Plenair Bezaan bij behandeling Wet uitbreiding slachtofferrechten



Verslag van de vergadering van 13 april 2021 (2020/2021 nr. 34)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.26 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bezaan (PVV):

Voorzitter. Om te beginnen ook namens de PVV-fractie de felicitaties aan het lid Hiddema, ook al is hij niet aanwezig.

Het is jaren trekken en duwen geweest om het slachtoffer van een misdrijf in het strafproces een betere positie te geven. Met dit voorstel wordt een stap voorwaarts gezet naast de kleine stapjes die hier al aan vooraf zijn gegaan. Het voorstel dat nu voor ons ligt, voorziet namelijk in maatregelen die bijdragen aan die verdere versteviging van de positie van het slachtoffer in het strafproces. We hebben het dan niet alleen over de verschijningsplicht van de in voorlopig hechtenis zittende verdachte van een ernstig zeden- of geweldsmisdrijf, maar ook over de uitbreiding van de kring van spreekgerechtigde nabestaanden. Mijn collega's hebben dit ook al uitgebreid besproken. De verschijning van de verdachte zal volgens de memorie van toelichting bijdragen aan de versterking van de functie van het spreekrecht van het slachtoffer. Het aanhoren van het slachtoffer kan namelijk leiden tot een vergroting van het delictsbesef. Daarmee kan voorkomen worden dat de verdachte, mocht het tot een veroordeling komen, opnieuw een strafbaar feit zal begaan.

De verschijningsplicht zal tevens bijdragen aan de waarheidsvinding tijdens het onderzoek op de terechtzitting. De rechter en het OM zullen door de aanwezigheid van de verdachte beter worden geïnformeerd. Ze kunnen vragen stellen. Hetgeen de verdachte naar voren brengt op de zitting kunnen ze betrekken bij hun overwegingen. Daarnaast dient de aanwezigheid van de verdachte op de zitting ook een maatschappelijk belang, in die zin dat de verschijningsplicht van de verdachte geldt voor ernstige misdrijven die aanzienlijke gevolgen hebben voor het slachtoffer en waardoor de rechtsorde wordt geschaad. Het kan niet zo zijn dat de beslissing om al dan niet bij een dergelijke zitting aanwezig te zijn uitsluitend en alleen bij de verdachte ligt.

De PVV kan zich dan ook vinden in de overweging van de regering dat de wetgever als hoofdregel bepaalt dat de verdachte aanwezig is bij het onderzoek op de terechtzitting en bij de uitspraak. Maar we hebben het, zoals eerder gezegd, ook over de uitbreiding van de kring van spreekgerechtigde nabestaanden. Zo wordt het naast de stiefouders, die al spreekrecht hebben, ook voor verdere stieffamilie, zoals stiefkinderen, stiefbroers- of stiefzussen, mogelijk om tijdens de strafzitting in te spreken. Dit inspreken kan bijdragen aan de verwerking van de traumatische ervaring van het slachtoffer en/of de nabestaande. Ook de rechter en de verdachte zullen uit de mond van het slachtoffer en/of de nabestaande het leed kunnen vernemen dat hem of haar is aangedaan.

Als tot een veroordeling wordt gekomen, is het van belang dat in het vonnis een passage wordt opgenomen waaruit blijkt op welke wijze rekening is gehouden met de verklaring van het slachtoffer of de nabestaande, zonder hiermee de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan te passen. Zou een dergelijke passage niet in het vonnis worden opgenomen, dan zou dit bij het slachtoffer of de nabestaande tot onbegrip kunnen leiden over bijvoorbeeld de straftoemeting. Hiermee wordt het effect van het spreekrecht geheel dan wel gedeeltelijk tenietgedaan.

De minister heeft in de memorie van antwoord aangegeven dat er inmiddels gesprekken worden gevoerd met de Raad voor de rechtspraak om na te gaan of een uitgebreidere motivering kan worden gerealiseerd zonder de wet op dit punt aan te passen. In de eerstvolgende voortgangsbrief over slachtofferbeleid zal de minister hierover rapporteren aan de Tweede Kamer. Mijn verzoek aan de minister is of hij deze voortgangsbrief ook aan dit huis wil doen toekomen.

In navolging van mevrouw Baay wil ik een compliment maken voor de beantwoording van alle vragen. Het komt tegenwoordig zelden voor dat er geen nadere vragen meer worden gesteld. In dit geval was ook een nadere memorie van antwoord overbodig.

Voorzitter. Een andere belangrijke aanvulling op de positie van het slachtoffer is het spreekrecht voor het slachtoffer op de tbs-verlengingszitting, voor zover het gaat over de inhoud van de bijzondere voorwaarden die aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kunnen worden verbonden. Ook al gaat het naar verwachting om een relatief kleine groep slachtoffers, zo'n 15%, die gebruik zullen maken van dit spreekrecht, het is van belang dat deze groep een stem krijgt op de zittingen, ook al zijn ze geen procespartij.

Voorzitter. Hoewel wij tevreden zijn met betreffende wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering, is en blijft het van belang dat de weegschaal van justitie in balans blijft. Het is heel mooi en goed dat de positie en de rechten van het slachtoffer steeds meer en steeds beter in de wet worden verankerd, maar dit mag niet ten koste gaan van de rechtsbescherming van de verdachte en mag evenmin de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aantasten. Deze wetswijziging houdt met dit alles in voldoende mate rekening en kan daarom op onze steun rekenen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bezaan. Dan is het woord aan mevrouw De Blécourt-Wouterse namens de fractie van de VVD.