Plenair Koole bij voortzetting Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 3 november 2020 (2020/2021 nr. 8)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.44 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koole (PvdA):

Voorzitter. Dit debat had eigenlijk dit voorjaar moeten worden gehouden, maar werd vanwege corona uitgesteld. Vandaag houden we dan toch deze Algemene Europese Beschouwingen, maar niet omdat de coronacrisis voorbij is. We zitten er nog steeds en opnieuw in hevige mate middenin. Daarom wil ik beginnen met iedereen die zelf in zijn of haar naaste omgeving getroffen is door COVID-19 veel sterkte te wensen. Dat geldt zeker voor allen in de zorg en in andere vitale beroepen, die na dit voorjaar opnieuw voor een zware taak staan. Onze waardering voor hun inzet is onverminderd groot.

Voorzitter. Corona is een pandemie en daarmee geen probleem van Nederland alleen. In haar toespraak over de Staat van de Unie op 16 september onderstreepte Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dit nog eens een keer. Ze riep onder meer op tot een gecoördineerde aanpak van de pandemie in Europa. 70 jaar nadat een eerdere poging om te komen tot een Europese gezondheidsunie door verzet van de farmaceutische industrie mislukte, stelde Von der Leyen dit opnieuw voor. Vaccinnationalisme brengt levens in gevaar; vaccinsamenwerking redt levens, zo stelde Von der Leyen. Eerder sprak de Franse president, Macron, van een Europa dat beschermt. De regering stelt dat het volksgezondheidsbeleid een nationale competentie moet blijven. Maar ziet de regering kansen om met behoud van die nationale competentie een Europese gezondheidsunie op te zetten en is zij bereid om zich voor zo'n unie in te zetten?

De coronacrisis houdt ons allemaal bezig, maar bestaat naast andere urgente kwesties, zoals de klimaatcrisis. De Europese Green Deal die door de vicepresident van de Europese Commissie, onze eigen Frans Timmermans, is gepresenteerd, is een even noodzakelijk als ambitieus plan om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen en de biodiversiteit te vergroten. Dat kan alleen slagen als ook de mensen met een dunnere portemonnee dit meemaken. Het is noodzakelijk om voor onze kinderen en kleinkinderen een leefbare planeet achter te laten. En het is ambitieus omdat de uitdagingen groot zijn, maar de kansen ook. In een videogesprek met de Kamer maakte Timmermans onlangs duidelijk dat, wanneer de lidstaten van de Europese Unie dit moment pakken om de bakens te verzetten naar een duurzamer economie, Europa de vruchten kan plukken van "de eerste te zijn", de "first mover". Hier ontwikkelde nieuwe standaarden en technieken zullen dan niet alleen in Europa worden toegepast en daar veel werkgelegenheid creëren, maar kunnen ook geëxporteerd worden naar andere landen, waar zij een bijdrage leveren aan een schoner milieu.

De Europese Commissie heeft inmiddels de doelstelling van de emissiereductie in 2030 aangescherpt naar 55%. Wij juichen dat zeer toe. Bij zijn aantreden heeft het kabinet in het regeerakkoord gezegd dat het in de Europese Unie het voortouw wilde nemen om het doel van 2030 op 55% te krijgen. Gefeliciteerd dat het is gelukt om de Europese Commissie zo ver te krijgen, zou ik bijna willen zeggen tegen de regering. Maar kan zij bevestigen dat zij het aangescherpte streven van de Europese Commissie om de emissies in 2030 met 55% te reduceren niet alleen voor de Europese Unie als geheel, maar ook voor Nederland afzonderlijk, van harte onderschrijft? En welke stappen gaat de regering ondernemen, desnoods samen met een kopgroep van gelijke landen, indien mocht blijken dat hierover in de Europese Raad voor het einde van dit jaar geen overeenstemming wordt bereikt? De Europese Unie moet immers nog dit jaar een aangescherpte klimaatambitie inleveren bij de Verenigde Naties, conform het akkoord van Parijs.

Klimaattransitie kost geld, maar niets doen is op termijn veel duurder. De bestrijding van de coronacrisis kost ook veel geld. Zowel in de lidstaten als op Europees niveau worden terecht vele miljarden uitgetrokken voor herstelplannen om de economie zo goed mogelijk door deze zware tijd te loodsen. In Europa noemt men dat de Next Generation EU. Beide typen investeringen, bij de coronacrisis en bij de klimaatcrisis, hoeven elkaar niet volledig in de weg te zitten. Integendeel. Wanneer bij de steun aan bedrijven in verband met corona tegelijk voorwaarden worden gesteld aan de duurzaamheid worden beide doelen gediend. Frans Timmermans pleitte daarvoor als Eurocommissaris. Deelt de regering de opvatting van Timmermans op dit punt?

Heeft de huidige coronacrisis bovendien niet laten zien, zo vraag ik de minister, dat het Groei- en Stabiliteitspact moet worden herzien en moet worden vervangen door een andere benadering, een benadering van veel meer per land verschillende aanvliegroutes van de gewenste niveaus voor staatsschuld, begrotingstekort en investeringen?

Voorzitter. In de Staat van de Unie besteedde Von der Leyen terecht ook aandacht aan de rechtsstaat. Zij noemde de lhbti-vrije zones — ze zijn vanmorgen al genoemd — zoals die in Polen lokaal worden uitgeroepen. Zij noemde die "onmenselijke zones". Is de regering het met die typering eens? Wat gaat de regering doen om in Europees verband dergelijke onmenselijke zones tegen te gaan? Zou het bestaan of uitroepen van dergelijke zones niet moeten worden opgenomen in een indicatieve lijst met voorbeelden van schendingen die de bescherming van de financiële belangen van de Unie potentieel aantasten, zo vraag ik de regering, zoals daarover gesproken is in het onlangs door de Europese Raad voorgestelde conditionaliteitsregime? Dat regime koppelt de ontvangst van EU-gelden uit het MFK en uit het herstelinstrument aan de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen. De leden van de PvdA-fractie juichen dat regime toe en steunen de inzet van het kabinet om het compromisvoorstel aan te scherpen.

Kan de regering ons op de hoogte stellen van de uitkomst van de triloog van gisteren? Zoals ik begrepen heb, heeft die plaatsgevonden tussen het voorzitterschap, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Het tegengaan van onmenselijke zones zou naar het oordeel van onze fractie onderdeel kunnen zijn van de aanscherping, temeer omdat de vertrekkende Poolse ombudsman, Adam Bodnar, recent in een interview in de NRC zei: "Het niveau van haat, de juridische procedures en de resoluties tegen lhbti'ers is griezelig vergelijkbaar met de tactieken tegen de Joodse minderheid begin jaren '30." Als de bejegening van lhbti'ers in Polen om een of andere reden geen onderdeel kan zijn van dat conditionaliteitsregime, wat gaat de regering dan doen om deze haatcampagne tegen Europese medeburgers de kop in te drukken?

Voorzitter. Tot de mensonterende situaties binnen de Europese Unie behoort helaas ook het leed van de mensen uit het vluchtelingenkamp in Moria en het gesol met op te nemen vluchtelingen na de brand in dat kamp. Daar is vanmorgen al over gesproken. Ook mijn collega Mei Li Vos heeft daar vorige week tijdens de APB al iets over gezegd. De uitruil van vluchtelingen binnen het UNHCR-programma — 100 vluchtelingen uit Moria, maar dan 100 minder van de 500 binnen het hervestigingsprogramma — is een beschamende vertoning. Waarom, zo vraag ik de minister, is het kabinet hierin niet gelijk opgetrokken met Duitsland? Het Duitsland van Angela Merkel is ruimhartiger, en dat wil zeggen menselijker, met deze kwestie omgegaan.

Voorzitter. Deze Europese Commissie heeft bij haar aantreden gezegd een geopolitieke Commissie te willen zijn. De wereld is veranderd. Het autoritair geleide China is een wereldmacht geworden. Het eveneens autoritair geleide Rusland speelt een dubieuze rol op vele gebieden. Ik noemde de Krim, Oekraïne, het beïnvloeden van verkiezingen in westerse democratieën, het vergiftigen van oppositieleider Alexei Navalny en het zich terugtrekken uit het overleg over de MH-17. Daarnaast heeft het democratische Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. Dat gebeurt misschien wel via een no-deal. In deze omstandigheden is een eensgezind optreden van de Europese landen, met respect voor hun feitelijke verscheidenheid, zeer gewenst. Eensgezind in het bestrijden van de coronacrisis en de klimaatcrisis. Onzes inziens past het elkaar onderling financieel de les lezen in COVID-19-tijden daar niet bij. Gelukkig vindt de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot dat ook. Hij is vanmorgen al even genoemd. Eensgezind in het veroordelen van de vreselijke moorden in Frankrijk op de leraar Samuel Paty, de mensen in de kathedraal in Nice en bij de synagoge in Wenen gisteren. Eensgezind in het bestrijden van het islamistische terrorisme. Eensgezind in het niet erkennen van de verkiezingsuitslag in Wit-Rusland. Eensgezind in het willen verdedigen van onze vrijheid.

Maar hoe doen we dat precies? Commissievoorzitter Von der Leyen stelde dat de Europese Unie het trans-Atlantische bondgenootschap van de NAVO moet blijven koesteren. Ook wanneer vandaag bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hopelijk de democratische kandidaat wint, ligt het voor de hand om de onderlinge samenwerking van Europese landen op defensiegebied te versterken. Is de regering het daarmee eens? Welke exacte extra maatregelen ziet de regering voor zich op korte termijn?

Om slagvaardiger te kunnen optreden in de gewijzigde geopolitieke situatie kan besluitvorming bij consensus een blok aan het been zijn. Anders dan bij de regelpolitiek van verordeningen en richtlijnen, is bij de gebeurtenissenpolitiek op buitenlands politiek terrein veel vaker snelheid vereist. Kan de regering bevestigen dat zij nog steeds streeft naar besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de buitenlandpijler? Is er enig zicht op dat dit binnen afzienbare tijd wordt gerealiseerd? Indien het laatste niet het geval is, hoe probeert de regering dan te bevorderen dat de Europese besluitvorming op het buitenlands politiek terrein efficiënter wordt?

Dat brengt mij op de institutionele architectuur van de Europese Unie. Welke Europese Unie willen wij? De aangekondigde conferentie over de toekomst van Europa is door de coronacrisis uitgesteld, maar gaat hopelijk binnenkort toch weer van start. Wat is daarbij de inzet van de regering? De huidige Europese Commissie is mede door de omstandigheden van klimaat, gezondheid, migratie en geopolitieke crisis een zeer ambitieuze commissie. En dan heb ik het belangrijke terrein van de digitale revolutie in mijn verhaal nog niet eens genoemd. Onze fractie steunt de ambities van deze commissie en is trots op wat Frans Timmermans daaraan bijdraagt. Die ambities zijn niet slechts het resultaat van de persoonlijke inzet van leden van de commissie, maar zijn ook het gevolg van de noodzaak van krachtig overheidsoptreden. Als deze policrisis iets laat zien, dan is het dat een sterke overheid nodig is om ons door deze crisis heen te slaan, zowel op nationaal niveau als op Europees niveau.

De Europese Commissie zal als supranationale Europese instelling pas kunnen slagen als zij de medewerking heeft van de intergouvernementele Raad van Ministers en de Europese Raad, waar de lidstaten de dienst uitmaken. Wanneer de Commissie te ver voor de troepen uit zou lopen, is de kans op mislukken groot. Daarom benadrukte Frans Timmermans in zijn bijdrage aan deze Kamer de noodzaak om bij de klimaattransitie rekening te houden met mensen met een dunne portemonnee. De oplossing moet volgens onze fractie dan ook gezocht worden in het vergroten van draagvlak in de afzonderlijke lidstaten voor specifieke plannen van de Europese Commissie, zodat die met steun van de lidstaten in de Europese Raad en de Raad van Ministers met kracht ter hand kunnen worden genomen. Daarbij is het ook nodig om duidelijk te maken dat het in een organisatie van 27 landen altijd een kwestie van geven en nemen is.

Is de regering bereid, zo vraagt mijn fractie, om zich in te zetten voor een levendige, goed geïnformeerde publieksdiscussie over de voornemens van de Europese Commissie, de inzet van Nederland daarbij en deze discussie zo nodig met extra financiële middelen te bevorderen? Collega Knapen had het vanmorgen over een existentieel gesprek dat nodig is. Daar sluiten wij ons graag bij aan.

Zoals gezegd is volgens onze fractie meer Europese samenwerking noodzakelijk. Maar dat betekent niet per se overdracht van bevoegdheden aan de Europese Unie, ook al is dat op sommige terreinen ook nodig. Ik noemde reeds de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid in de buitenlandpijler. Europeanisering kan zich namelijk op twee manieren voltrekken: meer supranationaal en meer intergouvernementeel. Intergouvernementele samenwerking is nog steeds van groot gewicht en dat betekent ook een belangrijke rol voor de nationale regeringen en de nationale parlementen die de regeringen controleren. Het stelt dus eisen aan de inzet van de nationale parlementen en de opstelling van die nationale regeringen.

Nu stelt een rapport van het instituut Clingendael uit 2019 over de Europese Commissie dat overregulering van de interne markt en integratie door verzuim onder meer tot gevolg heeft dat nationale parlementen arena's worden voor politics without policy. Het kabinet reageerde daarop met het wijzen op het subsidiariteitsbeginsel en de gele-en-oranjekaartprocedures. Die laatste zijn belangrijk, maar, zo vraag ik de regering, zijn ze voldoende? Hoe kan worden bevorderd dat nationale parlementen beter gepositioneerd zijn om hun belangrijke taak van controle op het Europese beleid waar te maken?

Voorzitter. Tot slot. Een sterker Europa is nodig, maar dat moet een Europa zijn waar plaats blijft voor verscheidenheid, waar nationale regeringen en parlementen een belangrijke rol spelen in harmonie met de Europese instellingen en in solidariteit met andere landen, een Europa dat beschermt, maar niet knelt, een sociaal en democratisch Europa dus.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koole. Blijft u staan, er is voor een interruptie van de heer Vendrik namens GroenLinks.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Heb ik de heer Koole goed begrepen dat de fractie van de Partij van de Arbeid vindt dat nu ten aanzien van Polen en Hongarije het plan van de Europese Commissie versterkt moet worden om condities te verbinden aan het gebruik van de Europese middelen en dat het daarbij ook gaat om vrije pers, vrije verkiezingen en het respecteren van de vrijheid en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht? Is dat de positie van de Partij van de Arbeid?

De heer Koole (PvdA):

Die conditionaliteit, die voorwaardelijkheid aan het verlenen van fondsen, gekoppeld aan de mensenrechtensituatie in Polen en Hongarije, is heel erg belangrijk. Er is nu een compromis in de maak. Ik heb begrepen dat daar gisteren over is gesproken, maar we horen zo graag van de minister of hij al iets meer kan zeggen over wat daar uitgekomen is. Maar dat was een compromis. Wat ons betreft mag dat compromis worden aangescherpt. Wij moedigen de regering ook aan om dat compromis van die conditionaliteit aan te scherpen, zodat de mensenrechten ook in die landen nog beter worden beschermd.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koole. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa namens de ChristenUnie.