Plenair Dupuis bij behandeling Afschaffing algemene tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten



Verslag van de vergadering van 27 mei 2014 (2013/2014 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.45 uur


Mevrouw Dupuis (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Eind 2008 werd in dit huis wetsvoorstel 31706 plenair besproken. De titel van het wetsvoorstel luidde: Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten. De fractie van de VVD heeft zich toen fel verzet tegen de invoering van dit wetsvoorstel. Ook toen was ik de woordvoerder en terugkijkend lees ik hoeveel ernstige bezwaren wij tegen dit wetsvoorstel naar voren hebben gebracht, die overigens bijna alle gedeeld werden door de Raad van State en door een aantal andere fracties. Ook mevrouw Slagter was er toen bij en kan zich dit vast herinneren. In mijn conclusie in eerste termijn stelde ik vast dat de VVD-fractie "een park met beren op de weg" zag bij de invoering en uitvoering van dit wetsvoorstel. Waarom het geen "bos met beren" was weet ik niet meer. Ik weet wel dat we zeer grote bezwaren hadden. De betiteling "draak van een wet" van collega Ten Horn spreekt mij dan ook nog steeds aan.

Helaas hebben we op alle punten gelijk gekregen. Zo leek ons toen de uitvoerbaarheid onmogelijk, wat ook gebleken is en door de regering in haar memorie van toelichting op het voorliggend wetsvoorstel als een van de redenen voor intrekking van de wet wordt gemeld. Er is sprake van een ongerichte werking en de doelgroep is niet afgegrensd. Dit leidde er uiteindelijk toe dat de tegemoetkoming plaatsvond op basis van "zorggebruik". Dit is een uiterst vaag en ongespecificeerd gegeven, dat geen enkel onderscheidend vermogen blijkt te hebben. Dit heeft bizarre gevolgen: mensen die niet ziek of gehandicapt zijn en bovendien welvarend, krijgen zo maar geld op hun rekening gestort en, veel erger, mensen die het nodig hebben niet. Ook de complexiteit is groot. Er is sprake van diverse soorten tegemoetkomingen, die dan ook weer naast andere toeslagen meehielpen aan het derailleren van de Belastingdienst, waar we deze dagen zo veel over horen. Het aantal toeslagen in de zorg loopt nog verder uit de hand. Daar moet wat aan gebeuren.

Ook de aanleiding van wetsvoorstel 31706 was trouwens dubieus. De wet was namelijk een antwoord op de volledig uit de hand — ook weer! — gelopen fiscale regeling, die bestond uit de mogelijkheid tot het aftrekken van bijzondere uitgaven voor ziektekosten, wanneer die uitkwamen boven een bepaalde drempel, 11% van het inkomen. Dit was de BU-regeling. Het misbruik van deze regeling was dermate groot geworden, dat de regering met een nieuwe regeling kwam. Dat was de wet die nu opgeheven zou moeten worden. Het was 2008, de tijd van het kabinet-Balkende/Bos/Rouvoet. Het was ook de tijd waarin de uitgaven van de overheid in enkele jaren stegen van 250 miljard naar 295 miljard bij gelijkblijvende inkomsten. Daar heeft deze wet zeker toe bijgedragen, want ook bij 31706 zijn de kosten oncontroleerbaar gebleken. Dit was voorspeld, en niet alleen door de fractie van de VVD.

Ik ga niet onze tirade van toen herhalen. Wij hebben toen vol overtuiging tegengestemd, en zijn het dus nu vol overtuiging eens met de afschaffing van dit kostbaar en bureaucratisch monster. Hoe eerder, hoe beter. Daarom hebben wij ook niet meegedaan aan de schriftelijke voorbereiding. Het zou een herhaling van zetten zijn geweest.

Hebben chronisch zieken en gehandicapte medemensen dan geen recht op goede zorg, en een toelage om hun inkomen enigszins op peil te houden? Dat zeker, maar dan wel via één heldere, simpele regeling, met een zeer welomschreven doelgroep en een strenge inkomenstoets. Ook het CDA wijst hierop bij monde van de heer Flierman. En van mevrouw Slagter van de SP hoor ik eigenlijk hetzelfde verhaal. Van dit alles was in de wet van 2008 geen sprake. Het is nu zo dat 2,8 miljoen huishoudens een tegemoetkoming in de zorgkosten krijgen en/of een vergoeding om de last van het eigen risico te verminderen, de zogenaamde Cer-uitkering, en ook nog een fiscale aftrekmogelijkheid hebben van uitgaven voor specifieke zorgkosten. De NRC meldde in de zomer van 2013 dat 90% van alle huishoudens een of meerdere toeslagen krijgen, sommigen zelfs meer dan 15.

Nederland is er erg goed in: het rondpompen van geld. Een hoge belasting- en premiedruk gaat gepaard met talloze toelagen en toeslagen. Deze toekennen, vergt een steeds grotere overheid, maar er is geen enkel zicht meer op of het geheel een rechtvaardig evenwicht oplevert. De VVD-fractie wil graag nadenken over een sociale en billijke bejegening van chronisch zieken en gehandicapten. Maar daarvoor moet wetsvoorstel 31706 allereerst van tafel.

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Mevrouw Dupuis besteedt ruim aandacht aan de verkeerde kanten van de regelingen die wij vandaag afschaffen, maar ik heb haar niet gehoord over hoe zij het voorliggende wetsvoorstel waardeert. Dat zou ik graag van haar willen horen.

Mevrouw Dupuis (VVD):

De hele toeschrijving van de verantwoordelijkheid naar de gemeenten is uiterst problematisch. Dat ben ik met alle collega's eens. Wij hopen daar bij de behandeling van de Wmo verder op terug te komen. Deze wet zien wij echt als een blok aan het been bij een verantwoord optuigen van een systeem. Dat is wat ik hier wil benadrukken. Over hoe het verder moet, valt nog veel te zeggen.

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Dan zou ik mevrouw Dupuis nog willen vragen hoe wij volgens haar tot een regeling voor een sociale en billijke bejegening van chronisch zieken en gehandicapten komen. Dat is iets wat de SP natuurlijk ook toejuicht. Ik heb de staatssecretaris al gevraagd of hij wil toezeggen dat hij in overleg met de betrokken groeperingen bekijkt hoe je wel tot een goede regeling kunt komen. Ondersteunt de fractie van de VVD die vraag aan de staatssecretaris?

Mevrouw Dupuis (VVD):

Ja, die zullen wij zeker mede ondersteunen en wij zullen ook uw suggestie steunen om te bekijken wat de reële zorgkosten zijn, mits een regeling niet fraudegevoelig is. Wij zouden alles toejuichen wat leidt tot een eerlijke en billijke tegemoetkoming. Daarover valt met onze fractie absoluut te praten.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Slagter.

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Misschien kan ik in overleg met mevrouw Dupuis een motie met deze strekking formuleren.

Mevrouw Frijters-Klijnen (PVV):

Mevrouw Dupuis heeft het over een heldere simpele regeling. Dus ik vraag mij af hoe zij de regeling vindt die ik genoemd heb in mijn betoog.

Mevrouw Dupuis (VVD):

U was degene die dat zei, niet mevrouw Slagter. Ja, dat is een optie, maar het is ingewikkeld. Het grote probleem is wie nu precies rechthebbend is op een regeling voor chronisch zieken en gehandicapten. Bij sommigen is het evident; dat geef ik onmiddellijk toe. Maar bij de mensen die heel ernstig beperkt zijn, spelen ook heel andere dingen mee. Die zitten vaak in een instelling, hoewel men dat zo veel mogelijk probeert terug te dringen, omdat dat niet iets is wat je iemand toewenst. Het probleem is dat het lastig is om precies vast te stellen wie in aanmerking komt voor een extra toelage. Mevrouw Slagter zei het ook: we zijn er al tien jaar mee bezig. Ik zit al sinds 1999 in deze Kamer en het gaat maar door. We komen er gewoon niet goed uit. Dat is erg somber, maar ik vind wel dat we ernaar moeten blijven streven.

Mevrouw Frijters-Klijnen (PVV):

Natuurlijk moet er een welomschreven doelgroep zijn. Dat zegt u ook, maar dat is juist het probleem, want in alle stukken staat niet wat die doelgroep dan is. Dat is onderdeel van het probleem.

Mevrouw Dupuis (VVD):

Dat ben ik helemaal met u eens.