Plenair Ruers bij behandeling Wijziging Gemeentewet



Verslag van de vergadering van 13 mei 2014 (2013/2014 nr. 29)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.11 uur


De heer Ruers i (SP):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil de minister hartelijk danken voor zijn uiteenzetting. Ik ben blij dat hij de kritiek van de Ombudsman besproken heeft. De volgende keer zou ik die reactie overigens graag direct hebben, zodat we het er niet achteraf nog een keer over behoeven te hebben. Ik vind het in ieder geval prima dat hij alles nog eens heeft nagelopen. Ik stel met tevredenheid vast, dat de minister nu aangeeft dat hij het met de kritiek van de Ombudsman zoals geformuleerd in het rapport, geheel eens is. Als ik dat verkeerd zie, dus als er punten zijn waar de minister het niet eens is met de Ombudsman in diens rapport, dan hoor ik dat graag in zijn tweede termijn.

Verder ben ik blij met de toezegging van de minister omtrent het onderzoek dat er gaat komen. Het is namelijk heel moeilijk om de grens tussen openbare orde en opsporing zuiver te houden, wat ik wel heel belangrijk vind. Vandaag bespreken we de uitbreiding van de acute situatie, dus het direct nemen van maatregelen. De vraag daarbij is dan wel hoe de burgers dat zullen weten. De minister heeft gezegd dat dit zal worden gecommuniceerd. Dat lijkt mij echter vrij onmogelijk als men om zes uur een besluit neemt om een paar uur later of de volgende dag een gebied aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied; dan kun je volgens mij normaal gesproken niet meer publiceren. Ik zie de burgemeesters toch niet alles gaan twitteren. Een en ander betekent dan toch wel dat als die actie ingezet wordt, de ambtenaren en de politiemensen die deze gaan uitvoeren wel de juiste boodschap meekrijgen van hun superieuren en de driehoek, zodat ze weten wat ze moeten doen? Op het moment dat ze iemand aanhouden voor fouillering en hun de vraag gesteld waarom dat dan moet, moeten ze toch ook in staat zijn die vraag te beantwoorden? Zo niet, krijg je rare situaties.

Ik vergelijk het maar met de situatie van twee jaar geleden rond de asbestaffaire in Kanaleneiland te Utrecht. In een acute situatie werden toen door de verantwoordelijk wethouder hekken om een gebouw gezet, overigens met de beste bedoelingen, maar wel met als gevolg dat op enig moment de kinderen uit een gezin aan de ene kant van het hek stonden en hun ouders aan de andere kant van het hek. De politie stond erbij. Die ouders wilden door het hek heen om naar hun kinderen te gaan, waarop de politie zei dat dit niet mocht. Toen die ouders vroegen waarom dat niet mocht, kregen ze als antwoord: dan moet u bij het stadhuis zijn, want dat weten wij niet. Dat moet je dus voorkomen. Je moet zorgen dat je daar wel mensen neerzet die van de hoed en de rand weten en die ook behoorlijk antwoord kunnen geven. Dat lijkt mij belangrijk als het gaat om een acute situatie.