T02837

Toezegging Afzonderlijke wetsvoorstellen indienen (34.430)



De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe de voorstellen tot wijziging van de Grondwet die de Eerste Kamer betreffen afzonderlijk in te zullen dienen en niet als pakket waarin meerdere voorstellen gebundeld zijn.


Kerngegevens

Nummer T02837
Status voldaan
Datum toezegging 4 februari 2020
Deadline 1 januari 2021
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Drs. M.J. van Rooijen (50PLUS)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen Eerste Kamer
motie-Hoekstra
staatscommissies
Kamerstukken Staatscommissie Parlementair Stelsel (34.430)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 19, item 6 - blz. 67

De heer Van Rooijen (50PLUS): Ik heb nu even een vraag over het volgende. U heeft het recht om voorstellen te doen, ook als die geen aanbeveling waren van de commissie-Remkes. Maar ik heb vanmiddag in één zinnetje, dat ik heel langzaam voorlas, ook de motie-Hoekstra erbij gehaald. Het baart mij zorgen dat een voorstel dat niet door de commissie-Remkes is gedaan gekoppeld wordt aan een voorstel dat wel door de commissie-Remkes is gedaan, namelijk eventueel een verenigde vergadering in tweede lezing. Dat gaat u met een voorstel over het terugzendrecht, dat de commissie gedaan heeft maar het kabinet nog niet heeft overgenomen, in één mandje doen. Dat is heel raar, want u doet dan twee voorstellen. U weet nog niet wat het derde is, maar het zit wel in een mandje van drie. Betekent dat dan dat die twee eerste moeten wachten op dat nog niet gedane voorstel over het terugzendrecht? Als er dan zo over gebrainstormd wordt, zou ik u willen vragen om het kabinet mee te geven dat er op dit punt een motie-Hoekstra is aangenomen om eigenstandige voorstellen te doen. U mag dus alles voorstellen, maar u moet ze niet in mandjes gooien en koppelen, want dat kan weleens een boemerang zijn. Ik geef die waarschuwing omdat het een breed gedragen motie was. Als wij het ene goed vinden en het andere niet, dan moet u niet met een gecombineerd voorstel komen, want dat draagt niet bij aan het verder brengen van een voorstel waar we het samen wel over eens zijn.

Minister Knops: Het is interessant dat deze motie, vooral in een chambre de réflexion, waar toch vooral niet door een rietje maar in integraliteit wordt gekeken, nog steeds zo beleefd wordt alsof het niet mogelijk zou moeten zijn om met mandjes te komen. Maar ik heb u goed gehoord, meneer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS): Dat is een kort antwoord op een toch wat langere vraag. Ik begrijp niet waarom het kabinet ... Toen ik dat las, dacht ik ook: God, ze zijn wel heel ... Pardon. Ik dacht: ze zijn wel heel hardleers. Ze komen met iets waar al heel lang door niemand over gepraat werd. De heer Kox zei het zo, en ik ben het daar helemaal mee eens. Pas na de verkiezingen van de Provinciale Staten denkt het kabinet: nou, we moeten toch eens vooruitkijken. We pakken iets terug van 40 jaar geleden — dat is een vorm van vooruitkijken voor dit kabinet — en we gaan dit gewoon doen. En wat doen we? We plakken dat in een mandje met twee andere voorstellen, want ze gaan alle drie over de Grondwet. Doe dat nou niet. Waarom doet u dat? Wilt u daarmee iets binnenhalen doordat er in datzelfde mandje iets anders zit wat we wel willen? Dan gaat er misschien wel helemaal niets door, en dat is niet de kern van dit debat.

Minister Knops: Nee. Ik vind dat ook een goed punt van de heer Van Rooijen. Ik heb dat goed verstaan. Dit is een hoofdlijnendebat. We benoemen hier een aantal voorstellen die in procedure komen. U zult luisteren of het kabinet hier op een goede manier mee omgaat, maar ik heb u goed gehoord.

De heer Van Rooijen (50PLUS): Dank voor die beweging.

De voorzitter: Meneer Van Rooijen, mag ik u vragen om het kort te houden?

De heer Van Rooijen (50PLUS): Ja, voorzitter. Als ik nog één vraag mag stellen: bent u bereid om naar het kabinet mee terug te nemen of het, gelet op de motie-Hoekstra, toch niet verstandiger is om die koppeling niet tot stand te brengen en om dat voorstel om terug te gaan naar voor 1983 niet in een mandje te doen, maar dat misschien op een ander moment nog eens voor te leggen?

Minister Knops: Ik ga alles wat hier vandaag besproken is natuurlijk wegen, zou ik bijna willen zeggen, maar dan doe ik iedereen tekort. Dit element wil ik daar ook onderdeel van laten zijn.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 19, item 6 - blz. 86

De heer Van Rooijen (50PLUS): Ik heb geen motie, ook niet over het niet-koppelen van geheel eigenstandige voorstellen. Ik zou daarmee de motie-Hoekstra tekortdoen, want die staat in dit huis immers als een huis. Ik hoorde de formulering die net door diverse collega's is gebruikt. Kom met voorstellen die eventueel, zeker in de ogen van het kabinet, een samenhang kunnen hebben, maar ga er in ieder geval procesmatig zo mee om dat ieder voorstel een eigen wetsvoorstel is. Dat was ook de kern van de motie-Hoekstra. Om dat nog te onderbouwen een korte opmerking. Een Grondwetsherziening in tweede lezing in een verenigde vergadering kan eens in de dertig, veertig jaar spelen. Dat we hierover eigenstandige voorstellen praten als we het hebben over een terugkeer naar de tijd voor 1983, dan speelt dat niet iedere veertig jaar, maar iedere vier jaar. Dat heeft dan ook nog de consequentie dat winst en verlies gehalveerd worden.

(…)

Handelingen I 2019-2020, nr. 19, item 6 - blz. 88

Minister Knops: Dan het voorstel dat Schalk samen met Van Rooijen deed over de interpretatie van de motie-Hoekstra uit 2015. Het is altijd leuk om te zien hoe moties van voormalige parlementariërs toch nog een doorwerking kunnen hebben. De heer Van Rooijen ging nog even verder terug in de tijd en vertelde hoe dat werkte. Met dat soort moties heb je als regering zeker rekening te houden. Ik ben zelf ook parlementariër geweest, dus ik hecht daar buitengewoon veel waarde aan. Het voorstel om indachtig die motie wel de samenhang te zien — dat is ook wat de heer Doornhof zei — en het tegelijkertijd niet als een mandje met één dikke strik eromheen, als alles of niets, te behandelen, vind ik een buitengewoon goede benadering. Het doet ook recht aan het karakter van de verschillende soorten voorstellen, die wel degelijk een samenhang hebben, maar net zo goed ook actief en individueel gewogen moeten worden. Ik ga dat dus ook op die manier toezeggen.


Brondocumenten


Historie