991 was hij lid van Provinciale Staten. Van het begin van de jaren tachtig tot aan de eeuwwisseling was hij bovendien voorzitter van huurcommissies in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland.
In 1981 werd hij voor de eerste keer lid van de Eerste Kamer. Hij hield zich met name bezig met Verkeer en Waterstaat en Ruimtelijke Ordening. Samen met zes andere leden van zijn fractie stemde hij tegen de wijziging van de grondwettelijk bepaling over de verkiezing van de Eerste Kamer. Ook stemde hij in 1983 met nog drie andere PvdA-leden tegen de begroting van Defensie vanwege onderdelen in die begroting die met nucleaire bewapening te maken hadden.
Zijn maidenspeech hield hij op 26 april 1983 bij de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In het licht van de op handen zijnde ontbinding van de Eerste Kamer later dat jaar, noemde hij zijn maidenspeech zijn "zwanenzang". Hij nodigde de collega-senatoren dan ook uit hem vooral te interrumperen, ondanks de gewoonte om dat niet te doen bij een eerste spreekbeurt in de plenaire zaal.
Eerste Kamervoorzitter Steenkamp zei bij Mijnsbergens afscheid van de senaat dat hij als echte Zeeuw dé man voor de waterwegen was. Als Zeeuw én als weg- en waterbouwkundige, zou ik daaraan willen toevoegen.
Bij zijn overlijden schreef de Provinciale Zeeuwse Courant dat hij twee keer tegen wil en dank lid was van de Eerste Kamer. Beide keren werd hij namelijk senator nadat zijn partij, en in het bijzonder het gewest Zeeland van de Partij van de Arbeid, een dringend beroep op hem deed als opvolger op de kieslijst.
Naast zijn werk en de politiek was hij ook zeer actief in de tafeltennissport, waarbinnen hij bovendien verschillende bestuursfuncties bekleedde. Jan Mijnsbergen was een betrokken sociaaldemocraat en plichtsgetrouwe volksvertegenwoordiger met een grote inzet voor Zeeland. Moge ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun zijn voor zijn familie en vrienden.
Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.
(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)
De voorzitter:
Dank u wel. Ik nodig u uit om de condoleances over te brengen aan de familie in de Hall. Wij gaan rond 13.45 uur verder met de stemmingen. Let u daarbij op de stemmingsbel.
De vergadering wordt van 13.41 uur tot 13.49 uur geschorst.