Plenair Ganzevoort bij behandeling Initiatiefwetsvoorstellen-Snels/Sneller Wet open overheid



Verslag van de vergadering van 28 september 2021 (2021/2022 nr. 1)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.08 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Ganzevoort i (GroenLinks):

Voorzitter, dank. Ik had nog een onbeantwoorde vraag, maar ik dacht: ik doe dat in mijn tweede termijn; dat scheelt weer in de interrupties. Dank aan de verdedigers van het voorstel en aan de minister voor de beantwoording van al onze vragen, en eigenlijk ook aan de collega's voor een heel mooi debat over een heel wezenlijk thema: hoe gaan overheid en burger met elkaar om? Hoe zorgen we voor transparantie en informatie voor de burger? Er is gezegd dat dit een complex bouwwerk is. Er zijn allerlei beelden, van kamelen tot ridderzalen. Het is complex, onder andere door alle amendementen. Ik noem toch ook maar 5.2.3, het amendement-Van der Molen. Achteraf kunnen we zeggen, zoals de heer Rombouts, dat het daardoor op sommige punten een wat schurende wet is geworden. Dat is politiek. Zo werkt het soms.

Is het daarmee wat we echt willen? Niet op alle punten. Niemand is helemaal tevreden. Maar we hebben wel … Daarom ben ik bij de behandeling begonnen om die geconsolideerde tekst en de geconsolideerde toelichting daarbij te lezen. Dan moet ik toch eerlijk zeggen dat het, met alle begrip voor de ontstaansgeschiedenis en de exegese daarvan, een heel helder standpunt is. Het is ook een heel helder startpunt. Het is namelijk heel helder dat het actief openbaar is, tenzij. Vervolgens ga je dat preciseren, ga je dat uitwerken. Dan zal bij de partijen best blijken dat er hier en daar net te veel of net te weinig geregeld is en dat het in de uitvoering ingewikkeld is, maar de normering lijkt ons van groot belang. Daarna is operationalisatie nodig via PLOOI enzovoorts. Dat traject hebben we uitgebreid besproken.

Eigenlijk dacht ik de hele avond, in ieder geval bij de beantwoording: we hebben het eigenlijk over hart, hoofd en handen. Sommigen zeggen: het gaat om het hart, de nieuwe bestuurscultuur. Natuurlijk gaat het daarom. Als je niet de bereidheid hebt om er anders in te staan, kun je regels maken wat je wilt, maar dan werkt het niet. Een ander zegt: nee, het gaat over de techniek; die moet je regelen. Oftewel: het handwerk. Als je dat niet hebt, gaat het niet werken. Dat is ook waar. Maar wat we volgens mij vandaag bespreken, is het hoofd, namelijk de rationaliteit, de logica, de conceptualiteit. Wat bedoelen we precies? Welke regels stellen we? Hoe gaat het functioneren? In die drieslag van hart, hoofd en handen, zou ik tegen de heer Rombouts willen zeggen, is dat toch een essentieel onderdeel, naast het hart en de handen.

Kortom, wij zijn blij met de beantwoording. Die heeft ons op veel punten verder geholpen. Wij zijn ook blij met de vooruitgang die in dit voorstel geboekt wordt. Wij denken als fractie dat we ons, als we deze voorstellen niet zouden aannemen, een aantal belangrijke verbeteringen laten ontglippen. Dat zou buitengewoon triest zijn, ook al kan het beter. Zeker, het kan beter. Het kan misschien netter, consistenter en kernachtiger. Dat is allemaal waar, maar dit hebben we liggen. Nu moeten we ja of nee zeggen. Wij zijn blij met een aantal verbeteringen, de norm van openbaarheid, de actieve openbaarheid, enzovoorts.

Dan een paar concrete vragen. Die wil ik graag nog even langslopen, om te kijken naar de beantwoording ervan. Wat de conventie van Tromsø betreft: ik heb geregistreerd dat de minister heeft toegezegd om in kaart te brengen welke belemmeringen er zijn om te ondertekenen. Ik krijg nog een antwoord op de vraag of dat binnen zes maanden zou kunnen. Ik had een motie klaar liggen waarin dat gevraagd wordt. Ik neem aan dat dat niet meer nodig is, maar als we het niet eens worden over die zes maanden, kom ik er misschien nog even op terug. Maar in het algemeen: dank voor die toezegging.

Het informatieregister is een toekomstwens en is nu geen deel van de wet. Maar als we het hebben over toekomstgericht evalueren, omdat het een groeimodel is, noteer ik dat dankbaar.

Wat betreft de Raad van State en de inperking van de ruimte van de regering: volgens mij zijn we het eens over de kwalificaties daarvan. We zullen als Kamer wel heel kritisch zijn op het misbruik dat de regering hiervan zou kunnen maken, als de Raad van State het oneens is met een verzoek. Ik denk dat we daar als volksvertegenwoordigers actiever op moeten zijn.

Dan Caribisch Nederland. De toezegging van de regering om de openbaarheid te stimuleren is heel helder. Ik zou wel één aanscherping willen vragen: hoe kan materieel hetzelfde beschermingsniveau worden bereikt? Ik vraag dus niet of de Woo daar kan gelden. Het gaat om het materiële beschermingsniveau.

Dan is er nog één onbeantwoorde vraag, over zorg en onderwijs. Ik zie dat ik door mijn tijd heen ben, voorzitter. Daar is natuurlijk nog veel discussie over nodig. Ik heb gehoord dat er geen inhoudelijke reden is. Zou de regering willen kijken welke mogelijkheden er zijn om de ongelijkheid binnen die sectoren op dit punt te gaan verminderen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ganzevoort. Dan is het woord aan de heer Van der Linden namens de fractie-Nanninga.