Verslag van de vergadering van 1 april 2025 (2024/2025 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 21.40 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):
Dank, voorzitter. We zijn blij dat de staatssecretaris een sportpas, die er op initiatief van collega Van Nispen gaat komen, zo omarmt. We zien erg uit naar de uitwerking, maar in het verlengde daarvan hopen we dat de minister ook een onderzoek naar de effecten van de bezuinigingen op sport wil omarmen. Nu weet ik niet helemaal zeker of het de bedoeling is dat ik de motie nu voorlees of helemaal aan het einde.
De voorzitter:
Van uw eigen bijdrage, bedoelt u?
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Ja.
De voorzitter:
Nou, dat mag u zelf weten.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Oké, dan doe ik dat aan het einde. Dank u wel. Daar komt dus een motie over.
Voorzitter. Dan over de kinderbrillen. De minister reageerde met: er ligt een amendement en dat ga ik uitvoeren. Superfijn. Dat is echter een amendement voor geld voor dit jaar, een amendement met geld voor een stichting. Het is geen amendement om kinderbrillen onderdeel te laten zijn van de basisverzekering. Dus het verzoek aan de minister, per motie zo meteen, is om ook na 2025 ervoor te zorgen dat kinderen gewoon een bril kunnen krijgen vanuit de basisverzekering. We horen graag hoe de minister dat gaat borgen. Gezien het enthousiasme over het amendement van de heer Dijk gaan we er zomaar van uit dat de minister dat ruimhartig zal omarmen.
Voorzitter. In de tussentijd heb ik contact gehad met Sarah Dobbe van de Tweede Kamerfractie. Zij diende inderdaad een voorstel in over dat herstel van genitale verminking niet onder het eigen risico zou moeten vallen. Klopt het dat ik de minister heb horen toezeggen dat zij het bij de uitwerking van dit voorstel gaat verbreden van genitale verminking naar rape kits, zodat ook dat strakjes niet meer onder het eigen risico valt? Omdat deze termijn mijn enige mogelijkheid is om nog een motie in te dienen, zal ik daar strakjes nog wel een motie over indienen.
Voorzitter. Dan de zorg voor daklozen. Die gaat de minister aan het hart. Ik zag dat aan haar. De nieuwe regeling die de minister voorstaat, klinkt logisch. Als die regeling er ligt, gaan we de minister daar vermoedelijk hulde voor geven. Echter, wat ons zorgen baart is dat dit kabinet op meer thema's begint met dat wat er nu is te schrappen, voordat er iets nieuws bedacht, uitgewerkt of voorgelegd is; iets met oude schoenen weggooien voordat je nieuwe schoenen hebt. De zweepslagen die de minister vervolgens ervaart hier in deze Kamer of in de samenleving, vloeien eruit voort dat wij iets zien wegvallen zonder alternatief of verbetering. We vragen ons af of de minister zich dat kan voorstellen.
Voorzitter. Dan de mbo-studenten. We hebben vanzelfsprekend het onderzoek van de Algemene Rekenkamer erbij gepakt om na te lezen wat zij zeiden over het mbo-stagefonds. Zij bevelen aan om de subsidie voor het stagefonds te heroverwegen. "Onderzoek of een ander instrument beter werkt om het doel van meer stageplaatsen in de zorg te bereiken en kies daarvoor voor een aanpak die aansluit bij de motieven van zorgorganisaties die belemmeringen ondervinden om stages te bieden."
Ik zie dat het fonds nu wegbezuinigd wordt, maar zie niet het tweede onderdeel van de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer, namelijk het bieden van een alternatief. U voert daarmee als minister de helft van deze aanbevelingen uit en wij zijn heel benieuwd hoe u de andere helft met evenveel enthousiasme gaat uitvoeren.
Voorzitter. Dan de drie aangekondigde moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de maatschappelijke opbrengsten van sport en bewegen momenteel 2,76 keer hoger zijn dan de kosten;
constaterende dat verschillende maatregelen in de begroting, zoals de bezuinigingen op de specifieke uitkeringen (SPUK's) en subsidies, de verhoging van de kansspelbelasting en het schrappen van de regeling bewegingsonderwijs, negatieve effecten hebben op de sportsector;
overwegende dat de gevolgen van deze bezuinigingen en lastenverhogingen voor de maatschappelijke en financiële baten van sport nog onvoldoende in kaart zijn gebracht;
overwegende dat een goed onderbouwde afweging nodig is om te voorkomen dat de baten van sport en bewegen op lange termijn worden ondermijnd;
verzoekt de regering om de effecten van deze maatregelen op sportdeelname en maatschappelijk baten van sport in kaart te brengen en hierover uiterlijk bij de Najaarsnota 2025 te rapporteren, zodat de Tweede Kamer dit tijdig kan betrekken bij de begrotingsbehandeling voor 2026 — en wij uiteindelijk dus zelf ook;
verzoekt de regering in de begroting van 2026 voorstellen te doen voor eventuele compensatie of herinvestering indien de negatieve effecten te groot blijken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl, Van Gurp, Koffeman en Moonen.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter Q (36600-XVI).
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de sociaal-economische gezondheidsverschillen helaas eerder toe- dan afnemen;
constaterende dat de toegang tot zorg ook voor kinderen van mensen met weinig geld heel goed geregeld moet zijn;
constaterende dat een bril geen luxemiddel is en ieder kind recht heeft op een bril als deze nodig is om goed te kunnen functioneren in de maatschappij en daarin gelijke kansen te behalen;
constaterende dat op dit moment naar schatting ten minste 28.000 kinderen geen bril dragen omdat de kosten hiervan voor ouders te hoog zijn;
constaterende dat het wel nodig hebben maar niet krijgen van een bril een kind op achterstand plaatst;
constaterende dat ouders nu afhankelijk zijn van particuliere regelingen via organisaties zoals stichting Kinderhulp en het Jeugdeducatiefonds, die een stijging in het aantal aanvragen zien en aangeven dat het lastiger wordt alle aanvragen te kunnen honoreren;
overwegende dat voor 2025 een tijdelijke oplossing is gecreëerd, maar dat dit geen structurele oplossing biedt voor de jaren daarna;
overwegende dat een structurele oplossing noodzakelijk is om te garanderen dat alle kinderen met een oogafwijking een bril kunnen krijgen, bijvoorbeeld via een uitbreiding van het basispakket;
verzoekt de regering met een plan te komen om kinderbrillen vanaf 2026 te vergoeden vanuit het basispakket en over de uitwerking hiervan in gesprek te gaan met in ieder geval de vijf oogzorgorganisaties die de oproep voor het vergoeden van kinderbrillen vanuit de basisverzekering hebben gedaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl, Van Gurp en Koffeman.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter R (36600-XVI).
''En gaat over tot de orde van de dag'', denk ik.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
En we gaan ook over tot de orde van de dag, voorzitter. Absoluut.
We gaan deze keer wel proberen aan de striktheid van de voorzitter te voldoen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat forensisch medisch onderzoek na seksueel geweld essentieel is voor zowel medische zorg als strafrechtelijke procedures;
constaterende dat de kosten voor dit onderzoek momenteel onder het verplicht eigen risico van de zorgverzekering vallen, wat leidt tot financiële lasten voor slachtoffers van seksueel geweld;
overwegende dat de Europese richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, die in juni 2024 is aangenomen, lidstaten verplicht om crisiscentra te voorzien van gratis en toegankelijke medische en forensische zorg voor slachtoffers van seksueel geweld;
overwegende dat de richtlijn expliciet stelt dat de kosten van forensisch medisch onderzoek, zoals rape kits, niet mogen worden doorberekend aan slachtoffers, maar volledig gefinancierd moeten worden door de Staat;
constaterende dat het doorberekenen van de kosten van rape kits als "boete" voor vrouwen die al slachtoffer zijn van ernstig geweld, onterecht is en de toegang tot noodzakelijke zorg belemmert;
overwegende dat de richtlijn van de Europese Unie een belangrijke stap is naar het voorkomen van verdere belemmeringen voor slachtoffers om hulp te zoeken, en dat Nederland deze verplichtingen dient te implementeren;
verzoekt de regering de Eerste Kamer binnen drie maanden te informeren over de voortgang van de implementatie van de Europese richtlijn, specifiek met betrekking tot de financiering van forensisch medisch onderzoek na seksueel geweld en het waarborgen dat slachtoffers van seksueel geweld niet geconfronteerd worden met de kosten van rape kits,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl, Koffeman, Perin-Gopie en Van Gurp.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter S (36600-XVI).
Dank u wel, mevrouw Van Aelst. Dan is het woord aan mevrouw Moonen namens D66.