Verslag van de vergadering van 1 april 2025 (2024/2025 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 13.59 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Meenen i (D66):
Voorzitter. Bezuinigen op onderwijs en wetenschap is toegestaan — helaas. Dit kabinet maakt volop gebruik van die mogelijkheid. Bezuinigen op onderwijs en wetenschap is een frontale aanval op de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen en van iedereen die elke dag met hart en ziel aan die toekomst werkt. Het is ook een frontale aanval op de toekomst van ons land, van onze welvaart en van onze economie. Daarom kiest D66 altijd voor investeren in onderwijs en wetenschap. Maar nogmaals, daarop bezuinigen mag. Het is slecht, maar toegestaan.
Wat echter niet mag, is het eenzijdig verbreken van een bindend, door de overheid gesloten akkoord. Dat doet dit kabinet wel. Het kabinet, deze coalitie, zegt het bestuursakkoord van 2022 op en heeft de intentie om daarmee de komende jaren miljarden te bezuinigen op onderzoek en wetenschap. Maar dat mag niet, zo houdt elke vooraanstaande bestuursrechtgeleerde ons voor. Zodoende schendt het kabinet het vertrouwensbeginsel en handelt het onrechtmatig. Onrechtmatig! In dit huis, in deze Kamer, is rechtmatigheid de zwaarste van onze toetsstenen. Soms kan er wellicht verschillend gekeken worden naar de rechtmatigheid, maar in dit geval niet. De onrechtmatigheid staart ons allen aan. Het staat hier groot midden in de kamer. Er valt niet omheen te kijken, ook niet met de antwoorden die de minister in de eerdere termijnen gaf of de antwoorden die hij nu schriftelijk geeft. Het maakt voor de onrechtmatigheid niet uit langs welke weg je de overeenkomst schendt of opzegt, en ook niet voor de gevolgen voor mensen. Of de minister nu kiest voor schending langs de lijn van het beëindigen van de sectorakkoorden of langs de lijn van het onmiddellijk stoppen van starters- en stimuleringsbeurzen, hier worden mensen zwaar getroffen in hun huidige en hun toekomstige bestaan. Zie bijvoorbeeld de 56 ontslagen die de Open Universiteit in Heerlen aankondigt, juist omdat ze gehoor gegeven hebben aan de uitdrukkelijke oproep van de overheid om zo veel mogelijk en zo snel mogelijk te beginnen met de inzet van de beschikbare middelen.
Tevens wordt hoe dan ook volstrekt voorbijgegaan aan de bittere noodzaak die er was om juist langs deze beide lijnen te investeren, juist ook voor de zittende mensen, in het licht van hun onverantwoorde werkdruk. Lees het interview met voormalig minister Dijkgraaf van gister er maar op na. Dat geldt ook voor waar het gaat om de intentie van de overheid om nu juist langjarige bindende afspraken te maken. Want dat was die intentie uitdrukkelijk. Dat zouden dit kabinet en deze coalitie juist moeten omarmen in hun uitdrukkelijk uitgesproken streven naar stabiele en structurele bekostiging van het onderwijs. De minister heeft in zijn eerste termijn de indruk willen wekken dat het nooit de intentie van zijn voorganger is geweest om zo'n langjarige bindende overeenkomst aan te gaan, maar dat blijkt onjuist te zijn. Zie de woorden van zijn voorganger.
Voorzitter. Ik rond af. Deze Kamer kan zich niet veroorloven bij vol bewustzijn te kiezen voor een begroting met zo'n substantieel onrechtmatig deel. Als dat zou gebeuren, vervalt ons recht van bestaan hier in de Eerste Kamer. Hier zijn we voor. Hier zijn we van. Dus dit moeten we stuiten. Het kan niet zo zijn dat ten minste dit wezenlijke onderdeel over enkele maanden sneuvelt bij de rechter, zoals zal gebeuren. Als de Eerste Kamer zichzelf nog maar enigszins serieus wil nemen, nu en in de toekomst, dan stopt deze onrechtmatigheid hier en nu, en niet bij de rechter.
Voorzitter. Mijn fractie begrijpt heel goed dat een stem tegen een hele begroting om dit onheil af te wenden voor een aantal fracties in dit huis een te zwaar middel is. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van OCW in de begrotingsstaten Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 216,8 miljoen euro bezuinigt op de starters- en stimuleringsbeurzen voor universiteiten en dat deze beurzen onderdeel zijn van het Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en wetenschap;
constaterende dat de minister met deze aangekondigde bezuiniging afwijkt van de juridisch bindende afspraken uit het bestuursakkoord;
constaterende dat het bestuursakkoord geen bepalingen of formuleringen bevat met een juridisch voorbehoud waaruit zou blijken dat er geen sprake is van afdwingbare rechten en verplichtingen;
verzoekt de regering om het bestuursakkoord voor 2025 onverkort uit te voeren en in overleg met de instellingen te treden omtrent eventuele afwijking van het akkoord in de daarop volgende jaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Roovers, Van der Goot, Van Apeldoorn, Nicolaï en Perin-Gopie.
Zij krijgt letter Y (36600-VIII).
Mevrouw Perin-Gopie heeft nog een korte vraag voor u voorbereid.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik kon me heel goed vinden in het betoog van de heer Van Meenen. Hij begon ermee dat je natuurlijk mag bezuinigen op onderwijs en wetenschap. Dat klopt inderdaad. Sander Schimmelpenninck zou zeggen dat "de domheid regeert" door nu te bezuinigen op het onderwijs. Is de heer Van Meenen het met mij eens dat wij als Eerste Kamer een grondwettelijke taak hebben om wetten te toetsen op onrechtmatigheid? Zou het niet heel erg dom en onverstandig zijn om voor de voorliggende wet te stemmen?
De voorzitter:
Ik ben benieuwd wat hij gaat antwoorden! De heer Van Meenen, ja of nee?
De heer Van Meenen (D66):
Het korte antwoord is: ja. Maar u wilt natuurlijk ook het langere antwoord weten.
De voorzitter:
Nee, dank u.
De heer Van Meenen (D66):
Laten we echt ...
De voorzitter:
Een ogenblikje. Ik moet nog een kleine correctie plegen. Ik heb net "de letter v van victorie" gezegd, maar het moet "de letter y van ypsilon" zijn. U had het natuurlijk al gezien, maar ik zeg het nog voor de mensen thuis.
De heer Van Meenen (D66):
Ik houd die v ook nog even in gedachten. Victorie!
De voorzitter:
Gaat uw gang. Een kort antwoord.
De heer Van Meenen (D66):
Laten we wel zijn. We hebben het hier voortdurend over de drie toetsstenen. Ik heb er bij de Algemene Beschouwingen zelf nog toekomstgerichtheid aan toegevoegd. Dat is hier natuurlijk ook zeer aan de orde. Als er nou één toetssteen is die hier en nergens anders kan worden vastgesteld, dan is het rechtmatigheid. Dat is onze zwaarste toetssteen, zoals ik al zei. Daar kan je op sommige momenten echt nog wel verschillend naar kijken. Maar blijkbaar zeggen alle bestuursrechtgeleerden, behalve een enkele ambtenaar op het ministerie van OCW: dit is gewoon juridisch bindend; dit is zeer kansrijk bij de rechter. Dan is het toch, ook in de geschiedenis van deze Eerste Kamer, werkelijk verschrikkelijk als je dat laat gebeuren? Dit soort ongelukken zijn eerder gebeurd. Denk toch maar even aan de toeslagenaffaire. Daarbij hebben we hier niet voldoende gekeken naar hoe het allemaal in elkaar zat.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Meenen.
De heer Van Meenen (D66):
Nu staat die onrechtmatigheid hier midden in de Kamer. Ik zou zeggen: laten we zorgen dat ze hier verdwijnt, niet bij de rechter.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Zoals altijd heb ik mijn huiswerk gedaan.
De heer Van Meenen (D66):
Heel goed.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik heb contact gehad met professor Paul Bovend'Eert. Hij bevestigde mij dat een bestuursakkoord een onduidelijke juridische status heeft en feitelijk een set aan voornemens is, geen bindende wettelijke regeling noch een privaatrechtelijke overeenkomst. Wat is daarop uw antwoord? Het is geen verzinsel van mij.
De heer Van Meenen (D66):
Daarop is dit mijn antwoord. Ik heb best wel veel bestuursakkoorden in het onderwijs gezien en inderdaad, die zijn over het algemeen zo vaag als je ze maar kunt krijgen, zonder doelstellingen, zonder geld, of met één grote zak geld en het idee: dan zien we het over vijf jaar wel. Er is een boekje geschreven — dat kan ik van harte aanbevelen, ook aan de heer Bovend'Eert, maar hij heeft dat waarschijnlijk al gelezen — met de titel De sluipende crisis, geschreven door René Kneyber. Dat gaat precies hierover: hoe wij vanuit de overheid in de afgelopen decennia steeds vaker het middel van het bestuursakkoord zijn gaan inzetten om een maatschappelijk probleem op te lossen. Daar zetten we dan een grote zak geld naast en dan worden er door degenen die het moeten uitvoeren zo vaag mogelijke afspraken gemaakt, zodat er zo veel mogelijk ruimte is om iets te doen. Als je dan na een paar jaar kijkt, zie je dat niet gebeurd is wat er had moeten gebeuren. Dat zie je telkens opnieuw. In zijn algemeenheid heeft de heer Bovend'Eert dus groot gelijk; zo ken ik hem ook. Maar …
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter …
De voorzitter:
Nee, dit duurt te lang.
De heer Van Meenen (D66):
Maar in dit geval: dit is een uitzondering. Dit is nu juist een zeer gedetailleerd akkoord, tot op de euro nauwkeurig.
De voorzitter:
Helder.
De heer Van Meenen (D66):
Voor de komende tien jaar …
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord …
De heer Van Meenen (D66):
Nee, voorzitter …
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord … Nee, nee, nee, meneer Van Meenen, ik geef nu echt weer het woord aan de heer Van Rooijen, voor zijn tweede vraag.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Die kan heel kort zijn. U haalt twee keer oud-minister Dijkgraaf aan, maar die heeft volgens mij een functie elders. Hij wordt geciteerd in de Volkskrant en op andere momenten, maar is het wel zo chic dat hij hier wordt geciteerd? Ik vind dat niet helemaal correct.
De voorzitter:
Nee, dat gaan we hier ook niet doen, want iemand die hier niet aanwezig is, kan zich hier ook niet verdedigen. We gaan het dus niet verder hebben over de heer Dijkgraaf. Had u …
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Maar hij is genoemd, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, maar daar stoppen we nu mee.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Oké.
De voorzitter:
Had u nog een andere vraag, meneer Van Rooijen?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Nee, maar als de heer Van Meenen hem mag noemen, mag ik hem toch ook noemen?
De voorzitter:
Zeker, maar nu stoppen we daarmee. U heeft hem nu allebei genoemd en daar laten we het bij.
Dank u wel, meneer Van Meenen. Ik geef nu het woord aan de heer Nicolaï van de Partij voor de Dieren.