Plenair Dessing bij behandeling Ondersteunen opgave windenergie op zee



Verslag van de vergadering van 22 juni 2021 (2020/2021 nr. 42)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.39 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing (FVD):

Voorzitter, dank. Ook felicitaties aan de staatssecretaris voor deze hopelijk voor u nog wat langere periode dan het er nu naar uitziet, maar je weet het nooit.

Voorzitter. Het draagvlak voor het plaatsen van enorme aantallen landschapsvervuilende en voor mens en dier gezondheidsverstorende windturbines op land is aan het afbrokkelen door de steeds concreter wordende aanstaande realisatie van de door de provincies gefaciliteerde Regionale Energiestrategieën. Zelfs verstokte voorstanders van energietransitie lijden nu en masse aan het not in my backyard-syndroom en zien deze vogels vermalende en wiebelstroom opleverende megaturbines liever bij hun buren staan of in steeds grotere mate dan maar op de Noordzee, zonder oog voor de enorme strop die dit, zoals al eerder genoemd, voor onze visserijsector betekent en nog gaat betekenen. Een sector die het mede door het afschieten van het pulsvissen door de EU al zo moeilijk heeft.

Met de Wet ondersteunen opgave windenergie op zee wordt een volgende stap gezet in het uitvoeren van de energietransitie, zoals het demissionaire kabinet dit inmiddels voortvarend aan het oppakken is als uitvoering van het Klimaatakkoord. Met de nu voorliggende wet wordt de weg vrijgemaakt om tot 2030 de capaciteit van windenergie op te schroeven van 1 gigawatt nu gerealiseerd naar 11,5 gigawatt in 2030. Ondanks het feit dat deze wet nu nog niet zorgt voor nieuwe windenergiegebieden en het aanwijzen van nieuwe kavels hiervoor, komen er in de komende jaren veel megaturbines op zee bij. Er valt op deze wet veel af te dingen, want met deze wet wordt naast het stroomlijnen van de vergunningverlening en het afschaffen van de vergunningplicht voor aanlandige transportkabels om al deze stroom naar het vasteland te transporteren ook de weg vrijgemaakt voor andere energiedragers, zoals waterstof en ammoniak. Voor deze energiedragers ligt dan ook de weg open om nieuwe pijpleidingen aan te leggen en zelfs energieverbruikende schepen in te zetten voor het transport ervan.

Dit brengt mij tot de volgende vragen aan de staatssecretaris. Klopt het dat de regering onder de vlag van windturbines op zee nu eigenlijk de bouw van waterstoffabrieken en ammoniakfabrieken, al dan niet op zee, wil gaan stimuleren? Hoe verhoudt het in de toekomst mogelijk maken van de productie van ammoniak zich eigenlijk tot de huidige stikstofcrisis, waarbij boeren juist worden gestraft voor het produceren van te veel stikstof? Klopt het dat pijpleidingen en schepen benodigd voor het transport van waterstof en ammoniak straks worden gesubsidieerd en, zo ja, uit welke middelen? Wij overwegen op deze vraag een motie.

Waarom gingen we dit ook al weer allemaal doen? Wij gaan als technocratische samenleving enorm veel geld investeren in systematieken voor de reductie van de hoeveelheid CO2-uitstoot met als doel het verminderen van stijging van de temperatuur in Nederland met in het gunstigste geval 0,00007°C vanwege het doemscenario van een met meters stijgende zeespiegel, waarbij die stijging in werkelijkheid een stabiele 2 millimeter per jaar bedraagt. Zelfs waterstof is hier nu voor in beeld. Hiermee brengen we ons in een lastig parket, omdat er voor de productie van waterstof, zoals ook al eerder is genoemd, enorm veel energie nodig is en er bij het transport hiervan ook veel energie verloren gaat, energie die we dus gaan opwekken met nog meer windturbines op zee. Waarom is waterstof belangrijk voor de realisatie van de energietransitie? Dat is doordat er door het verplicht van het gas af moeten gaan, het sluiten van de kolencentrales, waar wij het volgende week over gaan hebben, en het doorprikken van de zogenaamde milieuvriendelijke en CO2-neutrale verbranding van biomassa naast kernenergie niet veel anders overblijft dan de hoop op een waterstofeconomie. Die waterstof wil men niet alleen gebruiken in de automotor van de toekomst, maar ook in combinatie met CO2 voor het via een complex en duur proces produceren van synthetische kerosine.

In dat kader zou ik de staatssecretaris het volgende willen voorleggen. Is zij bekend met het project Everest van Tata Steel, waarbij deze staalproducent het voornemen voor een aantal zogeheten synthese-ontwikkelopties heeft om door middel van CO2-opslag in lege gasvelden op de Noordzee een combinatie aan te gaan met het produceren van waterstof in IJmuiden en op de Noordzee? In hoeverre is het project Everest van Tata Steel een voorbode voor de grootschalige productie van synthetische kerosine gemaakt van CO2 en waterstof bedoeld voor de luchtvaart op de Nederlandse luchthavens? Of gaat het hier alleen om de productie van staal met behulp van waterstof, waar voor Tata Steel alleen al 1 gigawatt aan groene energie voor nodig is? In hoeverre is de staatssecretaris bekend met de aanvraag van de provincie Noord-Holland om deze ontwikkelopties te versnellen middels een provinciale coördinatieregeling? Betekent dit dat beide Kamers ook een verzoek tegemoet kunnen zien voor het opstarten van een rijkscoördinatieregeling voor de uitvoering van dit project en, zo ja, wanneer staat dit dan te gebeuren?

Daarnaast zou ik de staatssecretaris willen vragen hoe zij met al deze plannen de grote druk op het nu al zwaar belaste energietransportnetwerk wil opvangen. Zijn hier geen onevenredig hoge kosten mee gemoeid? En wordt voor het transport van waterstof gedacht aan het gebruik van leidingen die nu worden gebruikt voor het transport van ons aardgas?

Voorzitter. Ik rond af. Hoewel deze wet op het eerste gezicht niet heel verstrekkend lijkt te zijn, is deze naar de mening van onze fractie wel degelijk een voorbode voor veel energietransitie-ellende waar wij onze burgers voor moeten beschermen. Met deze wet gaan wij de behoefte aan nóg meer windenergie op zee stimuleren voor het via een complexe keten produceren van waterstof, een inefficiënte energiedrager. Die waterstof wil men vervolgens gebruiken voor het produceren van dure synthetische brandstoffen zoals synthetische kerosine, als vervanging van de calorisch zeer efficiënte kerosine, wat weer een reststof is van de productie van overige fossiele brandstoffen. Waar zijn we nu eigenlijk helemaal mee bezig?

De effecten, de praktische onmogelijkheden en de astronomische kosten worden nu langzaam duidelijk. Mijn fractie vraagt zich daarom af in hoeverre we moeten blijven proberen om dit enorme vierkante blok door dit te kleine ronde gat te persen. Wat ons betreft zouden we dat niet moeten willen. In ieder geval zouden we voor nu geen wet moeten aannemen die het plaatsen van nóg meer windturbines op onze Noordzee gaat vergemakkelijken.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dessing. Ik geef ik het woord aan de heer Otten namens de Fractie-Otten.