Plenair Koole bij behandeling Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19



Verslag van de vergadering van 26 januari 2021 (2020/2021 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.45 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koole (PvdA):

Dank u wel. De leden van de PvdA-fractie danken de regering voor de antwoorden op de gestelde vragen. Wij waarderen de inzet van de regering om veilig te kunnen stemmen in coronatijd zonder dat het recht om te kunnen stemmen wordt aangetast. We waarderen ook het streven om de effecten van die bijzondere maatregelen op de opkomst zo klein mogelijk te doen zijn, maar hebben nog enkele vragen.

Ook in tijden van een gezondheidscrisis, of, misschien beter gezegd, júíst in tijden van een grote crisis, is het door laten gaan van het democratisch proces naar ons oordeel van groot belang. Daarom staan wij positief tegenover dit wetsvoorstel. Maar het doorgaan van de verkiezingen op 17 maart moet wel verantwoord kunnen. Hoe goed de voorbereidingen van dit bijzondere verkiezingsproces ook zijn, het verloop van de pandemie en de effecten van de genomen maatregelen zijn niet met zekerheid te voorspellen. In antwoord op een van onze vragen zegt de regering dat zij de Tweede Kamer voor de start van het reces, 12 februari, zal informeren over de stand van zaken van de voorbereidingen, waarbij zij ook zal ingaan op de dan actuele situatie rondom het coronavirus en de gevolgen die dat kan hebben voor de verkiezingen van 17 maart.

In de nota naar aanleiding van het verslag zegt de regering ook deze Kamer op de hoogte te zullen stellen. Dat ligt voor de hand, want mocht het onverhoopt tot een besluit tot uitstel van de verkiezingen komen, dan is voor dat besluit door middel van een speciale wet ook de instemming van deze Kamer nodig, die dan goed moet zijn geïnformeerd. In de beantwoording van de vragen is de regering echter niet ingegaan op onze vraag onder welke omstandigheden zij tot een indiening van een dergelijke wet overgaat. Graag alsnog een antwoord van de minister op deze vraag. Met andere woorden: hoe erg moet de situatie zijn om te besluiten om de verkiezingen niet door te laten gaan? De regering moet daar toch een soort draaiboek voor hebben? Wat zijn volgens de minister de criteria aan de hand waarvan zij besluit al dan niet over te gaan tot een voorstel om verkiezingen uit te stellen? Is er om organisatorische, logistieke of andere redenen een uiterste datum waarop tot uitstel van de verkiezingen kan worden besloten? Omdat het verloop van de pandemie zoals gezegd moeilijk voorspelbaar is, kan dat besluit ook nog enkele dagen voor 17 maart vallen. Als dat besluit zou vallen in de periode na 12 februari, dan wordt, mag ik aannemen, de Tweede Kamer van reces teruggeroepen om over het wetsvoorstel te stemmen.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik zou de heer Koole, die overigens een terechte vraag stelt aan de minister, ook de wedervraag willen stellen: zijn er omstandigheden waarin het voor de fractie van de Partij van de Arbeid denkbaar zou zijn om de verkiezingen uit te stellen? Of zegt u dat we kost wat kost ervoor moeten zorgen dat de verkiezingen ook echt doorgaan? Heeft u zelf daarbij bepaalde criteria of scenario's in gedachten waarbij dat überhaupt denkbaar zou zijn? Wat ons betreft moeten de verkiezingen echt absoluut doorgaan.

De heer Koole (PvdA):

Onze partij wil ook dat de verkiezingen doorgaan, maar het moet wel zorgvuldig kunnen, zoals ik net al zei. Het is altijd een afweging: hoe ernstig is de pandemie op het moment dat de verkiezingen worden gehouden? Daarin zal een afweging moeten worden gemaakt. Hopelijk is het zodanig dat wij met deze extra voorstellen die in dit voorstel staan, veilig kunnen gaan stemmen. Daarom staan we ook positief tegenover dit voorstel. Maar als de minister op grond van bepaalde criteria, waar ik haar naar vraag, zou zeggen dat het niet meer veilig kan, is het niet uitgesloten dat verkiezingen worden uitgesteld. Een van de belangrijkste criteria is natuurlijk de volksgezondheid voor de mensen.

De heer Van Hattem (PVV):

"Volksgezondheid" is een heel breed te trekken begrip, maar mijn vraag was onder welke omstandigheden de Partij van de Arbeid zou zeggen dat we echt niet moeten doorgaan met de verkiezingen. Of zegt u: wij trekken een principiële lijn; de verkiezingen gaan kost wat kost door en met deze wet in de hand hebben we in ieder geval voldoende maatregelen om deze zorgvuldig te kunnen laten verlopen?

De heer Koole (PvdA):

Dat is nu precies de vraag die ik stel: beschikt de regering over informatie die wij als fractie of als Kamer niet hebben? Ik vraag de regering dus welke criteria worden gehanteerd. Ik vraag de regering niet nu al te besluiten of de verkiezingen wel of niet plaatsvinden. Daar gaat het niet om. De vraag is welke criteria gehanteerd worden indien het misschien onverhoopt aan de orde komt. Wij hebben die informatie niet, dus ik kan ook niet zeggen of het wel of niet doorgaat.

De voorzitter:

De heer Van Hattem, derde.

De heer Van Hattem (PVV):

Maar de Partij van de Arbeid zegt nu eigenlijk dat het wat haar betreft onder bepaalde omstandigheden wel denkbaar is dat de verkiezingen niet doorgaan.

De heer Koole (PvdA):

Dat is ook wat de minister heeft gezegd.

De heer Nicolaï (PvdD):

De heer Koole en ik zitten in dezelfde commissie. Ik herinner me dat daarin al maanden geleden de vraag aan de orde kwam of de verkiezingen wel kunnen doorgaan gelet op de coronamaatregelen. Het was toen juist de heer Koole die naar voren bracht: het gaat niet alleen om de dag van de verkiezingen, maar ook om de periode daarvoor; je moet daarin goed campagne kunnen voeren. Mijn vraag aan de heer Koole is: heeft u nu het idee dat we op het punt zijn gekomen dat je niet meer kan spreken van "zorgvuldig campagne voeren", zoals u zich dat voorstelde toen u de vragen stelde waarop ik doel?

De heer Koole (PvdA):

Campagne voeren is natuurlijk noodzakelijk bij verkiezingen. Dat zal onder deze omstandigheden anders zijn dan bij normale verkiezingen. Zorgvuldig campagne voeren is dus niet hetzelfde als onder normale omstandigheden, maar alle partijen moeten wel in staat zijn om hun informatie aan de kiezers over te brengen in de periode voorgaand aan de verkiezingen. De maatregelen in dit wetsvoorstel maken dat in beginsel niet onmogelijk. Het wetsvoorstel ziet daar niet specifiek op. Maar ik ga ervan uit dat partijen via allerlei kanalen, vooral digitale kanalen in deze omstandigheden, toch hun campagne kunnen voeren.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Koole (PvdA):

Voorzitter. Een tweede onderwerp, dat aan het eerste gerelateerd is, betreft de mogelijke effecten van de corona-epidemie op de opkomst bij de verkiezingen. Er zijn allerlei extra maatregelen genomen om de opkomst te bevorderen, van briefstemmen voor mensen van 70 jaar en ouder — we hebben het er net al over gehad — en de uitbreiding van het aantal volmachten van twee naar drie, tot uitvoerige maatregelen om het stemmen in het stemlokaal coronaproof te maken. Wij ondersteunen die maatregelen van harte.

Briefstemmen en de uitbreiding van het aantal volmachten waren nog niet aan de orde bij de herindelingsverkiezingen van 18 november jongstleden. Bij die verkiezingen gaf 18% van de niet-stemmers volgens onderzoeksbureau Ipsos aan dat zij vanwege corona niet zijn gaan stemmen of dat corona een rol heeft gespeeld bij de keuze om niet te gaan stemmen. Vooral bij de ouderen speelde dat een rol. De nieuwe mogelijkheid van briefstemmen voor mensen van 70 jaar of ouder brengt dat percentage hopelijk fors terug, al betrof de categorie ouderen in het onderzoek van Ipsos de groep van 55 jaar of ouder. Maar ook onder de groep niet-stemmers tussen 35 en 54 jaar gaf 8% aan niet te stemmen vanwege corona. Juist de groep tussen 35 en 70 jaar, waartoe ook kwetsbare mensen behoren — het zijn niet alleen kwetsbare mensen, maar er behoren ook kwetsbare mensen tot die groep — zou extra gewezen moeten worden op de mogelijkheid om per volmacht te stemmen. Is de minister dat van plan en, zo ja, op welke wijze?

Gaat de minister via peilingen de bereidheid om te gaan stemmen op de voet volgen, zo vraagt de PvdA-fractie. Dat zou naar ons oordeel kunnen meewegen bij een eventueel besluit om verkiezingen uit te stellen. Dergelijke informatie is dan ook voor de afweging door het parlement van belang. Is de regering bereid stelselmatig, zeg wekelijks vanaf begin februari, de bereidheid onder de bevolking om te gaan stemmen te laten onderzoeken, waarbij uitdrukkelijk ook naar de redengeving om niet te gaan stemmen wordt gevraagd? Meer in het algemeen: wat gaat de regering doen om potentiële niet-stemmers alsnog te bewegen de gang naar de stembus te maken?

Voorzitter. Tot slot nog enkele informatieve vragen. In de memorie van antwoord schrijft de regering enerzijds op pagina 6: "Het tellen van de briefstemmen kan beginnen op woensdag 17 maart om 7.30 uur 's morgens." Anderzijds staat op pagina 8: "De briefstemmen en de stemmen die zijn uitgebracht op maandag 15 en dinsdag 16 maart worden allemaal op woensdag 17 maart in het openbaar geteld." Bij het tellen van de stemmen mogen kiezers aanwezig zijn. Hoe laat moeten kiezers die daarbij aanwezig willen zijn, zich naar het tellokaal begeven, zo vraag ik de minister. Is er een limiet aan het aantal mensen dat bij de telling aanwezig kan zijn? Kunnen mensen worden geweigerd? Kan de minister verder aangeven of, en zo ja hoe, het aantal stemlokalen wordt beïnvloed door de coronamaatregelen? Zijn er in elke gemeente voldoende stembureauleden? Welke maatregelen ziet de minister om de gemeenten die moeite hebben met het vinden van voldoende leden van de stembureaus te helpen? En hoe staat het met het aantal stemmentellers? Zijn er daar voldoende van? Kan bijvoorbeeld het tellen desnoods de volgende dag worden voortgezet met een verse ploeg stemmentellers?

Voorzitter. De PvdA-fractie hoopt van ganser harte dat de verkiezingen op 17 maart door kunnen gaan, maar alleen als dit verantwoord kan. Ze waardeert dan ook de inzet van de regering en van alle mensen op lokaal niveau die hard werken om dit mogelijk te maken. Maar nogmaals, alleen als het verantwoord kan. Graag vernemen wij de antwoorden op de door ons gestelde vragen.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is nog een vraag van de heer Raven van de OSF.

De heer Raven (OSF):

Ik had een vraag over de volmachtstemmen. Ziet u niet het risico dat er een toename zou kunnen zijn van het ronselen van stemmen als je van twee naar drie gaat? Dat is één. En zouden mensen geen misbruik kunnen gaan maken van de briefstemmogelijkheid door die brieven her en der te gaan ophalen onder 70-jarigen? Ziet u dat risico?

De heer Koole (PvdA):

Het volmacht is altijd een zeker risico; daar heeft de Kiesraad ook op gewezen. Daarom is het aantal ooit teruggebracht naar twee. In dit voorstel is het vanwege de bijzondere omstandigheden van twee naar drie gebracht om het mogelijk te maken dat mensen die niet willen of kunnen gaan stemmen of naar het stemlokaal kunnen gaan, toch hun stem kunnen uitbrengen. Die mogelijkheid is iets vergroot. Zoals we net ook zagen in het debat over stemmen per brief voor 70-jarigen en ouder, is dit inderdaad een afweging tussen enerzijds de gezondheidsbelangen en anderzijds de zorgvuldigheid van het kiesproces. In die afweging snap ik de eenmalige uitbreiding, voor deze bijzondere verkiezing, van twee naar drie volmachtstemmen.

De heer Raven (OSF):

Zou het dan niet goed zijn als we wat meer garanties kregen, met name bij de briefstemmers, hoe het ronselen van stemmen wordt voorkomen? Dat zie je namelijk niet.

De heer Koole (PvdA):

Het briefstemmen wordt gewoon thuis gedaan door mensen van 70 jaar en ouder. Zij moeten dat invullen. De minister heeft dat in de beantwoording van de vragen al uitvoerig toegelicht. Daar zit een zorgvuldig begeleid proces in. De Kiesraad wijst erop dat het risico van briefstemmen zit tussen het moment dat diegene de briefstem op de bus doet en de aankomst in het stemlokaal. Daar heb je niet echt zicht op. Ik begrijp dat er afspraken zijn gemaakt met PostNL om dat goed te begeleiden, maar je hebt er geen zicht op. Dat is een zeker risico. Dat is het risico waar ook de Kiesraad op wijst. Dat weeg je af tegen de gezondheidsbelangen. Ik snap dat je dat in dit geval op die manier doet.

De voorzitter:

De heer Raven, tot slot.

De heer Raven (OSF):

Ten aanzien van dat laatste: het risico dat die brief ergens onderweg kwijtraakt bij de post, zit er inderdaad in. Zou je niet voor een zekere risicospreiding kunnen zorgen door er bijvoorbeeld een vierkantstelling in te zetten en te zeggen dat iemand die per brief stemt, ook ergens moet aanmelden dat hij per brief gaat stemmen? Dan heb je daar controle op.

De voorzitter:

De heer Koole, tot slot.

De heer Koole (PvdA):

Ik denk dat dit eerder vragen zijn die u straks aan de minister zou moeten stellen, maar de briefstemmer heeft natuurlijk een stempas, een speciale pas voor briefstemmers. Die wordt op een zeer goede manier voorbereid. Uiteindelijk wordt ook gecontroleerd of die eenmalig wordt gebruikt en niet meerdere malen. Dit proces is dus met veel garanties omgeven. Maar de minister weet daar vast nog meer van en kan dat vast precies zeggen.

De heer Van der Burg (VVD):

Ik vind het buitengewoon goed dat de minister allerlei scenario's onderzoekt. Dat mag je ook van een minister in crisistijd verwachten. Dus dat ook het scenario van het niet doorgaan van de verkiezingen door de minister wordt onderzocht: prima! Ik proef echter wel licht tussen de bijdrage van de PvdA in de Tweede Kamer en die in de Eerste Kamer, want uw partijgenoot in de Tweede Kamer, Attje Kuiken, zei: "Er kan geen sprake zijn van uitstel. Juist in tijden van crisis" — ik citeer haar hier — "moeten kiezers de gelegenheid hebben om hun stem te laten horen." Dat was de bijdrage van de PvdA naar aanleiding van het debat over deze wet. Ik proef bij u op z'n minst een genuanceerdere bijdrage dan bij uw fractie in de Tweede Kamer. Sorry, uiteraard bedoel ik niet u, voorzitter, want u bent altijd genuanceerd, maar ik bedoel natuurlijk de heer Koole. Ik proef bij de heer Koole op z'n minst een genuanceerdere bijdrage, of meer de opening naar eventueel uitstel. In die zin snap ik de vraag van mijn achterburen op dit moment wel.

De heer Koole (PvdA):

Daar zit geen verschil tussen. De inzet is dat wij hopen dat de verkiezingen doorgaan. De maatregelen in dit wetsvoorstel zijn er juist op gericht om ze te kunnen laten doorgaan. De minister heeft zelf al eerder, namelijk in een brief van vorig jaar mei, geschreven dat niet kan worden uitgesloten dat er omstandigheden zijn waardoor besloten moet worden om de verkiezingen niet te laten doorgaan. Mijn vraag aan de minister is: op basis van welke criteria besluit u dat? Wat zijn die criteria? Wij pleiten niet voor het niet laten doorgaan van de verkiezingen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koole. Dan is het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.