35.216

Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking



Dit voorstel wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet milieubeheer en voert, ter uitvoering van het regeerakkoord van het kabinet-Rutte IIIPDF-document, een minimum CO2-prijs bij elektriciteitsopwekking in. De minimumprijs ziet op de emissie van broeikasgas (CO2) ten gevolge van elektriciteitsopwekking bij bedrijven die vallen onder het Europese systeem voor handel in emissierechten (EU ETS). Het betreft zowel de CO2-uitstoot van elektriciteitsopwekking door energiecentrales als de uitstoot bij elektriciteitsopwekking die ontstaat bij andere EU ETS-bedrijven (veelal de industrie). De minimum CO2-prijs bestaat uit een combinatie van de CO2-prijs die volgt uit het EU ETS en een nationale belasting.

De minimum CO2-prijs heeft als doel om bedrijven die elektriciteit produceren in een grotere mate te stimuleren om in hun keuzes rekening te houden met de gevolgen van CO2-uitstoot voor het klimaat en de schadelijke consequenties daarvan voor mens en milieu. Met een minimum CO2-prijs voor elektriciteitsproducenten wordt langjarig zekerheid geboden over de minimale hoogte van CO2-kosten die zij moeten betalen, zodat zij dit mee kunnen nemen bij hun investeringsbeslissingen.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Plenair
 
Afkondiging
Staatsblad(en)

De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 22 juni 2021 aangenomen.

Voor: SP, GroenLinks, Volt, DENK, PvdA, Fractie Den Haan, D66, ChristenUnie, VVD, SGP en CDA.

Tegen: BIJ1, PvdD, Groep Van Haga, JA21, BBB, PVV en FVD.

De Eerste Kamercommissie voor Financiën (FIN) heeft op 25 oktober 2021 het voorlopig verslag (EK, B) uitgebracht en wacht op de memorie van antwoord.


Kerngegevens

ingediend

3 juni 2019

titel

Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet milieubeheer voor de invoering van een minimum CO2-prijs bij elektriciteitsopwekking (Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Met ingang van 1 januari 2020. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2020, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.


Documenten