T01351

Toezegging Motie Eigeman ontwerpen beleidskader (32.500 V)



De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van de motie van het lid Eigeman (PvdA), toe in de volgende begroting te kijken naar samenwerking met andere landen, samenhang met de Europese Unie, het vermijden van het ontstaan van verweesde staten en daarbij oog te houden voor hoe de verschillende onderdelen van het beleid bij elkaar passen.


Kerngegevens

Nummer T01351
Status voldaan
Datum toezegging 5 april 2011
Deadline 1 januari 2012
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Kamerleden drs. J.H. Eigeman (PvdA)
Commissie commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen ontwikkelingssamenwerking
Kamerstukken Begrotingsstaten Buitenlandse Zaken 2011 (32.500 V)


Uit de stukken

Handelingen I 2010-2011, nr. 23, item 8, blz. 51

Motie

De voorzitter:

Door de leden Eigeman, Thissen, Willems, Smaling en Meurs wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslagingen in het debat over de effectiviteit van het beleid op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking;

constaterende dat Nederland in zijn nieuwe beleid op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking ondersteuning van onderwijs en gezondheidszorg als een posterioriteit beschouwt;

constaterende dat de regering in haar nieuwe beleid het stimuleren van bedrijvigheid prioriteit wil geven;

overwegende dat economische ontwikkeling in algemene zin en in het bijzonder in ontwikkelingslanden gebaat is bij gezonde en adequaat opgeleide mensen;

overwegende dat voor Nederland belangrijke sleutelfactoren in het ontwikkelingsbeleid, zoals voedsel en water, vooral effectief zijn in een samenhangende aanpak;

overwegende dat het noodzakelijk is om samenwerking in het verband van de EU te versterken om redenen van meer efficiency en een hogere effectiviteit maar ook om te voorkomen dat ontwikkelingslanden het geheel zonder financiële en economische steun van de rijke landen moeten doen (verweesde staten);

verzoekt de regering, met het oog op de begroting 2012 en volgende een nader beleidskader voor het stimuleren van bedrijvigheid in ontwikkelingslanden te ontwerpen waarin onderwijs, publieke gezondheidszorg en de focus op voedsel en water meer in samenhang worden aangepakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter K (32500-V).

Handelingen I 2010-2011, nr. 23 - blz. 59

Staatssecretaris Knapen:

Ik wil een kleine poging doen tot interpretatie – en niet manipulatie, ik zeg het precies zoals het is – van de tweede motie van de heer Eigeman. Ik zou deze motie namelijk graag als ondersteuning willen zien. In de motie wordt het kabinet gevraagd om te komen tot een samenhangend beleid met betrekking tot de thema's waarvoor wij kiezen, onderwerpen als onderwijs en publieke gezondheidszorg. Als ons in de motie wordt gevraagd om in een volgende begroting te kijken naar samenwerking met andere landen, samenhang met de Europese Unie, het vermijden van het ontstaan van verweesde staten, en de motie niet betekent dat de focus en de zwaartepunten die wij nu kiezen, weer worden uitgebreid met nieuwe zodat van onze focus niets overeind blijft, zou ik deze motie graag zien als ondersteuning van het beleid. Dit past ook bij de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid waarop wij mogen worden afgerekend bij de nadere vormgeving van ons beleid. Wij mogen niet gaan zwalken. Ik zou de motie dus zo willen interpreteren. De punten die de heer Eigeman in de motie noemt, horen hierbij. Onderwijs en gezondheidszorg zijn belangrijk. Wij zeggen alleen dat wij niet alles willen doen; wij willen kijken of wij kunnen focussen op bepaalde onderdelen van het beleid, waarbij wij het verschil kunnen maken en waarnaar ons wordt gevraagd. Als ik de motie zo mag interpreteren en wij desalniettemin oog houden voor hoe het een bij het ander past zodat de puzzel klopt, wil ik haar graag beschouwen als ondersteuning van het beleid.

De heer Eigeman (PvdA):

Voorzitter. Als dit al een ondersteuning zou zijn van het beleid, geef ik de staatssecretaris graag mee dat ik verwacht dat daar actief invulling aan wordt gegeven, dus dat er bij de voorbereiding van de begroting een nadere uitwerking komt, waarin inderdaad recht wordt gedaan aan het uitgangspunt van focus, zulks tezamen met duidelijke keuzes bij de taakverdeling. Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat onderwijs en publieke gezondheidszorg belangrijk zijn. Ik wil dat hij ervoor gaat zorgen, in samenwerking met onze partners in Europa en multilaterale organisaties, dat de institutionele omgeving van publieke gezondheidszorg en onderwijs wordt geborgd. Nederland hoeft daarin niet direct een taak voor zichzelf te zien, maar wil het ontwikkelingsbeleid effectief zijn, dan moet daarop worden ingezet. Dat is namelijk ook onze zorg. Als wij het hierover eens kunnen zijn en de staatssecretaris deze uitspraak beschouwt als ondersteuning van het beleid, kan ik daar alleen maar blij mee zijn.

Staatssecretaris Knapen:

Na deze nadere interpretatie van mijn interpretatie herken ik het als ondersteuning van het beleid. Het past overigens ook bij ons voornemen om, waar wij activiteiten reduceren, niet zomaar weg te wandelen, maar te kijken hoe daarmee verder kan worden gegaan. Vrij recent hadden we het voorbeeld van Mozambique, waar andere landen bepaalde dingen die wij niet meer deden, van ons overnamen. Wij beschouwen het dus als ondersteuning van het beleid als u zegt: bied ons het hele plaatje. Maar als u er nog wat aan hebt toe te voegen, weet ik het nog niet.

De heer Eigeman (PvdA):

Ik heb er niets aan toe te voegen. Ik wil slechts constateren dat ik met belangstelling zal uitkijken naar de toelichting op de begroting voor 2012; niet vanaf deze bankjes, maar misschien zit ik die dag wel hierboven.


Brondocumenten


Historie