Plenair Nagel bij behandeling Verslag Tijdelijke Commissie Werkwijze Eerste Kamer



Verslag van de vergadering van 24 oktober 2017 (2017/2018 nr. 4)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.18 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Nagel i (50PLUS):

Voorzitter. De 50PLUS-fractie in de Eerste Kamer wil graag beginnen met het complimenteren van de leden van de commissie Werkwijze Eerste Kamer voor het gedegen en waardevolle werk dat zij na negen maanden heeft gebaard. Die waardering geldt ook de ambtelijke ondersteuning, die haar uitstekende reputatie opnieuw bevestigde. In het algemeen kunnen wij ons in een groot aantal conclusies, aanbevelingen en de wijzigingsvoorstellen vinden en zullen we om die reden deze verder niet bespreken. Dat geldt bijvoorbeeld voor het stemmen bij zitten en opstaan. 50PLUS is er als ouderenpartij voorstander van dat ook Kamerleden zich meer gaan bewegen.

Hoewel in de vragenlijst van november vorig jaar het punt "mist u nog iets?" opgenomen was, heeft de 50PLUS-fractie na het lezen van het rapport toch het gevoel gekregen nog enkele aanvullingen aan de orde te willen stellen. Dat wordt enerzijds ingegeven door de verkiezingsuitslag van 15 maart en de daarop gevolgde kabinetsformatie, die ons doen beseffen dat een aantal wijzigingen zich onomkeerbaar voltrekken, en anderzijds door het feit dat de senatoren blijkens de enquête zich over het algemeen wel goed kunnen vinden in de conclusies. 50PLUS zal dit puntsgewijs aan de orde stellen.

Ten eerste zal de steeds grotere versplintering binnen ons parlement direct invloed hebben op de werkwijze van de Eerste Kamer. Bestond de Eerste Kamer na de Tweede Wereldoorlog tot 1960 praktisch uit zes partijen, tot 2011 was het aantal met een korte uitzondering in 1995 praktisch tien. Nu hebben wij een tweede zittingsperiode met twaalf partijen en als we de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart spiegelen naar de volgende Eerste Kamerverkiezingen, al over anderhalf jaar, dan zou dit aantal via de nieuwe partijen Denk en Forum voor Democratie toenemen tot veertien. Het is goed als dit bij de verdere besprekingen in de toekomst de nodige aandacht krijgt, naast de verdere versplintering. Ter illustratie: in de vorige eeuw maakte ik deel uit van een PvdA-senaatsfractie, die uit 28 leden bestond, evenals de CDA-fractie. Op dit moment bestaat de grootste fractie uit dertien leden. Zij is daarmee de kleinste grootste fractie uit de geschiedenis van de senaat. Wat betekent de versplintering echt? Een toename van het aantal kleine tot zeer kleine fracties, waardoor het deelnemen aan alle commissievergaderingen en debatten voor deze fracties onmogelijk is. Verlies van kwaliteit en zorgvuldigheid? Ik kom daar zo dadelijk op terug.

De commissie besteedt veel aandacht aan de politieke cultuur en de ongeschreven politieke wetten. De politieke partijen in de Tweede Kamer hebben bij de huidige kabinetsformatie gekozen voor een regering die zowel in de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid van slechts één stem heeft. Dat is de nadrukkelijke keus van VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie geweest. In de Eerste Kamer is een cultuur ontstaan van pairen. Globaal houdt dat in: als een lid van de regeringscoalitie bij een belangrijke stemming ontbreekt vanwege ziekte of bijvoorbeeld werkzaamheden in het buitenland, dan is een lid van de oppositie bereid geen stem uit te brengen. Deze politieke gewoonte is in onze senaat verder doorgeschoten dan in talrijke andere politieke vertegenwoordigende organen, zowel nationaal als internationaal. Wij kennen in het geval van bepaalde omstandigheden, zoals ziekte, al de mogelijkheid van vervanging. In andere gevallen moet men zich bewust zijn dat men als senator bij belangrijke stemmingen aanwezig dient te zijn en dat de regeringspartijen een geheel vrije keus hebben gemaakt om met 38 tegen 37 stemmen te willen gaan regeren. 50PLUS stelt de huidige ongeschreven wet aan de orde en maakt in elk geval kenbaar dat 50PLUS hieraan in de toekomst geen medewerking zal geven. Als er gestemd moet worden, dient men aanwezig te zijn.

Ik kom op het volgende, het derde punt: de Algemene Politieke Beschouwingen.

De heer Kuiper i (ChristenUnie):

Misschien hoeven we niet zo bevreesd te zijn voor de consequenties hiervan, want als 50PLUS zo voor het bewegen is, dan stemmen ze altijd voor. Zo begrijp ik het, want u gaat altijd staan. Maar over dit punt zeg ik het volgende. De presentie in deze Kamer is altijd heel hoog. Als er mensen niet zijn — dat zijn er vaak maar heel weinig — dan heeft dat te maken met vergaderingen elders of bezoeken aan parlementen elders. Nu kondigt u hier aan dat u niet meer zult meedoen aan het pairen. Ik vind dat zelf wel een heel sterke inbreuk op de cultuur van onze Kamer, waarover de commissie goede dingen heeft gezegd, en eigenlijk ook niet een blijk van de hoffelijkheid die we hier ten opzichte van elkaar opbrengen. Ik wil er hier dus wel afstand van nemen dat u dit zo doet.

De heer De Graaf i (D66):

Elke fractie mag er haar eigen ideeën over hebben, maar realiseert de heer Nagel zich dat een aantal van onze leden — het werd al even gezegd door de heer Kuiper — op dinsdagen afwezig is om namens de Kamer deel te nemen aan parlementen van internationale organisaties, zoals de NAVO-Assemblee en de Raad van Europa? Wat u nu eigenlijk zegt, is dat al die leden altijd op dinsdag hier zouden moeten zijn, omdat anders de heer Nagel in het kader van die 37-38 of 38-37 weleens even een stemming zou kunnen uitlokken. Als u zich zo opstelt, dan is dat toch ook een bruuskeren van het werk van de Kamer?

De voorzitter:

Wilt u hier meteen op aansluiten, mevrouw Jorritsma?

Mevrouw Jorritsma-Lebbink i (VVD):

Misschien is het handig om een aansluitende vraag te stellen. Ik ben er een beetje verbaasd over, omdat het suggereert dat in dit huis wetten altijd worden aangenomen met stemmen door coalitie en oppositie. Het aantal initiatiefwetsvoorstellen dat in deze Kamer wordt behandeld, is hoog. Heel dikwijls loopt hoe wordt gestemd dwars door partijlijnen heen. Het kan dus ook in het belang van uw eigen fractie zijn om te pairen als er door welke oorzaak dan ook iemand afwezig is. Ik vind het niet zo moeilijk, hoor, want dan gaan we gewoon niet meer naar u toe als er gepaird moet worden. Maar je mist dan wel een instrument dat voor iedere fractie, inclusief de fractie van 50PLUS, een prettig instrument is in een goede politieke cultuur.

De heer Nagel (50PLUS):

Ik ga eerst even in op de terzijdeopmerking van de heer Kuiper over het bewegen en over het zitten en opstaan. Inderdaad, als constructieve partij zullen we meestal voorstemmen en dus opstaan. En in het geval van tegenstemmen zullen we bij sommige gelegenheden een schijnbeweging maken. Maar nu de kwestie van het pairen. Wij vinden dat je niet kunt zeggen dat het altijd zo is. Het zal niet altijd om één stem gaan. Maar als regeringscoalitie heeft men doelbewust gekozen voor een meerderheid van één stem. Dan moet men ook de consequentie aanvaarden. Ik heb gezegd: kijk ook naar elders, naar andere vertegenwoordigende lichamen. Ik maak de manier waarop het hier in de Eerste Kamer gebeurt zelden of nooit mee. Ik vind inderdaad dat je als Eerste Kamerlid en lid van een coalitie met een meerderheid van maar één stem je prioriteit bij de wetgeving hier moet leggen. Dat is een opvatting. Daar kunt u het mee oneens zijn, maar u kunt mij die opvatting niet ontzeggen.

De heer De Graaf (D66):

Ik maak hierover twee opmerkingen. In de eerste plaats speelt de formatie van een kabinet zich aan de overkant af, niet in deze Kamer. Er is geen sprake van de enig mogelijke coalitie die men heeft gewild maar van de enig mogelijke coalitie die er overbleef, maar dat zullen we bij de Algemene Beschouwingen wel met elkaar bespreken. Het lijkt me een beetje een rare denkfout van de heer Nagel. Het belangrijkste is echter het volgende. Ik had het over die internationale delegaties. Dat is werk namens de hele Kamer. Daar doet niet alleen de oppositie aan mee. Daar doen ook de fracties die in beginsel de regering steunen, aan mee. Wat u eigenlijk zegt, is: die mensen moeten niet meer naar Straatsburg, Brussel et cetera gaan maar altijd hier blijven, want hun stem moet zwaarder wegen en dan moeten ze maar hier zijn. De heer Nagel zou ook kunnen denken: dat is een logisch uitvloeisel van de taak van de hele Eerste Kamer, en als er een delegatie weg is, zullen we daar rekening mee houden bij het stemmen. Je kunt dat doen bij het bepalen wanneer je stemt. En als het niet anders kan, kun je pairen, zoals we dat nu doen. Dat is niet alleen hoffelijk; het heeft ook te maken met de kern van de taken van de Kamer zelf.

De heer Nagel (50PLUS):

We kunnen de argumenten blijven herhalen. In de eerste plaats zal het lang niet elke week gebeuren. Het zal uitzondering zijn dat er stemmingen zijn en het op die ene stem aankomt. In de tweede plaats is de afstand naar Brussel of Straatsburg te overzien. De stemmingen zijn in een kort tijdsbestek, op dinsdag omstreeks 13.30 uur. Het is een overzichtelijk iets. Wij vinden het van politiek belang dat er in de Eerste Kamer duidelijkheid is en wij hebben ons standpunt gegeven en onderbouwd. Nogmaals, daar kan men het mee oneens zijn — de heer Kuiper zelfs hartgrondig, hoor ik — en dat respecteer ik, maar dat neemt niet weg dat wij de opvatting hebben die we hebben gegeven.

De heer Schalk i (SGP):

Misschien een kleine aanvulling bij de kwestie van het pairen. Een voorganger van mij had ooit een persoonlijke kwestie. Hij was ernstig ziek en was daarom hier niet aanwezig. Toen gaf een fractie, in dit geval GroenLinks, juist het pairen op grootse wijze vorm. Er kunnen dus omstandigheden zijn die je van tevoren niet kunt overzien en waarin je het pairen juist zou willen steunen. Ik zou u dus willen voorstellen om in ieder geval te zeggen dat u "in principe" niet wilt pairen. Een stellige uitspraak doet namelijk geen recht aan de bijzondere hoffelijkheid die ik op dat moment in deze Kamer heb gezien.

De heer Nagel (50PLUS):

We hebben vanmorgen nog meegemaakt dat een lid wegens ziekte vervangen werd. Daarvoor kennen wij onze regels. Als iemand langere tijd ziek is of ernstig ziek is, kan hij vervangen worden. Dat is geen enkel punt. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor vrouwen die zwanger zijn.

De heer Schalk (SGP):

De betreffende voorganger van mij, de heer Holdijk ...

De heer Nagel (50PLUS):

Ik weet het.

De heer Schalk (SGP):

Het was op de dag dat hij hoorde dat hij ernstig ziek was, dus hij kon nog niet tegen de voorzitter zeggen: ik ben er even vier maanden niet.

De heer Nagel (50PLUS):

Nee, maar er bestaan regelingen om iemand te laten vervangen. Dat kan op betrekkelijk korte termijn. Die regelingen zijn er niet voor niets; maak er gebruik van.

Ik denk dat we in herhaling vervallen, voorzitter.

De voorzitter:

Nog één interruptie op dit punt, van de heer Kuiper.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Nee, we zijn er nog niet klaar mee, denk ik. Dit doet zich natuurlijk voor wanneer er een hoofdelijke stemming wordt aangevraagd. We hadden hier ook altijd de regel dat een hoofdelijke stemming een week van tevoren moet worden aangevraagd. De laatste tijd is het vaak gebeurd dat op de dag waarop de stemming werd gehouden, nog om een hoofdelijke stemming is gevraagd. Dat is toegestaan. Dat is de situatie waar we het over hebben. Daar doelt collega De Graaf ook op. Als een deel van de Kamer afwezig is, kunnen mensen gaan calculeren: als ik nu een hoofdelijke stemming aanvraag, kan deze wet of dit voorstel weleens sneuvelen. Dat is een soort opportuniteit die we hier niet kennen en die we hier ook niet zouden moeten hebben. Wat er dan gebeurt, kan ik u ook voorspellen. Dan wordt er op de dag zelf nog een hoofdelijke stemming aangevraagd. Daar moet toestemming voor gevraagd worden. Mijn fractie zal dat niet doen en ik vermoed dat meerdere fracties dan vinden dat we met elkaar de oude regel moeten handhaven dat een hoofdelijke stemming een week van tevoren wordt aangevraagd.

De heer Nagel (50PLUS):

Met dat laatste punt ben ik het volledig eens. U kunt er ook op rekenen dat 50PLUS zich daaraan zal houden.

Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Mijn volgende punt betreft de Algemene Politieke Beschouwingen. Er wordt verwacht dat zestien ministers en hun staatssecretarissen daarbij twee dagen aanwezig zijn. De vraag buiten beschouwing gelaten waar zij allemaal een plaats moeten vinden, is het aantal kabinetsleden dat op het puntje van de stoel gefascineerd zit te luisteren meestal enigszins beperkt. Naar de mening van 50PLUS dateert dit gebruik uit een verleden tijd, toen communicatiemiddelen nog beperkt waren. In deze tijd zijn vele bewindslieden óf al afwezig óf glippen ze tussentijds weg. Of ze zijn wel aanwezig, maar actief op hun elektronische apparatuur. Wij weten als geen ander hoe er aan de tradities en de betekenis van de senaat wordt gehecht, maar vragen ons toch in gemoede af of het niet efficiënter is bij deze beschouwingen een beperkt aantal bewindslieden aanwezig te doen zijn, bijvoorbeeld de premier, de drie vicepremiers en de minister van Financiën. 50PLUS vindt dat het eigenlijk één van beiden moet zijn: óf we moderniseren deze traditie óf we handhaven die, maar dan ook volledig. We zien op 4 en 5 december aanstaande welke surprise ons te wachten staat.

Dan mijn volgende punt: de plenaire vergaderingen. Met een variant op de uitspraak van de vroegere PvdA-senator en formateur Jaap Burger zegt 50PLUS: vergaderen als er wat te vergaderen valt. In het parlementaire seizoen 2016-2017 waren er volgens onze waarneming — subjectief, maar onze waarneming — zeker vier of vijf vergaderdagen van een dusdanig korte duur dat de Eerste Kamer niet bijeen had hoeven te komen. Er was bijvoorbeeld een vergadering die slechts één hamerstuk bevatte en die inclusief het hartverwarmende en uitgebreide handen schudden vijf minuten duurde. Dat hamerstuk had ook op een andere datum beklonken kunnen worden. Uiteraard kennen wij de tegenargumenten, zoals: er zijn ook commissievergaderingen. Maar misschien kunnen die ook wel ietsje anders en minder frequent plaatsvinden.

De commissievergaderingen zijn het volgende punt. Veel commissievergaderingen hebben een sterk procedureel karakter. Ook hier zien we veel vergaderingen met twintig of meer personen die maximaal een kwartier duren, maar vaak ook korter. Die worden veelal benut om te registreren hoeveel fracties inbreng in de schriftelijke procedure willen hebben en op welke termijn. Die registratie kan in deze moderne tijd toch veel effectiever, bijvoorbeeld via een mailbericht? Dat kan zeker bij een politiek lichaam dat koploper was tegen het papierparlement. Terecht stelt de Commissie Werkwijze Eerste Kamer onder 2.2.1 van het verslag dat een mondeling overleg voldoende toegevoegde waarde moet hebben om dit te organiseren. Ook hier is enige moed nodig om een ingrijpende hervorming door te voeren. Gezien de versplintering in de senaat hebben steeds meer kleine partijen die ook plenaire zittingen moeten bijwonen, hier baat bij, gelet op de vele commissievergaderingen. Soms zijn het er meer dan 20 op een vergadermiddag. Graag krijg ik hierop een reactie.

Er is veel aandacht voor het punt openbaarheid. De voorgestelde wijzigingen zijn zeker verbeteringen, maar vinden ook pas in de toekomst plaats. 50PLUS is er voorstander van dat procedurele vergaderingen ook in het openbaar plaatsvinden. Mocht het toelaten van publiek wat de ruimte betreft niet mogelijk zijn, dan kan het publiek de vergadering via audio volgen. Het gaat om een geringe investering waarvoor wij de openbaarheid terugkrijgen.

Een ander punt zijn de moties. De commissie stelt vast dat er een groei van het aantal moties plaatsvindt zonder daar dieper op in te gaan. De vrijheid om moties te kunnen indienen, staat terecht buiten de discussie. Toch is die groei, ook aan de overzijde in de Tweede Kamer, vrij groot en niet zonder negatieve invloed. In de Tweede Kamer bleef het aantal moties de eerste twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog onder de 50. In 1967 werd de 100-limiet doorbroken en in 1979 werd de 1.000-grens overschreden. In 2015 werd zelfs de 3.000-barrière doorbroken. Terwijl het dreigen met een motie een ongekend sterk politiek wapen was dat ook de parlementaire pers nooit ontging, is er nu een ongebreidelde verzameling moties die voor de gemiddelde burger niet meer te volgen is. In de Eerste Kamer bleef het aantal moties tot 1982 onder de 10. In de vorige en huidige zittingsduur waren en ook zittingsjaren met meer dan 80 moties. Wij doen daar allen aan mee, 50PLUS niet uitgezonderd. De enige manier om de invloed en de betekenis van moties weer te laten toenemen is dat de fracties zich een zelfbeperking opleggen. Wellicht zou het goed zijn om daarover hier nog eens een keer apart van gedachten te wisselen.

Een ander punt zijn de spoedeisende wetsvoorstellen. De afgelopen zes jaar hebben wij als 50PLUS-fractie vele malen meegemaakt dat afspraken hierover niet werden nagekomen. In het seniorenoverleg werd herhaaldelijk geconstateerd dat de senaat onder onredelijke druk werd gezet waardoor de zorgvuldige behandeling in gevaar komt. In de conclusies en aanbevelingen wordt dit onder 2.6.6 opnieuw verwoord en gezegd dit nogmaals onder de aandacht van de regering te brengen. Deze kwestie is actueler dan ooit, nu het aantreden van het nieuwe kabinet nabij is. 50PLUS zou het op prijs stellen als hieraan uitvoering wordt gegeven via een brief aan het kabinet-Rutte III waarin de zaken goed worden vastgelegd, zodat voorkomen wordt dat er in de toekomst weer talloze malen gezucht moet worden alvorens diep door de knieën te gaan.

En dan een klein, maar ook niet helemaal onbelangrijk punt: de subsidie aan de fracties. Wij kunnen ons in de huidige regeling vinden, maar vragen ons wel af waarom nog steeds wordt gewerkt met een voorschot van 90%. Dat is met name voor de kleine fracties aan het eind van het jaar een probleem en boekhoudkundig ingewikkeld, omdat men uit eigen middelen moet voorschieten en terugboeken. Waarom niet gewoon 100% uitkeren en het niet uitgegeven bedrag verrekenen, zoals nu ook het geval is? Als we goed zijn ingelicht, is deze wijziging inmiddels in de Tweede Kamer al doorgevoerd.

Nieuw is het bedrag van €50.000 voor het aantrekken van stagiaires. Fracties die hiervan gebruik willen maken krijgen een trekkingsrecht. Vraag: hoe vindt de verdeling van dit bedrag plaats? Dat is ons nog niet geheel duidelijk.

En dan het onderwerp: de novelle. Een Kamer die geen recht van amendement heeft, eigent zich dat soms verkapt toe. Naar onze indruk neemt deze ontwikkeling toe. De behandeling van de wijziging van de Mediawet was hiervan een schoolvoorbeeld zoals zelden eerder was vertoond. Zou het een idee kunnen zijn hierover eens een principiële discussie te voeren?

In het slotwoord schrijft de commissie dat er veel goed gaat in de Eerste Kamer en er geen reden is de werkwijze ingrijpend te herzien. Wij sluiten ons bij die opvatting aan, onder het doen van de hiervoor genoemde suggesties. Wij denken dat de verdere versplintering die ook bij de volgende verkiezingen voor de senaat waarschijnlijk zal plaatsvinden, reden moet zijn om blijvend aandacht aan de werkwijze te geven. En dat is nodig — zeg ik ook tegen collega De Graaf — zolang de Eerste Kamer niet afgeschaft is, wat natuurlijk het allerbeste zou zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Nagel. Ik geef het woord aan de heer De Graaf.