Plenair Raven bij voortzetting Algemene financiële beschouwingen



Verslag van de vergadering van 16 november 2021 (2021/2022 nr. 6)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.54 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Raven i (OSF):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met een uitspraak die ze in Engeland jaren geleden al gedaan hebben: "Shell shall overcome". We hebben nu de Algemene Financiële Beschouwingen over het jaar 2022. Dank aan de collega's dat u het zo lang hebt volgehouden totdat ik aan de beurt ben. Dank ook aan de vertegenwoordiging van het kabinet om hier aanwezig te zijn. Ik denk overigens niet dat ik uitkom met de opgegeven spreektijd; ik heb waarschijnlijk te veel tekst, maar dat hoor ik dan wel van de voorzitter als het zo ver is.

De totale rijksbegroting voor 2022 bedraagt afgerond 421 miljard euro. De begrotingsposten Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en Volksgezondheid, Welzijn en Sport vormen de grootste met respectievelijk 94 miljard en 91 miljard. Ze worden gevolgd door de begrotingsposten van Onderwijs, 48 miljard, en van Financiën en dan met name het begrotingstekort van 46 miljard. Op de vijfde plaats komt dan het Gemeentefonds, met 38 miljard. Ik wil meteen het voorstel doen namens de OSF om daar 10 miljard aan toe te voegen omdat de gemeenten de laatste jaren structureel veel te weinig geld hebben ontvangen voor de taken die aan hen zijn toebedeeld.

Met die vijf posten heb ik meteen 75% van de Nederlandse rijksbegroting te pakken. Interessante cijfers, met name interessant omdat bij die eerste vijf posten niet de post migratie voorkomt. Dat is verrassend, want je hoort er nogal veel over. Het is de OSF gebleken dat de kosten van migratie voor de rijksbegroting 2022 slechts 0,27% zijn, dus minder dan 1%. Dat is niet bepaald het thema waaraan het grootste deel van het financiële betoog zou moeten worden besteed. Daarom zal de OSF daaraan nu ook verder weinig spreektijd spenderen. Verderop komen we nog wel even terug op dit thema, maar we houden ons in deze bijdrage liever bezig met de 99,72% van de rest van de begroting.

Laten we dan van de kleinste post naar de grootste post gaan. Voor het komende begrotingsjaar is ongeveer 7 miljard uitgetrokken voor de klimaatinvesteringen. De OSF plaatst steeds meer vraagtekens bij de haalbaarheid van met name windenergie op land in Nederland. Dit systeem vraagt veel schaarse ruimte en hoge windsnelheden, die slechts beperkt aanwezig zijn in ons land. Over ruimte is inmiddels al een bijdrage gedaan. Ook zijn vele omwonenden niet heel erg blij met zo'n reuzenrad achter in hun tuin. Nederland is ook te klein voor massa's grootschalige zonneparken. Er is bovendien weinig c.q. beperkte zonnekracht. Berekeningen wijzen uit dat als je de hele transitie naar duurzame zonnestroom zou willen realiseren, je in Nederland minstens 500 vierkante kilometer grond nodig hebt om aan de Nederlandse elektriciteitsvraag te kunnen voldoen. Die ruimte is er simpelweg niet, of althans, onvoldoende. Deze gegevens en ontwikkelingen vragen om een andere, meer globale strategie om toch op korte termijn aan de CO2-doelstellingen te voldoen en structureel klimaatbeleid te implementeren.

De OSF is zeer gecharmeerd van het afgelopen week in Glasgow gesloten contract tussen Nederland en Namibië om in dat land met veel ruimte, veel hoge windsnelheden en veel meer zonnekracht dan Nederland, groene waterstof te gaan produceren via het plaatsen van windmolens en zonneparken aldaar. Die waterstof kan dan straks met schepen naar Rotterdam vervoerd worden, om dan in onze economie in Nederland dienst te doen als duurzame energiebron voor de industrie en ook voor de consumenten.

Dit is een prachtig plan, waarbij de voordelen groot kunnen zijn, zeker als dit in veel andere landen in de wereld navolging zou krijgen. Het plan is snel uitvoerbaar, want wind, zon en ruimte zijn in vele landen in veel grotere getallen aanwezig dan in Nederland. Om het plan uitvoerbaar te maken, zijn grote sommen geld nodig. Dat geld heeft Nederland voor 2022 inmiddels beschikbaar gesteld in de vorm van 7 miljard euro in de begroting. Indien dit een structurele component zou worden in de begroting, ontstaat er zelfs een investeringscapaciteit van 1 biljoen euro. Investeringen in zonne- en windenergie zijn uiterst rendabel en vormen een goede basis voor toekomstige rendementen van deze beleggingen. Nederland zou de investeringen op deze manier binnen enkele jaren kunnen terugverdienen, een gegeven dat ook pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen zou kunnen triggeren om dit duurzaamheidsplan op korte termijn te realiseren.

Een groot voordeel zou kunnen zijn dat Nederland zich toekomstig verzekert van energieonafhankelijkheid van grootschalige, vaak dictatoriale leveranciers van fossiele brandstof. Zeker als een groot aantal landen hieraan zou meedoen, worden de risico's en de afhankelijkheid van individuele landen sterk verkleind.

De lokale bevolking in die landen kan tewerk worden gesteld bij de bouw en het beheer van deze installaties, zodat structurele werkgelegenheid ontstaat, armoede kan worden bestreden, de levensstandaard van dat land groeit en de algemene economische situatie verbetert. Daardoor hoeft geen migratie — daar heb je het woord — vanuit die landen meer plaats te vinden naar onder meer Nederland. Immers, de bevolking heeft dan in eigen land een volwaardig economisch perspectief.

Wij roepen het kabinet op om dit soort contracten en de gedachtes erachter verder uit te werken. Nederland is een klein onderdeel van de wereld en we moeten het probleem gezamenlijk oplossen. Nederland heeft er geld voor en dat zouden we op een andere manier kunnen inzetten, waarmee je het probleem van wind en zon in Nederland zou kunnen oplossen.

Voorzitter. Dan het tweede onderdeel. Ik moet even een beetje bladeren. Verdieping in de cijfers van de begroting is met de voorliggende begroting niet gemakkelijk. Ja, het is zelfs grotendeels onmogelijk, nu de rijksbegroting nog steeds geadministreerd wordt op basis van het zogenaamde kasstelsel met verplichtingenregistratie. Dit stelsel functioneerde in de tijd van koning Willem I wellicht nog adequaat, maar het genereert in het digitale tijdperk waarin we nu leven absoluut onvoldoende informatie.

Geen wonder, voorzitter, dat met dit administratief achterhaalde stelsel dit land regelmatig wordt geconfronteerd met onbegrijpelijke blunders van de rijksoverheid zoals de toeslagenaffaire, de onbegrijpelijke verhuurderheffing, die de sociale woningmarkt volledig heeft verstoord, of het ten onrechte niet indexeren van pensioenen over een periode van dertien achtereenvolgende jaren, waardoor de pensioenen met meer dan 20% in koopkracht zijn gedaald en dat volgens een artikel in De Telegraaf laatst effectief slechts 0,25% voordeel heeft opgeleverd voor de toekomstige betaalbaarheid van pensioenen. Let wel, 0,25% voordeel voor de pensioenpotten en meer dan 20% koopkrachtverlies voor de pensioengerechtigden. Over onrecht gesproken! Bij de Algemene Politieke Beschouwingen volgende maand zullen wij het voorstel doen om eenmalig de achterstand voor pensioengerechtigden over de hele periode in te halen.

Welke tekortkomingen heeft het kasstelsel? Ik citeer hier de website van ControllersMagazine: het kasverplichtingenstelsel kent enkele perverse prikkels. Een daarvan is dat dit kasverplichtingenstelsel investeringen lumpsum benadert en er onvoldoende prikkels zijn om de toekomstige kosten in het afwegingsproces mee te nemen. Investeringsbeslissingen worden in sommige gevallen meer op basis van non-rationele ideologische of internationaal profilerende afwegingen gemaakt. Een andere perverse prikkel is dat het kasverplichtingenstelsel ook gevoelig is voor het naar voren halen van lasten. Op die manier worden nog niet volledig bestede jaarbudgetten niet doelmatig uitgeput en wordt zodanig kunstmatig ruimte gecreëerd in toekomstige budgetten, hetgeen in strijd is met het budgetrecht. Ook de Tweede Kamer heeft zich in het verleden al gebogen over dit thema, in 2018 voor de laatste keer. Via het Rapport Baten en lasten geherwaardeerd van de Adviescommissie Verslaggevingsstelsel rijksoverheid heeft de Kamer de conclusie getrokken dat het kasstelsel niet alle relevante financiële informatie levert. De adviescommissie concludeerde dat het huidige verslaggevingsstelsel gebaat is bij grotere samenhang en eenduidigheid en dat het stelsel afwijkt van de in Nederland en daarbuiten gehanteerde stelsels in de publieke sector.

De voorzitter:

Meneer Raven, u heeft mij uitgenodigd om u te helpen herinneren aan de tijd. U heeft nog 47 seconden voor uw tweede termijn en daarna beginnen we aan de spreektijd van volgend jaar.

De heer Raven (OSF):

Ik bewaar de rest van de spreektijd voor volgend jaar. Dat is jammer, voorzitter, want ik heb daardoor niet kunnen ingaan op het verhaal van de Raad van State, wat ook niet mals is. Ik zou graag de mening van de minister en van de vertegenwoordigers van het kabinet horen over het feit dat wij met dit achterhaalde stelsel nog steeds de administratie voeren in dit land en over de vraag waarom het in de afgelopen twintig jaar niet is ingevoerd, ondanks dat de Algemene Rekenkamer, maar ook ex-minister Zalm in 2000, al erop heeft gewezen dat dit per omgaande het liefst zou moeten worden ingevoerd. Waarom duurt het zo lang?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Raven. Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

Dan neem ik even het tijdschema voor de rest van de dag met u door, vanwege een paar kleine wijzigingen. We gaan nu schorsen tot 16.15 uur, onder andere in verband met de commissie Financiën. Dan zullen we van 16.15 uur tot 18.00 uur een aanvang nemen met de eerste termijn van de regering. Ik denk dat die binnen die termijn ook wel zal zijn afgerond. Van 18.00 uur tot 19.15 is er dinerpauze. Vanaf 19.15 uur gaan we door met de tweede termijn van de Kamer.