Verslag van de vergadering van 1 april 2025 (2024/2025 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.42 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Bakker-Klein i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We zijn nu bij elkaar voor de begroting van het ministerie van VWS voor dit jaar, dus voor 2025, dat al voor een kwart voorbij is. Zoals gebruikelijk voor onze fractie kijken we daarbij met name naar de uitvoerbaarheid en de effectiviteit. In de afgelopen periode is het gesprek voornamelijk gegaan over de financiering van 165 miljoen voor opleidingen voor medische specialismen. Het heeft onze fractie zeer verbaasd dat deze minister zo veel tijd nodig had om een bedrag dat slechts 0,0015% van de totale begroting uitmaakt, een plek te geven in haar begroting. Uiteindelijk is er ruimte gevonden bij de post thuiszorg. Hier blijkt sprake van een structureel financieel overschot. Onze fractie heeft begrip voor deze keuze.
Tegelijkertijd is er ook zorg. De wijkverpleegkundige speelt een zeer belangrijke rol in onze zorg. Het groeiende aantal ouderen en de ambitie om meer ouderen langer thuis te laten wonen, hebben tot gevolg dat er nog meer wijkverpleegkundigen nodig zullen zijn in de komende jaren. Daarbij is de wijkverpleegkundige van vitaal belang in de interactie tussen gemeenten, het sociaal domein, de eerstelijnshulp, de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars. Onze fractie vraagt de minister welke plannen zij heeft om het vak van wijkverpleegkundige aantrekkelijker te maken. Welke activiteiten heeft zij voor ogen om voldoende wijkverpleegkundigen te kunnen inzetten voor die zo belangrijke rol in de wijk? Kan de minister ons toezeggen dat een dergelijk plan, inclusief de activiteiten die worden ondernomen, aanwezig is, dan wel op korte termijn ontwikkeld zal worden?
In het kader van de effectiviteit van de inzet van financiële middelen heeft onze fractie ook vragen over het schrappen van 300 miljoen voor de pandemische paraatheid. Vijf jaar geleden is ons land, maar ook de hele wereld, overvallen door het coronavirus. Alle evaluaties geven aan dat Nederland totaal niet voorbereid was op een dergelijke pandemie. Ook geven deze evaluaties en diverse adviezen in dezen aan dat het met een relatief bescheiden investering mogelijk is beter voorbereid te zijn. Daarbij valt te denken aan een uniforme infrastructuur voor de GGD'en en het onderling verbinden van kennisstructuren van diverse kennisdisciplines: virologie, epidemiologie, gedragswetenschappen, sociale wetenschappen, communicatiewetenschappen, medische zorg et cetera. Tijdens en na de coronacrisis is immers pijnlijk naar voren gekomen dat er op basis van te eenzijdige kennis besluiten zijn genomen.
Voorzitter. Regeren is vooruitzien. Zoals mevrouw Moonen aangaf: er wordt algemeen gesteld dat het zeker is dat er een nieuwe pandemie gaat komen; de vraag is alleen wanneer. Op een miljardenbegroting is 300 miljoen een schijntje. Kan de minister aangeven wat de overwegingen zijn geweest om deze relatief bescheiden investering te schrappen? Want hierdoor zullen we vroeger of later geconfronteerd worden met ons eigen onvermogen om in een komende pandemie de zaken beter aan te sturen. Kan de minister toezeggen dat ze alsnog ruimte gaat vinden om de noodzakelijke activiteiten in dezen te kunnen laten doorgaan?
Ten slotte nog een vraag over de aangekondigde bezuinigingen op het onderwijs, de arbeidsmarkt en het Stagefonds Zorg. Het bestuur van 's Heeren Loo heeft hierover een bezorgde brief aan onze Kamer gestuurd. Is de minister bereid om hierover bestuurlijk overleg te voeren met de sector? Is de minister ook bereid om met haar collega van Sociale Zaken te zoeken naar oplossingen hiervoor?
Wij zien uit naar de antwoorden van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bakker. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Kaljouw, van de fractie van de VVD.