Plenair Ter Horst bij behandeling Afschaffing algemene tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten



Verslag van de vergadering van 27 mei 2014 (2013/2014 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.20 uur


Mevrouw Ter Horst i (PvdA):

Voorzitter. Nog even los van de inhoud van het wetsvoorstel is het vermeldenswaard dat de regering een wet, die vijf jaar geleden is ingevoerd, nu wegens teleurstellende resultaten intrekt. Het beschikbare geld voor chronisch zieken en gehandicapten kwam goeddeels niet bij de doelgroep terecht, namelijk bij degenen die als gevolg van een ziekte of handicap meerkosten hadden. Zo kreeg 15% van de mensen die ten minste €871 aan meerkosten hadden geen tegemoetkoming. En andersom, had 20% van degenen die een hoge tegemoetkoming kregen, helemaal geen meerkosten. Je kunt het intrekken van een wet verschillend beoordelen. Je kunt zeggen: er is kennelijk destijds niet goed genoeg nagedacht over de voorstellen die nu naar de prullenbak worden verwezen of je kunt zeggen: gelukkig dat een niet goed functionerende maatregel zo snel wordt ingetrokken, dat zou vaker moeten gebeuren. En misschien is alle twee wel waar.

Tevens is vermeldenswaard dat de regering meent dat de gemeenten het beter zullen doen dan het Rijk en dat zij beter in staat zijn, het geld terecht te laten komen bij degenen die het echt nodig hebben. Het was zelfs de bedoeling dat de gemeenten het totale bedrag dat na de bezuiniging van maar liefst 1,3 miljard resteert, namelijk 761 miljoen euro, tot hun beschikking zouden krijgen. De fractie van de Partij van de Arbeid ziet, net als de regering, de voordelen van decentralisatie. Eerlijk gezegd was zij dan ook enigszins verbaasd te constateren dat het merendeel van die 761 miljoen niet naar de gemeenten gaat, maar beschikbaar blijft als fiscale faciliteit. Ik weet dat dit in het Herfstakkoord is afgesproken, maar ik zou graag zien dat de staatssecretaris, die ons dit voorstel nu voorlegt en het hier verdedigt, een inhoudelijke argumentatie geeft voor deze keuze. In de memorie van toelichting op het oude wetsvoorstel is de staatssecretaris immers zeer kritisch over de fiscale aftrek: het is een ongerichte regeling, het geld kan ook naar de niet-doelgroep gaan, de regeling is arbeidsintensief et cetera. Zijn al deze bezwaren ten aanzien van de fiscale faciliteit weggenomen in dit wetsvoorstel waarin ook een fiscale faciliteit zit? Kan de staatssecretaris ook aangeven of, als het hele bedrag van 700 miljoen naar de gemeenten zou zijn gegaan, de mensen met een lager inkomen daarvan meer geprofiteerd zouden hebben dan nu het geval is met een fiscale faciliteit van meer dan 400 miljoen? Kan hij misschien ook aangeven of een door een gemeente te ontwerpen regeling zich slecht zou kunnen verhouden tot de landelijke fiscale regeling? Is dat denkbaar? Tot slot van dit onderdeel wil ik de staatssecretaris vragen om toe te lichten wat zijn collega Wiebes heeft bedoeld met zijn aankondiging aan de Tweede Kamer dat hij de fiscale regeling opnieuw zal herzien. Hierover is enige onrust ontstaan en het zou goed zijn als daar helderheid over komt. Het lijkt de PvdA-fractie nog een hele klus voor de gemeenten om te bepalen of een burger de kosten van een handicap of ziekte wel kan dragen en om, als dat niet het geval is, bij te springen. De PvdA-fractie heeft er echter met waardering kennis van genomen dat de staatssecretaris zijn verantwoordelijkheid neemt, zowel qua invoering van de maatregel als qua monitoring. De doelgroep wordt immers geïnformeerd via het CAK en de rijksoverheid. Er is daartoe een handreiking voor gemeenten beschikbaar die, naar ik geloof, nog dikker is dan de memorie van toelichting, dus dat zal wel goed gaan. Goede voorbeelden worden verspreid en de voor- en nadelen van verschillende varianten worden op een rij gezet. Er zijn al afspraken gemaakt of er zullen nog afspraken worden gemaakt tussen het Rijk en de gemeenten over de monitoring van de bereikte resultaten. Tevens zal de Wmo 2015, waarvan dit in feite een onderdeel is, binnen drie jaar worden geëvalueerd. Dat ziet er dus allemaal heel gedegen uit.

Aan de gemeenten wordt veel beleidsvrijheid gelaten om de regeling zo veel mogelijk af te stemmen op de situatie in de betreffende gemeente. Zelfs een inkomensgrens voor het verkrijgen van een gemeentelijke financiële tegemoetkoming wordt niet vanuit het Rijk opgelegd. Dat is wel eens anders geweest. De Partij van de Arbeid beoordeelt dat positief. Dit betekent uiteraard dat de regeling voor chronisch zieken en gehandicapten van gemeente tot gemeente kan verschillen. Verwacht de staatssecretaris dat de diversiteit in regelingen tussen gemeenten groot zal zijn of denkt hij dat die diversiteit zich binnen een bepaalde bandbreedte zal bevinden? Ten principale vindt de PvdA-fractie gemeentelijke diversiteit verre te verkiezen boven een landelijke regeling die ertoe strekt dat geld terechtkomt bij mensen die het niet nodig hebben en vice versa.

Mevrouw Slagter-Roukema i (SP):

Mevrouw Ter Horst heeft het over de bandbreedte en zij vraagt wat de staatssecretaris daarvan vindt. Heeft mevrouw Ter Horst, als woordvoerder van de fractie, zelf ook ideeën over die bandbreedte? Naast het feit dat de oude regelingen als resultaat hadden dat mensen die het niet nodig hadden geld kregen, waren er natuurlijk ook veel die het geld wel kregen of het juist niet kregen terwijl ze het nodig hadden. Juist die laatste groep moet onze zorg hebben.

Mevrouw Ter Horst (PvdA):

Zeker, maar ik ga ervan uit dat de gemeentelijke regeling een verbetering inhoudt als het gaat over dat maatwerk. Ik ga ervan uit dat de gemeenten er beter in slagen om een grotere groep een financiële tegemoetkoming te geven dan nu met het oude wetsvoorstel het geval is. Dat kan diversiteit betekenen, omdat in de ene gemeente de bevolkingssamenstelling anders is dan in de andere gemeente. Zoals ik al zei: de Partij van de Arbeid is niet zo angstig voor gemeentelijke diversiteit. Wij hebben vertrouwen in de gemeentelijke democratie. Ik hoorde de heer Flierman dat eerder ook al zeggen. Wij hebben vertrouwen in de gemeenteraden die toezicht houden op B en W en die dat uiteraard ook zullen doen als het om deze regeling gaat.

Uiteraard heeft de PvdA-fractie ook naar de inkomenseffecten gekeken. Het feit dat niet iedereen volledig gecompenseerd kan worden, en waarover de staatssecretaris helder is, komt niet zozeer door de aard van de regeling, maar door het feit dat er bezuinigd is op het beschikbare budget voor chronisch zieken en gehandicapten. Dat is buitengewoon zuur. Wij hebben dat bij de aanbieding van de petitie nogmaals gehoord. Het is daarom van het grootste belang dat het beschikbare geld nu dan ook wel terechtkomt bij de mensen die het nodig hebben.

Het is de PvdA-fractie niet duidelijk waarom de staatssecretaris bij vragen uit deze Kamer over de inkomenseffecten alleen het bedrag van 268 miljoen dat aan de gemeenten wordt toegewezen betrekt, en niet de fiscale faciliteit van 438 miljoen. Dat is toch ook geld dat bij mensen terechtkomt en het inkomenseffect mitigeert, of verzacht in dit geval? Wellicht doet de staatssecretaris zich qua redenering tekort. Wil de staatssecretaris nog even ingaan op dit punt, dat wat mij betreft het laatste punt is?