Vragen over Eigenmiddelenbesluit en MFK 2021-2027



De vaste Kamercommissies Financiën (FIN) en Europese Zaken (EUZA) stelden de afgelopen maanden vragen aan de regering over twee begrotingsvoorstellen van de Europese Commissie. Aan minister Kaag van Financiën stelden de commissies vragen over het Eigenmiddelenbesluit van de Europese Unie (EU) en de herziening van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van 2021-2027.

Eigenmiddelenbesluit

De financiering van de EU-begroting wordt geregeld door het Eigenmiddelenbesluit (EMB). Op 22 december 2022 publiceerde de Europese Commissie drie voorstellen ter wijziging van het EMB. De voorstellen voegen drie eigen middelen toe en wijzigt het besluit niet. De EU-lidstaten dragen deze eigen middelen af aan de begroting op basis van een afdrachtenpercentage. De drie voorgestelde eigen middelen zouden ervoor moeten zorgen dat er een afdracht plaatsvindt op basis van:

  • 1. 
    25% van de potentiële inkomsten uit het Emission Trading System (ETS);
  • 2. 
    De verwachte opbrengsten die voortvloeien uit het beleidsvoorstel tot een mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens; en
  • 3. 
    Het Inclusive Framework (IF) van de OESO/G20 overeengekomen akkoord dat voorziet in een herverdeling van winsten en belastingheffingsrechten tussen landen.

Herziening MFK 2021-2027

Tegelijk met de herziening van het EMB stelde de Europese Commissie een aanpassing van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor om uitgaven mogelijk te maken voor vervroegde aflossing en rentebetalingen van Next Generation EU (NGEU)-leningen en voor het voorgestelde sociaal klimaatfonds.

Vragen Eerste Kamer over EMB en MFK

Op 29 maart 2022 stelden de fracties van de VVD, CDA, ChristenUnie en GroenLinks gezamenlijk met de PvdA in de commissies EZK/LNV, IWO, FIN en EUZA vragen aan minister Kaag van Financiën naar aanleiding van de voorstellen. Er werden onder andere vragen gesteld over de het correctiemechanisme van het afromingspercentage van het ETS op basis van het bruto nationaal inkomen (bni), het nationale afdracht percentage van 75% van de CBAM aan de Europese Commissie en de noodzaak van een sociaal klimaatfonds.

De minister stelt in het antwoord van 9 mei 2022 onder meer dat de Europese Commissie het solidariteitsaanpassingsmechanisme bij het afromingspercentage van het ETS toepast om te voorkomen dat sommige lidstaten tijdens de overgangsperiode naar een duurzamere economie en samenleving onevenredig veel bijdragen aan de EU-begroting in vergelijking met de omvang van hun economie, en er zo voor zal zorgen dat elk land een rechtvaardige bijdrage levert. Ook geeft de minister aan dat voor het kabinet de afdracht op basis van het bni het uitgangspunt voor de EU-afdrachten vormt.

Over het afdracht percentage van 75% van CBAM geeft de minister aan dat het kabinet openstaat tegenover het voorstel voor een nieuw eigen middel op basis van CBAM-opbrengsten en het positief vindt dat in het voorstel een deel van de CBAM-opbrengsten naar nationale begrotingen van de lidstaten gaat. Ook gaat de minister in op de verschillen tussen het nieuwe Sociaal Klimaatfonds en het Europees Sociaal Fonds. Het kabinet staat terughoudend tegenover enkele plannen die omschreven staan in het Sociaal Klimaatfonds, aangezien Nederland een gericht nationaal en lokaal beleid heeft ten aanzien van inkomensondersteuning en armoedebestrijding.

Op 17 mei 2022 besloten de commissies Financiën, EZK/LNV en EUZA het antwoord te betrekken bij de Algemene Europese Beschouwingen van 7 juni 2022, en besloten de commissies de behandeling van de voorstellen plaats te laten vinden bij de commissies Financiën en Europese Zaken. Op 24 mei 2022 besloten de commissie Financiën om alsnog nadere vragen te stellen naar aanleiding van het antwoord van de minister.

Meer informatie over de behandeling


Deel dit item: