Verslag van de vergadering van 1 april 2025 (2024/2025 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.29 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Talsma i (ChristenUnie):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Uit het debat van vorige week en de aanvullende stukken is het mijn fractie duidelijk geworden dat de stelligheid waarmee met name het standpunt werd betrokken dat de staat niet de intentie had om bindende afspraken te maken en dat het volkomen legitiem zou zijn om de nakoming van die afspraken achteraf eenzijdig afhankelijk te maken van de begrotingsruimte, op zijn zachtst gezegd enige relativering behoeft. Ik zou graag een bevestiging van de minister willen dat hij dat ook zo ziet.
De analyse van de afdeling WJZ van het departement van deze minister, van 11 juli 2024, wijst uit dat er een kans bestaat dat de rechter bij een rechtsgang oordeelt dat het bestuursakkoord juridisch bindend is. Mijn fractie deelt deze analyse. De door deze minister voorgestelde begroting bevat dus een juridische kwetsbaarheid. De vraag is wat de consequenties hiervan zijn voor de rechtmatigheid en de uitvoerbaarheid van de totale OCW-begroting van 2025. De mogelijkheid dat een bepaald onderdeel uiteindelijk juridisch geen standhoudt, heeft volgens mijn fractie niet als vanzelfsprekend tot gevolg dat de rechtmatigheid van de totale begroting in het geding is. Dat hangt in dit geval sterk af van de omvang van de financiële consequenties. Van belang is dus wat het effect zou zijn op de totale OCW-begroting als de rechter de minister zou dwingen tot volledige nakoming van de gemaakte afspraken.
Vorige week noemde de minister in dit verband een bedrag van 232 miljoen euro in 2025. Is dat inderdaad de volledige optelsom van alle afspraken waarvan de rechter nakoming zou kunnen bevelen? Ik zou graag extra duiding en toelichting van de minister krijgen bij dit bedrag. Wat betekent dit voor de totale OCW-begroting van 2025? Kan hij een tegenvaller van deze omvang opvangen? Minstens zo belangrijk als de financiële consequenties is de impact op de betrouwbaarheid van de overheid. Dit vertrouwen staat hier danig op de tocht, ondanks de grootse formuleringen in het regeerprogramma van dit kabinet over de overheid als betrouwbare steunpilaar, vertrouwen als basis van elke relatie en het herstel van geschonden vertrouwen. Prachtige woorden, die de volle steun van mijn fractie krijgen, maar kan de minister heel concreet aangeven hoe hij ze in dit geval gaat waarmaken?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de andere leden in de derde termijn nog het woord? Er was geloof ik nog één enkele vraag.
Mevrouw Roovers i (GroenLinks-PvdA):
Eén enkele vraag. Ik vond de woorden "juridische kwetsbaarheid" prachtig. Dat leek mij eerlijk gezegd een eufemisme, maar ik heb het meteen genoteerd. Mijn vraag aan de heer Talsma is de volgende, via de voorzitter. Geldt de juridische kwetsbaarheid die hij formuleert voor de minister, omdat hij er niet zo fraai op staat als dit straks voor de rechter moet worden uitgevochten, of ook voor het aanzien van de overheid, de beide Kamers en voor de betrouwbaarheid van de overheid in z'n algemeenheid?
De heer Talsma (ChristenUnie):
Nee, de juridische kwetsbaarheid gaat over het juridische proces. De juridische kwetsbaarheid gaat over het feit dat de rechter zou kunnen oordelen dat de Staat, en niet de minister, gehouden is tot nakoming van alle gemaakte afspraken of een deel van de gemaakte afspraken. Dat is de juridische kwetsbaarheid. Over de betrouwbaarheid heb ik iets anders gezegd. Die raakt de overheid als geheel, waarvan deze minister in dit geval de verpersoonlijking is.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.