E060077 - Mededeling: een EU-Caribisch Partnerschap voor groei, stabiliteit en ontwikkeling
In COM(2006)86 presenteert de Europese Commissie haar strategie voor een partnerschap met het Caraïbisch gebied. Dit partnerschap is gevormd op basis van de Europese Consensus-aanpak (zie dossier E050113) en het verdrag van Cotonou, en bestaat uit de volgende drie hoofdlijnen om het Caraïbisch gebied bij te staan in haar ontwikkeling zodat kan profiteren van het globaliseringproces.
Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.
document Europese Commissie
COM(2006)86, d.d. 2 maart 2006
commissie Eerste Kamer
beleidsterrein
De commissie voor Europese Samenwerkingsorganisaties heeft tijdens de vergadering op 10 oktober 2006 besloten de onderhavige mededeling alsnog onder de aandacht te brengen van een vakcommissie en wel de commissie voor Nederlands-Antilliaans en Arubaanse Zaken.
Op 30 januari 2007 heeft de commissie voor Nederlands-Antilliaans en Arubaanse Zaken met instemming kennisgenomen van de mededeling. Zij zal de mededeling ook bij de Staten van Aruba en de Nederlandse Antillen onder de aandacht brengen.
-
korte aantekening Commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken - 37120/J/LA
30 januari 2007 -
De regering oordeelt in fiche één twijfelachtig over de subsidiariteit van deze mededeling. Zij is namelijk van mening dat de mededeling dusdanig algemeen van aard is, dat er onduidelijkheid bestaat over de taakverdeling tussen de Gemeenschap en de lidstaten. Het oordeel van de regering over de proportionaliteit van dit stuk is positief. De regering stelt dat een mededeling het juiste middel is om een strategie uiteen te zetten.
In haar standpuntbepaling geeft de regering aan dat zij de standpunten van deze mededeling ondersteunt. Nederland heeft een specifiek belang bij deze strategie omdat ook de Nederlandse Landen en Gebieden Overzee eronder vallen. De regering verwacht desalniettemin dat deze strategie geen consequenties zal hebben voor de relaties tussen Nederland en deze gebieden.
De Commissie is voornemens met deze mededeling het partnerschip tussen de EU en de Cariben (strategie geldt voor de volgende landen: Antigua en Barbuda, Barbados, Bahamas, Belize, Dominica, Dominicaanse Republiek Grenada, Guyana, Haïti, Jamaica, St Kitts en Nevis, St Lucia, St Vincent en de Grenadinen, Suriname en Trinidad and Tobago) te verdiepen. De mededeling gaat uit van gelijkheid, partnerschap en ownership en schetst de contouren voor het toekomstige EU beleid vis-à-vis de Cariben. Het doel is een partnerschap op te zetten waarin de twee partijen zich zullen inzetten voor de strijd tegen armoede, eventuele dreigingen gezamenlijk aanpakken en waken over vrede, veiligheid en stabiliteit. De EU zal ook assisteren in de specifieke uitdagingen waarvoor de Caribische regio zich geplaatst ziet. De Commissie geeft aan dat de voornamelijk kleine eilandstaten in het gebied uiterst kwetsbaar zijn door hun kleine, open economieën en zwakke onderhandelingscapaciteit, alsmede door hun geografische ligging als gevolg waarvan ze regelmatig getroffen worden door natuurrampen. Daarnaast wordt de regio gekenmerkt door sociale en economische ongelijkheid en een diepgewortelde drugs- en corruptieproblematiek.
Het voorstel is gebaseerd op de principes van de EU-ontwikkelingsstrategie, de Europese Consensus van 2005 en het verdrag van Cotonou. Daarnaast richt de strategie zich op de drie EU-thema's voor deze regio:
-
-Politiek partnerschap, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden,
-
-Gerichtheid op de kwetsbaarheid van economie en milieu alsmede regionale integratie,
-
-Versterking van de sociaal-economische samenhang en armoedebestrijding.
Voorkomen moet worden dat de regio afglijdt naar politieke instabiliteit en dat de landen van Middle Income Countries naar Low Income Countries verworden. De belangrijkste zwaktes in de regio moeten worden aangepakt opdat zowel de sociaal-economische samenhang wordt verzekerd alsook de economische concurrentiepositie wordt verbeterd. De Caribische regio zal uiteindelijk in staat moeten zijn zich te wapenen tegen de gevolgen van globalisering en zich staande weten te houden in het mondiale ontwikkelingsproces.
In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.
In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.
In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.