Plenair Nagel bij voortzetting behandeling Publieke mediadienst



Verslag van de vergadering van 1 maart 2016 (2015/2016 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.00 uur


De heer Nagel (50PLUS):

Voorzitter. De slotbehandeling in deze Kamer van de wijziging van de Mediawet wordt gekenmerkt door vele tegenstrijdigheden. Hoewel amusement niet hoog in het vaandel van de staatssecretaris staat geschreven, viert het theater van de lach hoogtij als het gaat om benoemingen, de alom gevraagde rust in medialand, de interpretatie van het voorafgaande toezicht op de programmering en het verzoek een krakkemikkige wet toch maar aan te nemen omdat er op diverse momenten in de toekomst talrijke wijzigingen en verbeteringen bij het parlement zullen worden ingediend. Zotter kan het eigenlijk niet: een alom bekritiseerde wet maar aannemen want de verbeteringen komen er aan.

De staatssecretaris spoedde zich op zijn Rocinante naar Utrecht en Hilversum, waarbij het rassoort onduidelijk is gelet op de vele malen dat aan dezelfde steen gestoten werd. Over zijn pogingen toch een meerderheid in de senaat te formeren, hebben wij een eerste belangrijke vraag. De Eerste Kamer heeft geen recht van amendement. Is het juist dat de staatsecretaris bij bepaalde partijen is langsgegaan om te vragen wat hij moest toezeggen om zijn wet aangenomen te krijgen? Is het juist dat er zelfs complete teksten van moties bij hem zijn ingediend waarop hij gereageerd heeft? Wat is de staatsrechtelijke visie van de staatssecretaris in dezen?

Over de benoemingen merk ik het volgende op. De staatssecretaris suggereert steeds dat die volstrekt onafhankelijk zijn gedaan conform een aan hem gedane voordracht. Maar het is zonneklaar dat bij de benoeming van een voorzitter van de NTR de staatssecretaris zich in een vroeg stadium met de kandidatenlijst heeft bemoeid en duidelijk heeft gemaakt welke kandidaten voor hem niet aanvaardbaar zouden zijn. Zoals de staatsecretaris het hier in deze Kamer verwoordde: ik heb ze gezegd dat ze hun huiswerk over moesten doen. En zie, het wonderbaarlijke gebeurde: tot verrassing van de staatsecretaris kwam er een voordracht van een VVD-wethouder uit Amsterdam en hij aarzelde geen moment of hij van deze voordracht zou afwijken.

Ook bij de benoeming van de voorzitter van de raad van toezicht van de NPO conformeerde de staatssecretaris zich aan de gedane voordracht. Wat moet hij opgekeken hebben toen bleek dat er wederom een VVD-partijgenoot en oud-wethouder voorgedragen werd, en nog meer dat het een oude bekende was, namelijk de wethouder in Den Haag toen hij daar zelf VVD-fractievoorzitter was! Thuis gekomen moet hij gezegd hebben: wat me vandaag nou is overkomen met de benoemingsadviescommissie; straks denken ze nog dat ik er bemoeienis mee heb gehad. Ja, zulke verrassingen kunnen er zijn. Het is niet waar dat men lid van de "Vrienden Van Dekker", afgekort VVD, moet zijn om in Hilversum benoemd te worden. Nee, een onafhankelijke commissie kwam geheel op eigen initiatief met dit voorstel.

De staatssecretaris zegt toe ook in de toekomst benoemingen te zullen doen volgens de voordracht van de onafhankelijke benoemingsadviescommissie. Maar als een dergelijke, uit drie leden bestaande commissie bestaat uit twee relatief onbekende Nederlanders en de derde een zwaargewicht VVD'er is, namelijk een oud-vicevoorzitter van de Tweede Kamerfractie, oud-VVD campagneleider en momenteel commissaris van de Koning in Gelderland, dan zien sommigen dat toch niet als een redelijk evenwichtig samengestelde commissie. De vraag is hoe we die garantie in de toekomst wel kunnen krijgen.

De 50PLUS-fractie gaat op de benoeming bij de NPO nader in om twee belangrijke redenen. Zoals de toen fungerende raad van toezicht schreef, was deze benoeming onverstandig en in strijd met het profiel. Dat profiel werd als volgt omschreven: belangstelling en gevoel voor de dynamiek in de landelijke politiek zonder zelf politiek actief te zijn. De door de staatssecretaris benoemde voorzitter was wel degelijk politiek actief op het moment dat hij benoemd werd. Dat hij daarna zijn politieke activiteiten staakte, doet daar niets aan af. Het gaat hier om een voor de publieke omroepen zeer schadelijke benoeming. De benoemde heer Bruins was ten tijde van zijn benoeming lid van de commissie die het VVD-programma voor de Tweede Kamerverkiezingen maakte. En we weten wat dat betekent als we kijken naar het huidige VVD-verkiezingsprogramma, waaraan de staatssecretaris ook het zijne heeft bijgedragen. In dat programma staat: de omroepen moeten een kleinere rol krijgen en er zijn maximaal twee publieke televisienetten nodig. En juist mensen die een kleinere rol voor de omroepen onderschrijven, worden benoemd in de raden van toezicht die omstreden invloed vooraf op de omroepen kunnen gaan uitoefenen als deze wetswijziging tenminste wordt aangenomen. Daarbij komt nog dat de benoeming volgens velen in strijd is met de Mediawet; ik zal de argumenten hiervoor niet herhalen. Bijna alle partijen hebben in eerste termijn hierop gewezen, maar de staatssecretaris blijft Oost-Indisch doof.

Intussen is de ravage in medialand door toedoen van de staatssecretaris groot en is er geen sprake van de rust waarom met name door de NPO zo gevraagd was. Uit de brief met toezeggingen van de staatsecretaris van 12 februari blijkt het volgende.

De rol van de minister bij benoeming, schorsing en ontslag van leden van de raad van bestuur wordt in een komend wetsvoorstel verwijderd.

Er wordt naar gestreefd voor de zomer bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in te dienen om het instemmingsrecht van de minister te schrappen bij de raden van bestuur van de NPO en de RPO.

Er komt een serieuze verkenning naar de procedures voor benoemingen in de gehele publieke mediasector en dat kan leiden tot wetswijzigingen.

Er komt ook een verkenning naar de onafhankelijkheid en samenstelling van de benoemingsadviescommissie. De aanpassingen die volgen uit de verkenning zullen zo snel mogelijk in een wetsvoorstel worden opgenomen.

Er komt een wetsvoorstel over de regionale omroep.

Door onder andere de PvdA is in eerste termijn gezegd dat voor het verplicht verstrekken van contractinformatie door NPO en omroeporganisaties een afzonderlijke wettelijke regeling nodig is. De staatssecretaris blijft halsstarrig en komt niet verder dan te zeggen dat hij het nog eens zal bekijken.

Het omstreden punt van het toezicht vooraf is niet weggenomen. De NPO mag bindende inhoudelijke kaders stellen, zie ook de memorie van toelichting. De staatssecretaris is ongevoelig voor artikel 7, tweede lid, van de Grondwet en artikel 10 EVRM, dit ondanks de adviezen van de Raad van State en het advocatenkantoor Stibbe. Voor 50PLUS is dit onaanvaardbaar.

De grote onduidelijkheid over de genrecoördinatoren is volledig blijven bestaan.

De vraag waarom gewoon amusement niet mag en André van Duin en Heel Holland Bakt naar de commerciële omroep moeten worden gejaagd is niet beantwoord

Talrijke en met klem gevraagde toezeggingen worden niet gedaan, zoals over de zelfstandigheid van Omrop Fryslân en het niet verbieden van geheimhoudingsclausules. De volgende spreekster heeft een aantal harde garanties gevraagd, maar grotendeels niet gekregen. We zijn benieuwd naar haar reactie.

Conclusie: wat zijn de toezeggingen waard als het kabinet voortijdig valt? De staatssecretaris heeft een ondeugdelijk wetsvoorstel ingediend; daar kan geen twijfel over zijn. Nu al staat vast dat er vele ingrijpende wijzigingen of aanvullingen nodig zijn. De staatssecretaris heeft de afgelopen jaren voldoende tijd gehad om wel met deugdelijke wetgeving te komen. In plaats daarvan heeft hij geen rust, maar een verdeelde omroepwereld gecreëerd waarin NPO en omroepen tegenover elkaar staan. Naar de mening van de 50PLUS-fractie mag de Eerste Kamer een dergelijke wet niet laten passeren, zelfs niet als er wel voldoende toezeggingen zouden zijn. Het verkiezingsjaar is ingegaan, een kabinet kan voortijdig naar huis gaan en wat er daarna met de aanvullende wetgeving zou moeten gebeuren, komt dan waarschijnlijk in handen van een geheel andere coalitie. Ik zeg met grote nadruk tegen de partijen die wel grote bezwaren hebben tegen dit wetsvoorstel maar overwegen zich te laten paaien door toezeggingen, dat er een situatie kan ontstaan waarin de toezeggingen totaal niets meer waard zijn. Dat mag niet gebeuren. Laat de staatssecretaris snel met een wel degelijk en deugdelijk nieuw wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaan. Dat is het advies dat wij hem graag geven.