Plenair Gerbrandy bij Voortzetting Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 27 oktober 2020 (2020/2021 nr. 7)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.54 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Gerbrandy i (OSF):

Voorzitter. Ik wil eerst mijn dank uitspreken aan de minister-president en zijn kabinet, die in deze zware tijd het land moeten besturen.

Ik dien twee moties in. De eerste gaat over de verhuurderheffing. De premier zei ons dat daar inderdaad iets aan gedaan wordt: 30 miljoen per jaar wordt teruggegeven van de verhuurderheffing, maar dat is 15%. 2,2 miljoen aan huren van sociale woningbouw gaat naar de staat.

De voorzitter:

Door de leden Gerbrandy, Vos, Rosenmöller, Schalk, Koffeman, Van Rooijen en Kox wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in Nederland een ernstige woningnoodsituatie is ontstaan, mede omdat de woningcorporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen sinds 2013 een verhuurderheffing kregen opgelegd — deze verhuurderheffing van ongeveer 2 miljard per jaar werd destijds opgelegd om het tekort op de rijksbegroting te lenigen;

constaterende:

  • dat de woningnood onaanvaardbaar hoog is;
  • dat de woningcorporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het bouwen van meer goede, duurzame en betaalbare woningen voor met name mensen met lagere inkomens;
  • dat de woningcorporaties en de particuliere verhuurders van sociale huurwoningen met die 2 miljard euro per jaar het woningtekort en de klimaatdoelstellingen van de regering mede moeten kunnen oplossen;

verzoekt de regering om de verhuurderheffing per 2021 sterk te verminderen en op termijn af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter O (35570).

De heer Gerbrandy (OSF):

De premier zei dat hij het bestaansrecht van elke Nederlander respecteert, maar we weten dat de toeslagen, de vrijstellingen, de kortingen en de problemen bij de Belastingdienst enorm zijn. Daarom zou ik willen vragen om te kijken naar een ander systeem en dat is het volgende.

De voorzitter:

Door het lid Gerbrandy wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende:

  • dat de welvaart in Nederland groot is;
  • dat de welvaart niet evenredig verdeeld wordt;
  • dat er veel Nederlanders zijn die in armoede leven;
  • dat die armoede een beschaafd land als Nederland onwaardig is;
  • dat iedere Nederlander bestaanszekerheid moet hebben;
  • dat het woud aan steunmaatregelen, zoals toeslagen, kortingen, vrijstellingen enzovoort, goed bedoeld is, maar steeds minder effect heeft;
  • dat er gegronde redenen zijn om een gedegen onderzoek te laten doen naar een ander en wellicht beter systeem;

verzoekt de regering om een gedegen onderzoek, bijvoorbeeld een interdepartementaal beleidsonderzoek, te doen naar alle aspecten van een basisinkomen voor alle Nederlanders,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter P (35570).

De heer Gerbrandy (OSF):

Een laatste punt: de financiën van de gemeenten en de Omgevingswet. Dat is een enorme systeemverandering die de gemeenten veel moeite en geld zal kosten. Ik had een concrete vraag gesteld: kan de regering garanderen dat dit niet opnieuw een financieel debacle wordt voor de gemeenten? Ik zou daar graag een kort en duidelijk antwoord op willen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Gerbrandy. Wenst een van de leden nog het woord in de tweede termijn? Dat is niet het geval. Bent u in de gelegenheid om over tien minuten te antwoorden, minister-president? Dat is het geval. Ik schors de vergadering voor tien minuten.