Plenair Dessing bij behandeling Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie



Verslag van de vergadering van 29 juni 2021 (2020/2021 nr. 43)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.18 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing (FVD):

Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de staatssecretaris voor de beantwoording. De tweede vraag die ik stelde over de kosten van het implementeren van de wet snap ik nu, vanwege het nadeelcompensatieverhaal.

Ik sluit me aan bij de scepsis die ik ook bij de heer Van Ballekom merkte over het proces. Ook ik snap niet helemaal hoe dat nou zit. Want volgens mij komt over alles wat we tot nu toe hier hebben behandeld, eerst een advies van de Raad van State, wat me ook een logische volgorde lijkt. Daar hoor ik graag een reactie op van de staatssecretaris.

Daarnaast heb ik nog een vraag gesteld over hoe hoog de kosten van de energietransitie in het algemeen zijn. Dat is natuurlijk een ingewikkelde vraag, die een heel grote rekensom vergt, maar het is wel een essentiële vraag. Want we hebben het hier over een wetsvoorstel in de rij van nu een aantal CO2-reductiewetten. Ik begrijp van de PvdA dat we de kernvraag niet eens meer mogen stellen, want we leven in het stenen tijdperk als we niet meegaan in dat adagium. Dat vind ik jammer, want volgens mij geldt nog altijd "meten is weten". Waarom doen we ook alweer die CO2-reductie? Omdat we denken dat we als mensen invloed hebben op de verlaging van de temperatuur, zodat er minder ijs smelt, zodat de zeespiegel niet stijgt. Als je wilt meten wat het effect is van al die CO2-wetten en al die CO2-reductie, dan is de zeespiegelstijging daarvoor een enorm goede maatstaf. Die twee millimeter per jaar doet onze fractie toch vragen: waarom doen we dit eigenlijk nog steeds? Die vraag blijft mij toch intrigeren en die zal vaker terugkomen. Waarom doen we nou zo ingewikkeld? Dat wilde ik toch nog even tot slot meegeven.

Misschien dat de algehele kostenvraag van deze wet nog kan worden meegenomen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dessing. Dan geef ik het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa, namens de fractie van de ChristenUnie.