T03007

Toezegging Tijdigheid natuurcompensatie opnemen in de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit natuur (34.985)



De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Moonen (D66), toe dat het begrip ‘tijdig’ in het kader van natuurcompensatie wordt verduidelijkt in de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit natuur.


Kerngegevens

Nummer T03007
Status voldaan
Datum toezegging 30 juni 2020
Deadline 1 januari 2021
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Kamerleden Ir.ing. C.P.M. Moonen (D66)
Commissie commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO)
commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen aanvullingsbesluit
Aanvullingswet natuur Omgevingswet
natuur
Natuurcompensatie
Omgevingswet
Kamerstukken Aanvullingswet natuur Omgevingswet (34.985)


Uit de stukken

Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 4, blz. 8

Mevrouw Moonen (D66):

(…)

Ten slotte, voorzitter. Bij natuurcompensatie is ook tijdige compensatie van belang. Eerder vroeg de D66-fractie aan de minister: hoe dienen we het woord "tijdig" uit te leggen? De minister gaf een duidelijk en ook heel goed antwoord. Die schrijft: "tijdig" betekent dat de compenserende maatregelen in ieder geval voor aanvang van de betreffende activiteit moeten zijn gerealiseerd. Mijn vraag is eigenlijk: kan de minister dit antwoord over tijdigheid nog even in dit debat bevestigen? Het is dus eigenlijk een schriftelijke reactie op mijn vraag. Kan ze toezeggen dat deze definitie van "tijdigheid" ook wordt opgenomen in de wet? Het mag van mij ook in de toelichting op de wet: wat bedoelen we met het woord "tijdigheid"?

Handelingen I 2019-2020, nr. 34, item 12, blz. 38-44

Mevrouw Moonen (D66):

(…)

Ten slotte heb ik in mijn tweede termijn nog één vraag aan de minister, over de tijdigheid van de natuurcompensatie. Daar spraken we ook al over. Zij zei: provincies gaan over compensaties; punt. Provincies gaan inderdaad over compensatie, maar ze dienen natuurlijk landelijke kaders mee te krijgen. Onze fractie zou het heel logisch vinden als u het antwoord geeft dat u gaf op mijn schriftelijke vragen hierover. Toen gaf u eigenlijk een heel duidelijk antwoord. Toen zei u: "tijdelijk" betekent dat de compenserende maatregelen in ieder geval plaatsvinden voor aanvang van de betreffende activiteit. Ze moeten dus voor aanvang worden gerealiseerd. Dat lijkt mij een duidelijk landelijk kader. Vervolgens is het inderdaad aan de provincies om die compensatie in te vullen. Maar ze dienen naar de mening van onze fractie een helder kader mee te krijgen. Dat gaf u in die beantwoording aan. Mijn vraag is: kan de minister die uitleg over de tijdige compensatie opnemen in de memorie van toelichting of in een verzamelwet, die er ook nog gaat komen? Dus kunnen we dat landelijke uitgangspunt zo opnemen en omschrijven?

(…)

Minister Schouten:

(…)

Mevrouw Moonen vraagt heel specifiek naar het punt van de tijdigheid van de natuurcompensatie. De verduidelijking van het begrip "tijdig" is al vastgelegd in de nota van toelichting van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Ik zal nog kijken of ik dit kan opnemen in de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit natuur. Het staat dus al in het besluit, maar op die manier kunnen we het nog een keer borgen. (…).


Brondocumenten


Historie