Plenair De Boer bij behandeling Coronatoegangsbewijzen / Quarantaineplicht voor inreizigers / Maatregelen COVID-19



Verslag van de vergadering van 25 mei 2021 (2020/2021 nr. 38)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.03 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Vandaag bespreken we twee nieuwe wetsvoorstellen in de corona-aanpak, de verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm). Daarbij kijken we ook terug en vooruit naar de wijze waarop de regering de covidepidemie aanpakt. Namens de GroenLinksfractie zal ik ingaan op de verlenging van de Twm en de Quarantainewet, terwijl Saskia Kluit straks zal ingaan op de Testwet.

Het covidvirus is inmiddels bijna anderhalf jaar onder ons. Het heeft een grote impact gehad op degenen die daardoor zijn overleden en hun naasten, op degenen die ernstig ziek zijn geweest, degenen die nog ernstige restklachten hebben, op medewerkers in de zorg, op patiënten van wie andere zorg werd uitgesteld en soms te laat kwam, en ook de impact op de samenleving was groot. Beperkingen in sociale interactie en sociale contacten troffen ons allemaal, maar sommigen harder. Ik denk aan jongeren die niet naar school konden en elkaar niet konden zien, aan ouderen die geen familie op bezoek mochten hebben, aan ouders die maanden thuisonderwijs moesten geven. Ook de economische schade is groot: voor ons land, voor bedrijven en voor mensen. Er is veel gedaan om die schade te beperken, maar dat was niet voor iedereen toereikend. Het is goed om hier stil bij te staan.

Aan de andere kant kunnen wij constateren dat de vaccinatiecampagne inmiddels op stoom is, dat de besmettingscijfers en de opnames in ziekenhuizen en ic's dalen, en dat we bezig zijn de samenleving weer te openen. Met het kabinet is mijn fractie van oordeel dat het te vroeg is om de maatregelen uit de Twm al per 1 juni los te laten. De vraag dringt zich wel op of een verlenging met drie maanden nodig is. Heeft de regering overwogen om de wet met minder dan die drie maanden te verlengen, bijvoorbeeld tot 1 juli of tot 1 augustus?

De wet wordt nu verlengd tot 1 september. Mogelijk dat we dan de enige maatregel die direct in de Twm is vastgelegd, het afstand houden, los kunnen laten. Kan de minister een inschatting geven? Met alle ophef die er is over de avondklok, mondkapjes en de Testwet zouden we kunnen vergeten dat de afstandsmaatregel op zich al een ernstige inbreuk is op onze bewegingsvrijheid en ons recht om ook fysiek interacties met andere mensen aan te gaan. Dat de regel in elk geval buiten nog slechts sporadisch wordt gehandhaafd, doet daar niet aan af. Het is nog steeds verboden om hand in hand te lopen met een geliefde met wie je niet samenwoont, om in het park te dollen met een vriendengroep, om met je oma aan de arm een stukje te wandelen. Ook deze maatregel moet vervallen zodra het kan. Wij hopen dat dat per 1 september is.

De vraag is wel wat er daarna gaat gebeuren. Naar het oordeel van onze fractie moeten we daar nú over denken, zowel procesmatig als inhoudelijk. Procesmatig, omdat we te maken hebben met een zomerreces van beide Kamers in de maanden voor 1 september, inhoudelijk omdat enerzijds een aantal tijdelijke maatregelen waarschijnlijk wat langer moet blijven gelden en we anderzijds ook moeten gaan nadenken over de vraag welke wettelijke grondslagen voor maatregelen mogelijk permanent opgenomen zouden moeten worden in de Wpg, om zowel de endemische situatie als eventuele volgende pandemieën beter het hoofd te kunnen bieden. De uitbraak van covid heeft ons immers laten zien dat het instrumentarium om snel en adequaat te kunnen reageren op een pandemie, niet op orde was. Hierbij horen ook wettelijke waarborgen ter bescherming van grondrechten, zoals bewegingsvrijheid en privacy, en een helder afwegingskader. Ook een deugdelijke parlementaire betrokkenheid bij het aan- en uitzetten van maatregelen moet daarin worden opgenomen. Ik zou de ministers willen vragen of zij het met mijn fractie eens zijn dat het belangrijk is om hier nu al over te gaan nadenken en of zij ons kunnen toezeggen dat zij onze Kamer ruim voor het zomerreces een plan doen toekomen over hoe zij dit traject voor zich zien, zowel procesmatig als inhoudelijk.

Voorzitter. We moeten het ook hebben over de uitvoering van de motie-Janssen, die vraagt om beslissende zeggenschap van de Staten-Generaal bij verlenging van de Twm, en de motie-De Boer, die een voorkeursoptie geeft voor hoe dat geregeld zou kunnen worden. De regering heeft deze voorkeursoptie gedeeld met de commissie voor JenV van de Tweede Kamer, die het voor kennisgeving heeft aangenomen en die vervolgens een motie vanuit de TK om de zeggenschap op een andere manier te regelen, heeft ontraden omdat de Eerste Kamer iets anders wilde. Dat schiet niet op.

De heer Backer (D66):

Mevrouw De Boer zei twee intrigerende dingen: aan de ene kant verkorten en aan de andere kant verlengen. Hoe moet ik dat verstaan? Wil zij midden in de zomer iets verlengen, zodat het langer duurt? Wat is de gedachte daarachter? Bij welke maatregelen denkt u dat het verstandig zou zijn als ze langer zouden duren?

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Het gaat ons er niet om dat de maatregelen langer zouden moeten duren, want daar hopen we zo snel mogelijk vanaf te zijn. Het gaat ons erom dat met de hele Twm is gebleken dat de wettelijke infrastructuur om maatregelen te kunnen treffen als er een pandemie uitbreekt, niet op orde was. Ik heb nu niet het antwoord op de vraag welke dat zouden moeten zijn, maar wij moeten er met z'n allen voor zorgen dat als er een volgende pandemie uitbreekt, we beter voorbereid zijn en dat er haakjes in de Wpg zitten als er maatregelen getroffen moeten worden, inclusief de systematiek hoe ze in werking gesteld kunnen worden, met betrokkenheid van de Staten-Generaal. Op die manier hoef je bij een volgende pandemie niet weer bij nul te beginnen en heb je niet de onvolkomenheden die de Twm wel heeft, bijvoorbeeld rondom de betrokkenheid van de Staten-Generaal.

De voorzitter:

De heer Backer.

De heer Backer (D66):

Nee, voorzitter ...

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Het zijn dus twee verschillende dingen.

De heer Backer (D66):

Ja, ik begrijp het. Ik beperk mijn aantal interrupties, conform de informele afspraak.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Ik ga verder.

Ik constateer dat we de uitvoering van de genoemde moties niet meer in de Twm gaan regelen voordat die wet gaat vervallen. Kan de regering, om in elk geval tegemoet te komen aan de geest van de beide moties, in ieder geval toezeggen dat een voornemen voor een eventuele verlenging van de Twm op een zodanig moment aan de Eerste Kamer wordt toegezonden dat deze hierover desgewenst een debat kan voeren met de regering en hierover desgewenst bij motie een standpunt kan innemen? En kan de regering toezeggen dat bij het vormgeven van mogelijke permanente wettelijke grondslagen de positie van de beide Kamers van de Staten-Generaal zal worden geborgd bij het aan- en uitzetten van maatregelen?

Bij het debat in deze Kamer over de vorige verlenging is aan mijn toenmalige collega Bikker en mij de toezegging gedaan dat er een brede afweging zou worden gemaakt, waarbij naast de gezondheidsrisico's ook gekeken zou worden naar de sociale, maatschappelijke en economische effecten, en dat die afweging ook beter inzichtelijk zou worden gemaakt. Ik wil de regering complimenteren met de verbeteringen die op dit punt zijn doorgevoerd, maar wel met een aantal kanttekeningen. Zo is wat ons betreft de afweging per maatregel en tussen de maatregelen nog onvoldoende inzichtelijk en zijn sommige keuzes onbegrijpelijk. Je mag bijvoorbeeld wel naar de IKEA, maar niet naar een museum en er is nog steeds geen praktijkonderwijs. Ook constateren we dat de informatie uit het Catshuisoverleg zich beperkt tot de uitgebrachte adviezen en de conclusies van de afweging. Een afweging van de voors en tegens per maatregel ontbreekt, net als de te verwachten effecten per maatregel, zowel wat betreft de gezondheid en het welzijn als de economie. Worden deze afwegingen per maatregel gemaakt en kunnen die afwegingen dan ook worden gedeeld? Om hierin inzicht te krijgen zouden de notulen van het Catshuisberaad wellicht kunnen helpen. Worden die notulen gemaakt en zouden die ook gedeeld kunnen worden?

Voorzitter. Ik kom bij de quarantainewet. De Raad van State vond dat de noodzaak, proportionaliteit en effectiviteit van de wet onvoldoende onderbouwd waren en hekelde het ontbreken van een hardheidsclausule. Dat laatste is door een amendement van de Tweede Kamer alsnog geregeld. Maar de noodzaak van de wet is wat mijn fractie betreft nog steeds matig onderbouwd. De gebruikte cijfers zijn oud en komen uit een andere situatie dan die nu geldt, en er wordt veel gewerkt met veronderstellingen.

Met betrekking tot de proportionaliteit zien wij dat de quarantaineplicht preciezer en minder ingrijpend kan zijn dan een vliegverbod. Een vliegverbod is een grof instrument. Het beperkt de vrijheid van inreizigers absoluut, zonder maatwerk te kunnen bieden qua uitzonderingen. Een quarantaineplicht is een inperking van bewegingsvrijheid, maar laat reizigers wel de keuze. Ze kunnen immers ook niet komen. Het laat bovendien ruimte voor uitzonderingen. De regering stelt dat een vliegverbod alleen werkt voor directe vluchten en niet voor mensen die met een transfer inreizen. Dat zou voor de quarantaineplicht anders liggen. Kan de regering uitleggen hoe de quarantaineplicht precies zal worden geëffectueerd ten aanzien van reizigers die met een transfer inreizen? Want daar hebben wij nog wel wat vragen over.

De grootste vraagtekens zetten wij bij de effectiviteit van de wet. Zo zien veel uitzonderingen op situaties met een hoog risico op verspreiding: bruiloften, begrafenissen of een afscheid van een stervend familielid. Hoe weegt de regering dit? De handhaving die wordt ingezet is minimaal. Naar schatting zal slechts een op de acht mensen worden nagebeld. Of er opvolging zal worden gegeven aan vermoedens van niet-naleving is twijfelachtig, want voor gemeenten heeft dit geen prioriteit. Ook is de hoogte van de boete zeer beperkt. De effectiviteit van een sanctie wordt bepaald door een combinatie van de pakkans en de hoogte van de sanctie. Als beide laag zijn, zoals in deze wet, is de effectiviteit dat over het algemeen ook. Ziet de regering dit ook zo en ziet zij mogelijkheden hier nog iets aan te doen?

Een lage boete kan bovendien een ander effect hebben. Als je door betaling van een relatief klein bedrag niet in quarantaine hoeft, kan dat met zich meebrengen dat welgestelde en zakelijke reizigers gemakkelijk onder plicht uit kunnen komen. Voor minder welgestelden gaat dat niet op. De relatief lage boete kan zo discriminatoir uitwerken. We hebben begrepen dat de boetes voor het overtreden van de quarantaineplicht in andere landen veel hoger zijn. Kan de regering daar iets over zeggen? Bijvoorbeeld over Frankrijk, Duitsland en België?

Mijn fractie heeft geen overwegende bezwaren tegen het invoeren van een verplichte quarantaine voor inreizigers, als dit een effectief middel is tegen verspreiding van al dan niet nieuwe varianten van het virus in ons land. Als het door een te lage sanctie in combinatie met onvoldoende handhaving geen effectief middel is, zijn we bezig met het invoeren van symboolwetgeving. Daartegen heeft mijn fractie wél overwegende bezwaren.

Mevrouw De Bruijn-Wezeman (VVD):

Eigenlijk was ik al gaan staan vóór de opmerking die u plaatst. Want in het vorige debat heeft u aangegeven dat u de komst van een quarantaineplicht wel wilde overwegen. Nu gaf u al in het tweede gedeelte van uw betoog aan dat u er op zich geen bezwaar tegen heeft, maar u geeft wel heel veel bezwaren aan tegen het voorstel dat nu voorligt. Dus misschien kunt u dan toch nog een kader aangeven waarbinnen een quarantaineplicht volgens GroenLinks wel zou kunnen werken en waarbinnen er voldoende grondslagen zijn om die in te voeren.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank voor deze vraag. Een quarantaineplicht voor inreizigers kan een middel zijn als het effectief is. Dat is eigenlijk onze belangrijkste afweging. Eerder heb ik in debatten gevraagd — dat staat ook in het toezeggingenoverzicht — om een wettelijke regeling van de quarantaineplicht. Toen heeft volgens mij minister Grapperhaus toegezegd: we zijn bezig met een regeling. Daarbij doelde ik echt op een heel andere quarantaineplicht, namelijk een verplichte quarantaine voor mensen die positief getest zijn. Die is er nooit gekomen. Dus ik zou graag die vraag ook aan de regering stellen. Dank voor deze interruptie, want dat maakt dat ik dat buiten mijn spreektijd kon doen.

De heer Nicolaï (PvdD):

Er is een afweging tussen een quarantaineplicht en een vliegverbod. Ik hoorde mevrouw De Boer zeggen dat een vliegverbod ingrijpender zou zijn. Dat begrijp ik niet helemaal, want als we een vliegverbod zouden invoeren voor niet-essentiële reizen, en we houden bij wijze van spreken de uitzonderingen die nu in de wet staan voor de quarantaineplicht ook aan bij het vliegverbod, hoe kunt u dan zeggen dat een vliegverbod een ernstiger inbreuk zou maken dan een quarantaineplicht? Een quarantaineplicht brengt met zich mee dat mensen die geen symptomen hebben, die verder niet ziek zijn, die alleen maar verdacht zijn, worden opgesloten.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Omdat je bij een vliegverbod die uitzondering niet kunt maken, want dan vliegt er niets. Dat is volgens mij het wezen van een vliegverbod. Maar misschien moet u deze vraag aan de regering stellen. Op het moment dat je een quarantaineplicht hebt en je dat niet wilt, kun je alsnog besluiten niet te vliegen. Dan heb je effectief hetzelfde resultaat als een vliegverbod. Ik heb uit de antwoorden van de regering ook begrepen dat als de situatie in een land heel alarmerend is, er alsnog een vliegverbod kan worden ingesteld. Dat een quarantaineplicht gerichter is dan een vliegverbod, daarvan zijn wij dus wel overtuigd.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat u uw betoog afrondt.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Ja. Ik heb één laatste vraag: is de regering van oordeel dat de mogelijkheid van een quarantaineplicht voor inreizigers ook na het vervallen van de Twm zinvol kan zijn en, zo ja, is de minister voornemens om wetgeving voor te bereiden om dit per 1 september ook mogelijk te maken, buiten de Twm? Kan de minister dan toezeggen bij de voorbereiding van die wetgeving advies te zullen vragen aan het College voor de Rechten van de Mens over de toelaatbaarheid van deze quarantaineplicht onder artikel 5 EVRM, waarover nog steeds onduidelijkheid bestaat?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Boer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kluit, eveneens namens de fractie van GroenLinks.