Verslag van de vergadering van 18 maart 2025 (2024/2025 nr. 22)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.39 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (PvdD):
Dank, voorzitter. De onderwerpen van vandaag, asiel en migratie, zijn onderwerpen waarop het al jarenlang heel erg misgaat. Er is jarenlang te weinig geïnvesteerd in de opvang van asielzoekers, waardoor het lijkt alsof er veel vluchtelingen naar Nederland komen, maar dat is niet het geval. Het aantal asielaanvragen in Nederland ligt nog steeds onder het Europese gemiddelde. De overheid is simpelweg niet in staat om een deugdelijke opvang te organiseren, asielaanvragen efficiënt te behandelen en voldoende goedkope woningen beschikbaar te stellen voor statushouders, en uiteraard ook voor andere mensen die een woning zoeken.
En dat terwijl dit toch geen hogere wiskunde behoeft, maar simpelweg voldoende middelen en menskracht. Een kind kan de was doen, zou je denken. Dat dachten velen ook bij het afhandelen van de schade in Groningen en het oplossen van de toeslagenaffaire, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar de overheid blijkt niet in staat om vrij eenvoudige administratieve processen effectief en efficiënt uit te voeren. De overheid kan geen beleid meer implementeren, lijkt het. Een trend over de hele breedte van het kabinetsbeleid. Hoe zijn we zover gekomen, vraag ik de minister. En belangrijker: wat gaat het kabinet hieraan doen?
Voorzitter. Volgens de Partij voor de Dieren ligt het antwoord op deze vraag voor de hand. Achtereenvolgende kabinetten hebben de afgelopen decennia de problemen niet wíllen oplossen. Stikstof, klimaat, te weinig capaciteit in de asielketen: de problemen zijn er en de oorzaken zijn bekend, maar deze oorzaken worden niet aangepakt. Is het struisvogelpolitiek of is het doelbewuste struisvogelpolitiek om bepaalde belangen te verdedigen? Met andere woorden, wordt niet-doeltreffende en niet-doelmatige implementatie van wetgeving ingezet als politiek instrument?
Tijdens het debat over de LVVN-begroting heeft mijn fractie al aandacht gevraagd voor het feit dat open normen in wetgeving decennialang niet worden uitgewerkt, zodat regels niet hoeven te worden gehandhaafd. Het lijkt er dus op dat er kabinetsbreed doelbewust wordt getreuzeld met het verder uitwerken van beleid, dat beleid slecht wordt geïmplementeerd en dat er te weinig wordt geïnvesteerd, en dit alles om politieke redenen. Graag een reactie van de minister op deze reflectie.
Dit wanbeleid is niet onschuldig. Het maakt slachtoffers. Mensen die zijn gevlucht voor oorlog en geweld, worden jarenlang aan het lijntje gehouden, zelfs als het gaat om gezinshereniging, en kunnen dus niet verder met hun leven. Dat is toch onacceptabel? Wat als de minister zelf zou moeten vluchten? Dat zou ze toch ook menselijk willen worden behandeld en haar gezin zo snel mogelijk weer willen terugzien? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Wat ten grondslag ligt aan al dit wanbeleid, is het fenomeen dat in het Engels "othering" wordt genoemd: het definiëren en verzekeren van iemands eigen zogenaamd normale positieve sociale identiteit door het distantiëren van een other, vaak een groep. Hiermee wordt de ander vaak onbewust minder belangrijk gemaakt. De invloed van deze categorisering is terug te zien in veel van dit kabinetsbeleid. Zo worden de belangen van de mens structureel boven die van de natuur en niet-menselijke dieren geplaatst. Zo wordt bijvoorbeeld ook het zonder verdoving couperen van de staart van biggetjes genormaliseerd, terwijl het couperen van staarten bij honden zelfs onder verdoving bij wet verboden is. Als een dier wordt gecategoriseerd als landbouwhuisdier, heeft hij of zij volgens de wet dus minder recht op welzijn dan een dier dat wordt gecategoriseerd als gezelschapsdier. Dit fenomeen van othering heeft ook invloed op het asiel- en migratiebeleid van dit kabinet, waar de belangen en het welzijn van vluchtelingen worden gezien als minder belangrijk dan die van Nederlanders.
De heer Van Hattem i (PVV):
Dat othering is toch een interessant fenomeen. Als we dat nou eens toepassen op de situatie van voorrang voor statushouders. Het woord alleen al: statushouders. Dat geeft dus aan dat mensen een bepaalde status hebben ten opzichte van andere mensen in dit land. Dat past waarschijnlijk in diezelfde categorie. Die krijgen dan ook nog eens voorrang op de woningmarkt. Kunnen we die theorie ook op die manier uitleggen, vraag ik aan mevrouw Visseren van de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):
Ik zou in mijn beantwoording van deze vraag een stap terug willen doen. Ik kom er ook nog over te spreken verderop in mijn betoog, namelijk dat we het probleem groter moeten zien. Er is enorme woningnood in Nederland. Als we de problemen met stikstof, woningnood en opvang van asielzoekers integraal zouden aanpakken, zouden we aan geen enkele groep voorrang moeten hoeven te geven. Omdat de problemen jaar in, jaar uit door afgelopen kabinetten niet zijn opgelost, zoals ik eerder al betoogde, komen we voor dit soort keuzes te staan. Othering is dus het gevolg van wanbeleid van kabinet op kabinet.
De heer Van Hattem (PVV):
Dan stellen we dus vast dat de otheringtheorie van toepassing is op het met voorrang verlenen van woningen aan statushouders, dus dat de gewone Nederlander wordt achtergesteld. Dat is dan het geval. En wat stikstof betreft: partijen als de Partij voor de Dieren lopen alleen maar te ... Ik zal het niet "drammen" noemen, maar ze lopen wel voortdurend te pleiten om die regels steeds strenger te maken, zodat er inderdaad minder woningbouw kan plaatsvinden en er minder ruimte is voor woningen. Ik zou dus zeggen: kijk ook waar de oorzaak van het probleem ligt. Met steeds meer immigratie, door steeds meer mensen in Nederland toe te laten, met massa-immigratie, is er ook steeds minder ruimte om woningen te kunnen bouwen als deze mensen huizen nodig hebben. Dit asielbeleid is dus gewoon keihard nodig.
De voorzitter:
Vervolgt u dan uw betoog.
Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):
Dat was geen vraag, maar ik wil er toch graag op reageren, voorzitter. Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen met het beantwoorden van deze non-vraag. Er zitten namelijk zó veel stellingen in die feitelijk onjuist zijn, dat ik eigenlijk niet weet waar ik moet beginnen.
De voorzitter:
Gaat u dan gewoon door met uw betoog.
Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):
Maar ik vind het wel belangrijk om onze feiten hier in dit huis op orde te hebben.
De voorzitter:
Wel kort.
Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):
De grootste oorzaken van het stikstofprobleem zijn de intensieve veehouderij in Nederland, de industrie en andere sectoren. De heer Van Hattem weet net zo goed als ik dat die problemen decennialang niet zijn opgelost. Dat zijn de oorzaken van het stikstofprobleem. Eigenlijk zegt de heer Van Hattem dat mijn betoog correct is. Kabinet na kabinet heeft de problemen niet opgelost, waardoor we nu in deze situatie zitten. Kabinet na kabinet heeft die problemen niet opgelost om de reden dat het politiek niet uitkwam en omdat ze een politiek van othering uitvoerden. Afijn.
Het fenomeen van "othering" heeft dus ook invloed op het asiel- en migratiebeleid van dit kabinet, waarin de belangen en het welzijn van vluchtelingen worden gezien als minder belangrijk dan die van Nederlanders. Othering vindt dus overal plaats. De enige manier om daar wat aan te doen, is door het zichtbaar te maken, te bekritiseren, bij wet in de praktijk onmogelijk te maken en, op een meer persoonlijke manier, door altijd te proberen je in te leven in de positie van de ander. Ik vraag hierbij dus via de voorzitter aan de minister wat zij vindt van de manier waarop mensen worden behandeld in het Nederlandse asielsysteem, niet als minister of als Nederlander, maar als mens. Welke plannen heeft zij om deze omstandigheden te verbeteren? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal meer inhoudelijke vragen over de begroting. Ik richt me hierbij op de meest urgente problemen in de asielopvang en sluit me aan bij vragen die veel collega's ook al hebben gesteld. Deze meest urgente problemen in de asielopvang zijn de achterstanden in het verwerken van de aanvragen, het tekort aan reguliere opvangplekken en het gebrek aan doorstroom van statushouders. Door deze problemen verblijven vluchtelingen te lang in de opvang, vaak, zoals ook al gezegd door collega's, op noodopvanglocaties, die heel erg duur zijn en bovendien helemaal niet geschikt zijn voor langdurig verblijf. Investeren om deze urgente problemen op te lossen is dus noodzakelijk.
Ik vraag dus aan de minister wat haar concrete plannen zijn om in de komende één à twee jaar de achterstanden in de aanvragen weg te werken, voldoende reguliere opvangplekken te realiseren, zodat noodlocaties niet meer nodig zijn, en voldoende doorstroomlocaties en reguliere woningen voor statushouders te realiseren. Werkt het kabinet aan een integrale aanpak om de problemen van stikstof, woningnood, asielopvang en woningen voor statushouders in samenhang op te lossen? Hoe ziet deze aanpak er dan uit? Op welke termijn worden deze problemen in samenhang opgelost?
Voorzitter. Er verblijven momenteel meer dan 16.000 kinderen en minderjarigen in de asielopvang — collega's noemden die cijfers ook al — van wie bijna 6.000 in noodopvanglocaties. Uit het schriftelijk overleg blijkt dat niet bekend is hoeveel procent van de leerplichtige kinderen daadwerkelijk naar school gaat. Ongelofelijk. Dat zeiden collega's ook al. Is de minister bereid om deze gegevens inzichtelijk te maken of te laten maken? Het is met name zó van belang dat kinderen naar school gaan gezien de duur van het verblijf in de asielopvang.
Voorzitter. In Nederland wonen meer dan 150.000 Syriërs, van wie het merendeel naar Nederland kwam als vluchteling. Is de minister voornemens om Syrië, ondanks de situatie en de gevechten daar, veilig te verklaren, en daarmee gedwongen terugkeer mogelijk te maken? Mijn fractie maakt zich daar grote zorgen over.
Voorzitter. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt keer op keer dat ons asielbeleid zorgt voor nog meer trauma's onder asielzoekers. Denk aan de lange wachttijden en de daarmee gepaarde onzekerheid, geluidsoverlast en gebrek aan privacy in de opvang, eenzaamheid en werkeloosheid. Dit alles kan leiden tot psychische klachten. Maatregelen die zorgen voor langere wachttijden, verdere versobering van de opvang en het beperken van het recht op een gezinshereniging zullen die klachten alleen nog maar verergeren. Tegelijkertijd kent Nederland maar één gespecialiseerd behandelcentrum voor vluchtelingen. Dit centrum, Veldzicht, gaat grotendeels dicht voor asielzoekers. Kan de minister hierop reflecteren?
De minister stelt meerdere malen in het schriftelijk overleg dat de zeer lage begroting voor de jaren 2027 en verder tot stand is gekomen doordat het vorige kabinet maar drie jaar vooruit heeft begroot. Waarom begroot het kabinet op deze wijze? Dit lijkt mij echt volstrekt onverstandig. Is er hiermee niet altijd een tekort, waarvoor dekking moet worden gezocht? Is dit wellicht ook een van de oorzaken waarom er structureel te weinig geïnvesteerd wordt in het asielbeleid? We lopen namelijk altijd achter de feiten aan. Hoe wil de minister voorkomen dat dit probleem zich op de langere termijn blijft voordoen? Wat is de inschatting van de minister voor de benodigde budgetten voor Asiel en Migratie vanaf 2027? In het schriftelijk overleg verwees zij ongeveer zeventien keer naar de Voorjaarsnota, zoals ik al eerder zei. Die komt er best snel aan, dus misschien kan de minister al een tipje van de sluiter oplichten.
Voorzitter, ik rond af. De fractie van de Partij voor de Dieren hoort graag van de minister hoe zij de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting van het ministerie van Asiel en Migratie gaat bewerkstelligen. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister.
Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Visseren-Hamakers. Dan is het woord aan de heer Van den Oetelaar namens Forum voor Democratie.