Plenair De Boer bij behandeling Strafbaarstelling misbruik prostitué(e)s



Verslag van de vergadering van 22 maart 2021 (2020/2021 nr. 30)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.02 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Met het oog op de transparantie in deze Kamer meld ik om te beginnen dat ik in het verleden bestuurslid ben geweest van de Vereniging voor Vrouw en Recht - Clara Wichmann, en nog steeds lid ben. Ik meld daarbij ook dat ik geen enkele bemoeienis heb gehad met de totstandkoming van de brief die deze vereniging over het vandaag voorliggende wetsontwerp heeft geschreven. En voor de compleetheid meld ik ook nog even dat ik van 2011 tot 2018 lid ben geweest van de raad van toezicht van de stichting CoMensha, het coördinatiecentrum tegen mensenhandel.

Voorzitter. Het is inmiddels meer dan zes jaar geleden dat het initiatiefvoorstel waar wij vandaag over spreken bij de Tweede Kamer is ingediend. Van de oorspronkelijke initiatiefnemers is voor zover ik begreep alleen de heer Segers nog bij ons om het wetsvoorstel te verdedigen. Om te beginnen wil ik mijn waardering uitspreken voor zowel de oorspronkelijke initiatiefnemers als degenen die hun werk hebben voortgezet. Het recht van initiatief is een belangrijk instrument voor een Tweede Kamerlid. Het kost veel tijd en doorzettingsvermogen om een wetsvoorstel te schrijven en de vele vragen uit beide Kamers te beantwoorden.

Het voorliggende wetsvoorstel heeft tot doel het maken van misbruik van prostituees die het slachtoffer zijn van mensenhandel aan te pakken. Daar kan niemand tegen zijn. We moeten ons wel de vraag stellen of het doel met dit wetsvoorstel ook wordt bereikt, of er sprake is van ongewenste neveneffecten en of de gekozen maatregelen in overeenstemming zijn met rechtsstatelijke principes.

Voordat ik op deze vragen inga, wil ik toch kort iets zeggen over wat ik maar even "het prostitutiedebat" noem, en de link tussen prostitutie en mensenhandel. Dit is een ingewikkeld debat. Die ingewikkeldheid hangt samen met het morele oordeel dat velen van ons hebben over prostitutie. Dat morele oordeel hangt ook samen met een moreel oordeel over seks. Daarin is seks iets wat alleen plaats hoort te vinden binnen een langdurige liefdesrelatie of op z'n minst gekoppeld moet zijn aan sterke affectieve gevoelens. Prostitutie als werk past moeilijk binnen een dergelijk moreel oordeel, laat staan prostitutie als werk waaraan de sekswerker lol beleeft. Begrijp me goed, er is niks mis met het hebben van een moreel oordeel. Het wordt wel problematisch wanneer het eigen moreel oordeel wordt gebruikt om anderen te beoordelen, te veroordelen en voor hun eigen bestwil monddood te maken. Dat is wat we soms zien gebeuren in discussies rondom abortus en rondom prostitutie. Maar het zou ook weer te gemakkelijk zijn om alle initiatieven om mensenhandel binnen de prostitutie aan te pakken, weg te zetten als patriarchale acties van moraalridders. Want er is wel degelijk sprake van mensenhandel in de prostitutiesector en van misbruik van sekswerkers door klanten. Dat misbruik en die mensenhandel moeten we aanpakken, zonder ons daarbij te laten afleiden door ons eigen morele oordeel over prostitutie. Ik vertelde al dat ik in de raad van toezicht van CoMensha heb gezeten. Ook daar vonden vaak discussies plaats over de relatie tussen sekswerk en mensenhandel. We stelden onszelf en anderen dan vaak de vraag: als het nou niet zou gaan over mensenhandel bij sekswerk, maar over mensenhandel in de tuinbouw, wat zou dan ons standpunt zijn? Dat is een goede manier om voor jezelf te ontdekken of je het echt over het aanpakken van mensenhandel hebt of over een moreel oordeel over sekswerk.

Dat brengt mij bij mijn eerste vraag aan de initiatiefnemers. Waarom hebben zij ervoor gekozen om alleen het misbruik maken van slachtoffers van mensenhandel in de prostitutie strafbaar te stellen en niet ook het misbruik maken van slachtoffers van mensenhandel in andere sectoren? Het voorgestelde artikel 273g wordt geplaatst na artikel 273f, en dat gaat over mensenhandel in zijn algemeenheid. Wat is naar het oordeel van de initiatiefnemers het principiële verschil of de noodzaak om dit wel aan te pakken en het misbruik maken van slachtoffers van misbruik in andere sectoren niet? Want wat te denken van bijvoorbeeld het kijken naar een illegaal kooigevecht, waarbij er twijfels zijn over de vrijwilligheid van alle vechters, of van het kopen van asperges op een boerderij waarvan je vermoedt dat Oost-Europese arbeiders daar slecht worden behandeld?

Voorzitter. Dat er ook in andere sectoren sprake is van mensenhandel neemt niet weg dat de prostitutiesector een van de sectoren is waarin mensen kwetsbaar zijn voor geweld en uitbuiting en waarin ook relatief veel mensenhandel voorkomt. Het hoeft geen betoog dat we alles op alles moeten zetten om die mensenhandel en dat misbruik van sekswerkers aan te pakken. Het kabinet zet in op een integrale aanpak, een combinatie van preventie, bescherming van slachtoffers en het aanpakken van daders. Deze lijn steunen wij, net zoals wij intensivering van die aanpak en uitbreiding van de capaciteit steunen. De vraag die we ons vandaag stellen, is of een verdergaande strafbaarstelling van klanten een bijdrage kan leveren aan de effectieve aanpak van mensenhandel.

De eerste vraag die we ons daarbij moeten stellen, is of de huidige strafbaarstellingen niet voldoen en of er niet veel meer ingezet moet worden op de handhaving van die normen. Zo is het hebben van seks tegen de kenbare wil van het slachtoffer al strafbaar als aanranding of verkrachting, is het voordeel trekken uit mensenhandel al strafbaar en is seks tegen betaling met een minderjarige ook al strafbaar. De schriftelijke beantwoording van de initiatiefnemers heeft naar het oordeel van mijn fractie nog onvoldoende duidelijk gemaakt waarom deze strafbaarstellingen onvoldoende soelaas zouden bieden. Aan welke situaties moeten wij nou precies denken die onder de huidige wet nog niet strafbaar zijn? Is het niet zo dat er, wanneer iemand aangeeft gedwongen te worden of wanneer signalen van dwang of uitbuiting overduidelijk zijn, al vervolgd kan worden voor aanranding of verkrachting? Is dit voldoende uitgeprobeerd door vervolging in te stellen wegens verkrachting met gebruik van een andere feitelijkheid in zaken waarin er aanwijzingen waren voor mensenhandel? Zijn er uitspraken waarin dit tot vrijspraak heeft geleid, terwijl onder de voorgestelde strafbaarstelling wellicht wel veroordeling plaats had kunnen vinden? Kunnen de initiatiefnemers nog wat preciezer aangeven in welke situaties de huidige strafbaarstellingen niet voldoen? Maakt het daarbij bijvoorbeeld uit of we het hebben over zichtbare prostitutie op de wallen in bordelen, of over prostitutie die zich afspeelt in het geheim en in het onzichtbare?

Voorzitter. We kennen in het strafrecht een voorzienbaarheidsvereiste, de zogenaamde lex certa.] De Raad van State oordeelde in zijn advies over het wetsvoorstel dat de schuldvariant van de voorgestelde strafbaarstelling op dit punt problematisch is, als niet van tevoren vaststaat van welke omstandigheden iemand redelijkerwijs zou moeten vermoeden dat sprake is van een mensenhandelsituatie. Zouden we niet moeten zeggen dat als signalen van mensenhandel niet zodanig duidelijk zijn dat ze kwalificeren als een andere feitelijkheid in de verkrachtings- en aanrandingsartikelen, ze ook niet kunnen kwalificeren als omstandigheid op grond waarvan je weet of ernstig moet vermoeden dat sprake is van mensenhandel? Zo nee, waarom niet? En waar ligt nou precies die grens? Als er een verschil is, waar zit 'm dat dan in? Ik vraag zowel de initiatiefnemers als de minister hier nogmaals op te reflecteren en ook hierbij nogmaals in te gaan op de vraag of er mogelijke verschillen zijn tussen wat ik maar even noem de prostitutie in de zichtbare en die in de onzichtbare sector.

Een vervolgvraag, zowel aan de initiatiefnemers als aan de minister, is die naar de handhaafbaarheid. Wat zijn, mede gezien de ervaringen met de handhaving van de huidige strafbaarstellingen waar het gaat om uitbuiting van en geweld tegen sekswerkers, de verwachtingen ten aanzien van de handhaafbaarheid van de voorgestelde strafbaarstelling? Hoe verwacht u dat zaken ter kennis van de politie gaan komen? Hoe schat u de bewijsbaarheid in? Waarop baseert u deze verwachtingen? Mijn fractie heeft nog wel twijfels over de handhaafbaarheid en daarmee over de praktische betekenis die het wetsvoorstel kan hebben. De strafbaarstelling zou daarmee vooral symbolische waarde hebben. Dat hoeft overigens geen diskwalificatie te zijn. Een strafrechtelijke normstelling kan een bijdrage leveren aan de aanpak van maatschappelijk ongewenste gedragingen, ook als de strafbaarstelling moeilijk te handhaven is.

Voorwaarde is dan wel dat er geen negatieve neveneffecten zijn te verwachten. Ook op dat punt zien wij wel wat knelpunten in het wetsvoorstel. Deze knelpunten zien vooral op de nadelige gevolgen die het wetsvoorstel kan hebben voor de sekswerkers die geen slachtoffer zijn van mensenhandel maar werken in — ik noemde het al — de zichtbare sector. In de eerste plaats zien wij het risico dat klanten die signalen zien van mogelijke uitbuiting of misstanden, door de voorgestelde strafbaarstelling minder bereid zullen zijn om deze, al dan niet anoniem, te melden. Eerdere campagnes waarin klanten bewust werden gemaakt van signalen van misstanden hebben in het verleden geleid tot meer meldingen van vermoedens van uitbuiting. Het ligt voor de hand dat klanten minder snel zullen melden als zij zichzelf daarmee aan vervolging zouden kunnen blootstellen. In de tweede plaats wijzen sekswerkers zelf op het risico dat een strafbaarstelling bijdraagt aan de criminalisering van sekswerkers. Dat zou sekswerkers juist kwetsbaarder maken voor misbruik, zo leert ook de ervaring in de landen waarin is ingezet op de strafbaarstelling van klanten.

De Eerste Kamer heeft een brief gekregen van het platform SekswerkExpertise. Ik ga ervan uit dat de initiatiefnemers en de minister ook kennis hebben kunnen nemen van deze brief. Kunnen zij ingaan op de zorgen die er bij de sekswerkers leven over de nadelige effecten van de wet? In deze brief wordt ook gesteld dat het niet acceptabel is dat een voorstel wordt gepresenteerd als positieverbetering van sekswerkers terwijl zij zichzelf daar niet in herkennen en juist negatieve effecten zien van het voorstel. Ik krijg dezelfde signalen in berichten die ik ontvang van individuele sekswerkers. Zijn de initiatiefnemers het met de fractie van GroenLinks eens dat maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming en positieverbetering van een bepaalde groep, niet moeten worden genomen zonder die doelgroep daarin in elk geval te horen? "Niet over ons, zonder ons" is een belangrijk uitgangspunt. Hebben de initiatiefnemers dit overleg gehad met sekswerkers, slachtoffers van mensenhandel en hun organisaties? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe is dit meegenomen in het voorstel?

Voorzitter. Ik maak graag van de gelegenheid gebruik om een kleine zijsprong te maken waar het gaat over de kwetsbare positie van sekswerkers. Net zoals criminalisering van sekswerk de kwetsbaarheid van sekswerkers vergroot, geldt dat ook voor het niet normaliseren van sekswerk als gewoon werk, met de bijbehorende rechten. De signalen die ik krijg over de gevolgen die de COVID-19-maatregelen voor sekswerkers hebben, zijn alarmerend. Zij mogen niet werken, maar vallen ook buiten alle vormen van overheidssteun omdat zij meestal werken via een zogenaamde opting-inregeling waarbij ze geen werknemer zijn en dus niet kunnen profiteren van de NOW-regeling, maar ook geen zelfstandige zijn en dus geen recht hebben op Tozo. Sommige sekswerkers zien geen andere mogelijkheid dan toch illegaal te gaan werken. Slachtoffers van mensenhandel in de prostitutie zullen hier mogelijk toe worden gedwongen, met alle risico's van dien. Risico's op coronabesmettingen, maar ook risico op uitbuiting en geweld, want klanten weten dat sekswerkers niet naar de politie zullen gaan omdat ze niet hadden mogen werken. Is de minister bekend met deze signalen? Waarom is er nog steeds geen oplossing gevonden voor een financiële tegemoetkoming voor sekswerkers die getroffen zijn door een inkomensachteruitgang door de coronamaatregelen? Wat doet de regering om het misbruik van sekswerkers die toch werken tegen te gaan?

Voorzitter, ik rond af. De strijd tegen mensenhandel en uitbuiting is een strijd die wij graag voeren, ook samen met de initiatiefnemers. Niet vanuit een moreel oordeel over prostitutie dat leidt tot het willen redden van prostituees, of ze dat nu willen of niet, maar met maatregelen die juridisch houdbaar en handhaafbaar zijn en die niet tot gevolg hebben dat signalen van mensenhandel juist minder vaak gemeld zullen worden en sekswerkers in een kwetsbaarder positie terechtkomen. Mijn fractie heeft, zoals u heeft kunnen horen, op dit punt nog wel twijfels en vragen. Wij wachten de beantwoording dan ook met grote belangstelling af.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Boer. Dan geef ik het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.