Plenair De Vries bij voortzetting behandeling Project militair radarstation Herwijnen



Verslag van de vergadering van 3 december 2019 (2019/2020 nr. 10)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.14 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Voorzitter. Via u hebben wij gisteravond gedebatteerd met de staatssecretaris over haar gestuntel in de kwestie "doordrammen militair radarstation Herwijnen". Haar opstelling in de eerste termijn bevestigt wederom dat zij met een rigide tunnelvisie opereert en met regenteske oogkleppen op. Onze fractie GO riep de staatssecretaris op om nu snel en daadkrachtig aan de slag te gaan met het vinden van een alternatieve locatie voor het radarstation. Daarvoor hoeft de staatssecretaris niet eens ver te zoeken. Soms ligt het antwoord op een moeilijke kwestie zo dicht onder je neus dat je er simpelweg overheen kijkt. De staatssecretaris antwoordde ontkennend op mijn vraag of zij mogelijkheden ziet om de radarlocatie van het KNMI in Herwijnen die nu wordt gebruikt voor de buienradar, te gaan gebruiken voor de SMART-L-Radar. "Nee, daar kunnen wij niet aan beginnen", antwoordde de staatssecretaris meteen met de voor haar zo kenmerkende regenteske reflex.

In Herwijnen bestaan er terechte zorgen over de cumulatie-effecten van de voorgenomen militaire radar én de KNMI-radar, zeker als die beide tegelijk op piekvermogen zenden.

De heer Arbouw (VVD):

Gisteren tijdens de maidenspeech wilde ik er eigenlijk ook al een opmerking over maken. Ik heb wat bezwaar tegen het woordgebruik van de heer De Vries. Volgens mij horen wij in deze Eerste Kamer op een bepaalde manier met elkaar om te gaan. Ik wil dat punt toch even maken.

Dan heb ik nog een vraag aan de heer De Vries over de KNMI-radar. Hoe reëel is het om een KNMI-radar die net geplaatst is, nu opeens te eisen en te gaan vervangen door een nieuwe radar van Defensie, ook gezien de kosten die dat met zich meebrengt?

De heer De Vries (Fractie-Otten):

U spreekt nu meteen over opeisen, maar wat wij voorstellen is gewoon een ruil plegen. Dat is niet zo ingewikkeld. Er is op dit moment een radarlocatie in Nieuw Milligen en er is een radarlocatie in Herwijnen. Dus als je het zo beschouwt, dan kun je daar wat mee.

De heer Arbouw (VVD):

Ik snap dat je als je het van een afstand bekijkt, kunt zeggen: we ruilen dat even om. Maar uiteindelijk leidt dit tot enorme kapitaalvernietiging op de plek waar de KNMI-radar staat. Dat is een enorme desinvestering, nog afgezien van de tijd die dat allemaal kost. Dit is volgens mij dus geen reële optie.

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Ik vervolg mijn verhaal.

De voorzitter:

Prima.

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Het typeert de staatssecretaris dat zij onze constructieve tip niet echt kon waarderen, maar meteen afdeed met: kan niet. Want de oplossing van deze ingewikkelde zaak zou wel eens gevonden kunnen worden in een intelligente ruil tussen het KNMI en Defensie.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik heb niet zozeer een vraag aan de heer De Vries, maar een opmerking over de opmerking van de heer Arbouw over het taalgebruik. Een parlementslid gaat over zijn eigen woorden en ik zag daar niets aanstootgevends in. Ik wil die opmerking toch wel even maken.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw. Vervolgt u uw betoog, meneer De Vries.

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Verplaats de KNMI-buienradar in het landsbelang naar de bestaande defensieradarlocatie Nieuw Milligen en installeer de nieuwe SMART-L-Radar op de thans bestaande KNMI-locatie in Herwijnen.

We begrijpen daarnaast dat het windmolenprobleem voor de defensieradar in Nieuw-Milligen niet speelt als de KNMI-buienradar zou worden geplaats op die locatie. Dat heeft te maken met de technische eigenschappen van de buienradar. Het KNMI valt onder het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van minister Cora van Nieuwenhuizen, ook nog eens een VVD-partijgenoot van de staatssecretaris. Dus je zou denken dat zoiets relatief snel en handig te regelen zou moeten zijn.

De fractie GO vindt dan ook dat een dergelijke radarruil tussen Defensie en het KNMI serieus moet worden onderzocht in plaats van meteen naar het paardenmiddel van de rijkscoördinatieregeling te grijpen. Daarom dienen wij de volgende praktische en constructieve motie in.

De voorzitter:

Door de leden De Vries, Otten en Rookmaker wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgenomen plaatsing van de militaire SMART-L-radar in Herwijnen op de huidige locatie tot grote beroering en onrust heeft geleid in de lokale gemeenschap van Herwijnen;

constaterende dat alle partijen in de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe unaniem tegen het verlenen van de voor deze radar vereiste omgevingsvergunning hebben gestemd;

overwegende dat er met de voorgenomen defensieradar cumulatie-effecten kunnen optreden met de al aanwezige KNMI-radar die additionele schadelijke gezondheidseffecten met zich mee kunnen brengen;

verzoekt de regering om de mogelijkheden te onderzoeken om tot een radarruil te komen waarbij de thans bestaande KNMI-radar in Herwijnen wordt verplaatst naar de Defensielocatie in Nieuw-Milligen en de voorgenomen SMART-L-radar wordt geplaatst in de huidige KNMI-radarlocatie in Herwijnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter P (31936).

Dank u wel, meneer De Vries. Dan is het woord aan de heer Arbouw.