Plenair Kaljouw bij behandeling Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2025



Verslag van de vergadering van 1 april 2025 (2024/2025 nr. 24)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.46 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Kaljouw i (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag behandelen we de begrotingsstaten van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In het kader van de transparantie ingevolge de integriteitscode zij vermeld dat ik acht jaar de bestuursvoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit ben geweest. Ik ben dus zeer bekend met de begrotingsstaten van VWS.

De Nederlandse Zorgautoriteit is een zelfstandig bestuursorgaan dat de gezondheidszorg in Nederland reguleert en toezicht houdt op declaratiegedrag en jaarrekeningen van zorginstellingen. Daarnaast geeft zij de minister gevraagd en ongevraagd advies op basis van hoogstaande wetenschappelijke studies. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hebben wij in Nederland geen echte marktwerking in de zorg. We hebben een gereguleerde markt, zodat toegankelijkheid, betaalbaarheid en solidariteit in de gezondheidszorg geborgd zijn voor iedereen die zorg nodig heeft.

Voorzitter. De totale begroting van VWS bedraagt ruim 110 miljard euro en beslaat dus een groot deel van de totale rijksbegroting. Mijn fractie zou deze begroting onder andere omstandigheden zonder plenaire behandeling goedkeuren. Echter, op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap — collega's hebben het herhaaldelijk gezegd — is door de Tweede Kamer een amendement van de heer Bontenbal aangenomen, waardoor er 750 miljoen moet worden omgebogen, waarvan 350 miljoen uit de begroting van VWS. Mijn fractie is nog steeds voornemens om voor deze begroting te stemmen. Echter, wij willen een aantal vragen dat direct is gerelateerd aan de ombuiging graag beantwoord zien in dit debat.

Voorzitter. Mijn eerste vraag gaat over het voorstel uit het amendement-Bontenbal om de subsidieregeling Strategisch opleiden medisch-specialistische zorg te verlagen en bestuurlijke afspraken te maken over de beloningen van medisch specialisten. Welke subsidie bedoelt de minister hier nu precies mee?

Voorzitter. Zoals u weet zijn ongeveer de helft van de medisch specialisten in ziekenhuizen in loondienst. Die vallen als zodanig onder een cao. Deze cao regelt niet alleen de bezoldiging, maar ook de vergoeding voor bijscholing en opleidingen. De andere helft van de medisch specialisten zijn min of meer ondernemers in een medisch-specialistisch bedrijf, een msb. Zij regelen hun inkomen en opleidingskosten met de raden van bestuur van ziekenhuizen. Mijn tweede vraag is: over welke bestuurlijke afspraken heeft de minister het met betrekking tot de beloningen van medisch specialisten?

Voorzitter. Dan de 165 miljoen voor de zorgopleidingen. Zorgopleidingen zijn opleidingen en bijscholing voor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en paramedici. Gelukkig heeft de minister toegezegd om met een alternatief te komen hiervoor. Dat heeft de minister ook gedaan. De minister ziet in de onderuitputting in de wijkverpleging de mogelijkheid om de kosten te dekken, respectievelijk "het gat te dichten". Dekking van een ombuiging uit onderuitputting in een bepaalde sector is op zich een aangelegenheid van het ministerie; zij gaan over de budgettaire kaders. Daarbij geldt ook dat deze kaders geen recht zijn voor een sector; het zijn maxima. De daadwerkelijke uitgaven in een sector zijn dus leidend voor de kostenontwikkelingen in de sectoren en de impact op de zorgpremie.

De sector wijkverpleging onderschrijdt al een paar jaar op rij. In financiële zin is deze budgettaire verschuiving dus verdedigbaar. Echter, mijn fractie vindt het qua uitstralingseffect wel een ingewikkelde en wrange beslissing. De beweging richting meer naar de wijk, opnames voorkomen in ziekenhuizen en langer thuis zitten, betreft natuurlijk voor een belangrijk deel de inzet van onze wijkverpleegkundigen. Daar komt ook nog eens bij dat verzekeraars hebben onderkend dat zij deze zorg te scherp op prijs hebben ingekocht. Dat is contrair aan deze beweging. Daarom kwam er ook extra geld beschikbaar in het Integraal Zorgakkoord. Is de minister het met mij en mijn fractie eens dat er in plaats van minder, veel meer geïnvesteerd moet worden in de wijkverpleging, de thuiszorg en het sociaal domein?

Voorzitter. Er is meer. In de ggz, de thuiszorg en de verstandelijkgehandicaptenzorg werkt een factor vijf van het aantal zorgmedewerkers in ziekenhuizen. Kan de minister uitleggen hoe zij de deskundigheidsbevordering voor deze groep faciliteert?

Voorzitter. Dan tot slot. We weten allemaal dat Nederland op dit moment onvoldoende is voorbereid op een volgende pandemie. Mijn fractie is voor bezuinigen waar mogelijk. Maar in plaats van bezuinigen zou er wél geïnvesteerd moeten worden in pandemische paraatheid. De vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid heeft zich laten informeren door een viertal deskundigen. Die zijn die mening eveneens toegedaan. Mijn vragen aan de minister zijn dus als volgt. Hoe kijkt zij naar de gevaren van een volgende pandemie? Hoe denkt zij de pandemische paraatheid vorm te geven en te financieren?

Voorzitter. Ik ben hiermee aan het einde van mijn bijdrage gekomen. Ik wacht de beantwoording van de minister graag af.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kaljouw. Dan is nu het woord aan mevrouw Bezaan van de fractie van de PVV.