Grote bezwaren in Eerste Kamer tegen partnerkorting AOW



Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft grote bezwaren tegen het voorstel van de regering om per 1 januari 2011 een generieke korting van 8% toe te passen op de toeslag voor een partner van een AOW-gerechtigde, die zelf jonger is dan 65 jaar. Dit werd maandag 20 december duidelijk tijdens een debat over het voorstel in de senaat.

Vooral de oppositiefracties keren zich tegen het voorstel, dat nog onder het vorige kabinet Balkenende is ingediend bij de Tweede Kamer. De toenmalige regeringspartijen PvdA en ChristenUnie voelen zich nu niet meer gebonden aan de maatregel, die mede is voorbereid door de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Klijnsma (PvdA). Alleen wanneer het gezamenlijke inkomen van de AOW'er en diens partner minder is dan 110% van het wettelijk minimumloon, blijft volgens het regeringsvoorstel de korting achterwege, maar deze inkomensgarantie is volgens een meerderheid van de Eerste Kamer ontoereikend.

Ook de fracties van CDA en VVD uiten bezwaren tegen de voorgestelde maatregel. Woordvoerders van deze regeringspartijen wijzen op de inbreuk die het voorstel maakt op de eenvoud van de AOW-regeling, nu het gezamenlijk inkomen van partners een rol gaat spelen. Een ander punt van kritiek dat breed werd gedeeld in de Kamer is de versnelde invoering van de maatregel, terwijl veel eerder was toegezegd dat de partnertoeslag pas vanaf 2015 wordt afgeschaft. Woordvoerder Kuiper van de ChristenUnie, die ook sprak namens de SGP, noemde de maatregel daarom een 'overvalbezuiniging'. Beide partijen hebben grote bezwaren tegen dit voorstel, aldus senator Kuiper.

De redenering van minister Kamp dat het inkomensverlies als gevolg van de korting kan worden opgevangen als de partner veertien dagen per jaar betaald werk verricht, werd tijdens het debat in de Eerste Kamer door meerdere fracties van de hand gewezen. Enkele woordvoerders wezen op de grote problemen die juist ouderen hebben om hun baan te behouden dan wel een baan te vinden als zij baanloos zijn geworden. Minister Kamp antwoordt de Kamer op dinsdag 21 december om 13.30 uur.


Deel dit item: