Bijstand kunstenaars wordt ingetrokken



De Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik) - een speciale bijstandsregeling voor deze beroepsgroep - wordt per 1 januari 2012 ingetrokken. Ook de stichting Cultuur-Ondernemen houdt dan op te bestaan. De taken worden overgenomen door een afdeling van het ministerie van OCW. De Eerste kamer heeft op 20 december ingestemd met de intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars (32701). De fracties van VVD, CDA, PVV en SGP (38 zetels) stemden voor dit voorstel; de overige fracties (37 zetels) stemden tegen.

Met dezelfde stemverhouding werden enkele moties verworpen. Een motie van Kamerlid Sent (PvdA) drong aan op uitstel van de maatregel omdat de regering geen overgangsrecht hanteert bij het intrekken van de WWIK. Het uitstel zou moeten duren tot een werkbaar alternatief zou zijn uitgewerkt in het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ). Staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) antwoordde dat hij naar mogelijkheden wil zoeken om kunstenaars in de BBZ onder te brengen. Ook een motie Scholten (D66) haalde het niet. Volgens senator Scholten zou het wetsvoorstel niet aangenomen moeten worden voordat een adequaat overgangsrecht is vastgesteld in een separaat wetsvoorstel.

Een motie Elzinga (SP) vroeg voorzieningen naar aanleiding van de opheffing van de stichting Cultuur-Ondernemen. Er verdwijnen daardoor veertig volledige arbeidsplaatsen. Volgens senator Elzinga  leidt dit tot hoge frictiekosten waarvoor op de begroting van SZW geen voorziening is getroffen. Ook deze motie werd door een krappe meerderheid van VVD, CDA, PVV en SGP verworpen.

Sinds 1998 hebben duizenden kunstenaars na een bijstandsperiode van gemiddeld twee jaar een zelfstandige beroepsuitoefening en eigen inkomen verworven. De voorstanders van intrekking van de bijstandsregeling voor kunstenaars waren het eens met de opvatting van de regering dat kunstenaars geen voorkeursbehandeling behoeven. De tegenstanders wezen op het succes van de regeling.


Deel dit item: