Verslag van de vergadering van 23 september 2014 (2014/2015 nr. 1)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.38 uur


Mevrouw Beuving (PvdA):

Voorzitter. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de wijze waarop vrijheidsbenemende sancties ten uitvoer worden gelegd te wijzigen. Het wetsvoorstel voorziet daartoe in het afschaffen van de bestaande wijze van detentiefasering en de invoering van de mogelijkheid om een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel gedurende ten hoogste twaalf maanden ten uitvoer te leggen door middel van elektronische detentie. Het gaat hier niet om volledige tenuitvoerlegging van korte vrijheidsstraffen door middel van thuisdetentie, maar om een executiemodaliteit direct voorafgaand aan de datum van invrijheidsstelling. Hiervan kan slechts sprake zijn indien de opgelegde vrijheidsstraf meer dan zes maanden bedraagt en indien van de opgelegde vrijheidsstraf ten minste de helft is ondergaan.

Op 1 maart jl. is een systeem van "promoveren" en "degraderen" geïntroduceerd. Dat systeem biedt gedetineerden de mogelijkheid op basis van goed gedrag te promoveren binnen detentie van een basisprogramma naar een plusprogramma. Met promotie nemen de vrijheden toe en wordt het beroep op de eigen verantwoordelijkheid groter. Door slecht gedrag kunnen gedetineerden hun plek in het plusprogramma weer verliezen. Alleen vanuit het plusprogramma kan een gedetineerde in aanmerking komen voor elektronische detentie.

De PvdA-fractie steunt het streven van de regering om detentiefasering zodanig vorm te geven dat meer dan thans sprake is van activiteiten die bijdragen aan resocialisatie van gedetineerden en minder sprake is van vrijblijvendheid. Wij hebben echter nog wel een flink aantal vragen.

In het voorstel tot wijziging van onder meer de Penitentiaire maatregel — dat inmiddels ter consultatie is voorgelegd aan een aantal adviesinstanties — wordt een aantal categorieën gedetineerden uitgesloten van de mogelijkheid om door goed gedrag toepassing van elektronische detentie te verdienen. Volgens dat voorstel komen onder meer gedetineerden bij wie sprake is van ernstige psychosociale of psychiatrische stoornis of ernstige verslavingsproblematiek niet in aanmerking voor de toepassing van elektronische detentie. In zijn antwoord op schriftelijke vragen uit deze Kamer heeft de staatssecretaris echter aangevoerd dat bij het ontwikkelen van het systeem van promoveren en degraderen extra zorg is besteed aan de positie van gedetineerden met een stoornis, waaronder verslaving of een gebrekkige ontwikkeling. Voor hen worden de eisen op maat gemaakt, zodat zij — afhankelijk van de individuele problematiek — niet positief hoeven te scoren op alle onderdelen van goed gedrag om voor promotie in aanmerking te komen, aldus de staatssecretaris.

De PvdA-fractie vraag zich echter af wat de waarde van dit maatwerk is, nu in artikel 4, sub g, van het voorstel tot wijziging van de Penitentiaire maatregel wordt bepaald dat gedetineerden met ernstige psychosociale of psychiatrische stoornis of ernstige verslavingsproblematiek in het geheel niet in aanmerking komen voor de toepassing van elektronische detentie, dus ongeacht hun gedrag en het maatwerk bij de beoordeling daarvan. Graag vernemen wij van de staatssecretaris hoe hij dit ziet.

Een andere categorie die in het voorstel tot wijziging van de Penitentiaire maatregel wordt uitgesloten van de mogelijkheid van elektronische detentie, wordt gevormd door gedetineerden die niet hebben voldaan aan een bevel van de officier van justitie tot afname van celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek, terwijl ze hiertoe wettelijk verplicht zijn. Boone en Van Hattum spreken in hun artikel in het jongste nummer van het Nederlands Juristenblad van oneigenlijk gebruik van dit wetsvoorstel, waarmee gedetineerden die weigeren DNA-materiaal af te staan verder onder druk worden gezet. De PvdA-fractie vraagt de staatssecretaris te reageren op dit verwijt aan zijn adres.

In artikel 6 van het voorstel tot wijziging van de Penitentiaire maatregel worden aspecten genoemd die in ieder geval moeten worden betrokken bij de beslissing om een gedetineerde in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan elektronische detentie. Zo wordt in dit artikel de beoordeling van het gedrag van de gedetineerde als te betrekken factor genoemd, maar ook de aard, zwaarte en achtergronden van het delict. De PvdA-fractie wenst van de staatssecretaris te vernemen hoe zij de afweging tussen deze factoren moet zien. Kan een gedetineerde die voor een ernstig strafbaar feit is veroordeeld, door goed gedrag überhaupt nog wel deelname aan elektronische detentie "verdienen"?

Dit wetsvoorstel strekt niet alleen tot invoering van elektronische detentie, maar ook tot afschaffing van de huidige detentiefasering die de vorm heeft van vrijwel automatisch toegekend verlof. De PvdA-fractie vraagt zich af of in de gevallen waarin gedetineerden niet in aanmerking komen voor elektronische detentie, het risico dreigt dat kwetsbare en/of risicovolle gedetineerden vrijkomen zonder enige vorm van voorbereiding. De staatssecretaris is in de memorie van antwoord op dit punt ingegaan en heeft te kennen gegeven dat voor gedetineerden die niet in aanmerking komen voor deelname aan elektronische detentie, de noodzakelijke resocialisatieactiviteiten dan tijdens de voorwaardelijke invrijheidstelling, indien van toepassing, moeten plaatsvinden in de vorm van bijzondere voorwaarden, zo nodig in combinatie met elektronisch toezicht. In het voorliggende wetsvoorstel wordt echter ook een nieuwe weigeringsgrond voor voorwaardelijke invrijheidsstelling voorgesteld, namelijk indien de veroordeelde onvoldoende heeft doen blijken van zijn geschiktheid tot terugkeer in de samenleving. Bovendien is voorwaardelijke invrijheidsstelling niet mogelijk bij gevangenisstraffen van een jaar of minder. Graag vernemen wij van de staatssecretaris hoe gedetineerden die niet in aanmerking komen voor elektronische detentie en ten aanzien van wie voorwaardelijke invrijheidsstelling niet mogelijk is of geweigerd is, voorbereid gaan worden op terugkeer in de samenleving. Of eindigt hun detentie zonder voorbereiding en gewenning? In dat laatste geval wenst de PvdA-fractie van de staatssecretaris te vernemen welke invloed dit zijns inziens zal hebben op de door hem nagestreefde vermindering van recidive.

In het reeds genoemde artikel van Boone en Van Hattum betreuren deze auteurs dat in het voorliggende wetsvoorstel een minimale plaats is ingeruimd voor de toepassing van elektronische detentie in de fase van de voorlopige hechtenis en wijzen zij erop dat juist in die fase grote winst kan worden geboekt, omdat dan nog kan worden voorkomen dat de verdachte huisvesting of werk verliest. De PvdA-fractie verneemt graag van de staatssecretaris waarom de regering niet heeft gekozen voor een ruimhartigere toepassing van elektronische detentie in de fase van de voorlopige hechtenis.

Wij wachten het antwoord van de staatssecretaris op onze vragen met belangstelling af.