Plenair Visseren-Hamakers bij behandeling Implementatie Europese klimaatwet



Verslag van de vergadering van 27 juni 2023 (2022/2023 nr. 39)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.31 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (PvdD):

Voorzitter. Zoals u al zei, is dit mijn eerste bijdrage en die wil ik graag gebruiken om het onderwerp van vandaag in een breder perspectief te plaatsen. Het moderne milieu- en duurzaamheidsbeleid is al meer dan een halve eeuw oud. Het stamt van begin jaren zeventig en heeft tot vandaag weinig bereikt. Het is helder dat het klimaat, de biodiversiteit, de luchtkwaliteit, de gezondheid van de bodem en de zoetwaterkwaliteit en -kwantiteit er nog slechter aan toe zouden zijn zonder dit beleid, maar deze problemen zijn de afgelopen decennia alleen maar verslechterd.

Voorzitter. Er zijn drie verklaringen voor deze lage doeltreffendheid. Ten eerste is er gebrek aan implementatie. We maken mondiaal in Europa en in Nederland heldere afspraken, maar komen ze niet na. Het stikstofbeleid is daar het schoolvoorbeeld van.

Ten tweede is het beleid op de verkeerde leest geschoeid. Veel duurzaamheidsbeleid van de afgelopen decennia prioriteert duurzaamheid helemaal niet, maar behandelt het als onderdeel van een compromis tussen verschillende maatschappelijke belangen of als een financieel-economisch thema. Vreemd. Je zou verwachten dat in ieder geval in het duurzaamheidsbeleid duurzaamheid het doel en de prioriteit zou zijn, maar dat is niet het geval. De doelen van het duurzaamheidsbeleid worden uitonderhandeld met partijen die belang hebben bij de huidige niet-duurzame status quo. Zie het Nederlandse poldermodel, de klimaattafels en het landbouwakkoord. Gesprekken zouden moeten gaan over hoe vastgestelde doelen het beste te bereiken zijn. Door te onderhandelen over de ambitie van de doelen, is het beleid gedoemd te falen. De doelen worden een maatschappelijk compromis in plaats wat nodig is om de problemen op te lossen. Bovendien voeren financieel-economische argumenten de boventoon. De Partij voor de Dieren vindt dat onderwerpen als schone lucht, bodem en water voor mens, dier en natuur onterecht worden behandeld via een kosten-batenanalyse. Bovendien worden de kosten van het niet oplossen van de problemen meestal niet meegenomen in die financieel-economische discussies. Ook de eerlijke verdeling van de kosten en baten wordt stelselmatig vergeten.

Ten slotte is het beleid de afgelopen decennia incompleet geweest. Het heeft zich met name gericht op de fysieke milieuproblemen, klimaatverandering en stikstofuitstoot, en te weinig op de onderliggende oorzaken van die problemen. Dit wordt gelukkig in toenemende mate onderkend. Veel burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en politieke bewegingen maken zich hard voor de fundamentele maatschappelijke verandering die nodig is om die onderliggende oorzaken aan te pakken.

Gebaseerd op het IPCC-rapport uit 2019 omschrijf ik zo'n verandering als een fundamentele maatschappijbrede reorganisatie van technologische, economische en sociale factoren, inclusief in termen van paradigma's, doelen en waarden. Dat betekent dat we in essentie de huidige niet-duurzame samenleving en economie moeten transformeren naar een samenleving waarin duurzaamheid de norm is, niet de uitzondering; de prioriteit, niet onderwerp van compromis. Je zou dit ook een liefdevolle samenleving kunnen noemen, waarin duurzaamheid, compassie en rechtvaardigheid het kompas vormen in plaats van het bruto nationaal product. Voldoende schoon drinkwater is belangrijker dan economische groei. Sterker nog, de bescherming en verbetering van ons leefmilieu is volgens onze Grondwet een taak van de overheid, van onze Kamer dus. Een van de redenen waarom ik zo blij ben om lid te zijn van deze Kamer.

Die nieuwe economie is in ontwikkeling. Dit betekent het onderkennen van een grens aan de groei, een paradigma dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw al door Club van Rome is geïntroduceerd: degrowth, post-growth, brede welvaart. Het begint met nieuwe verdienmodellen, het afschaffen van subsidies op fossiele energie of voor niet-duurzame landbouw, maar het gaat uiteindelijk om een fundamentele paradigmawijziging: het inzicht dat werkelijke milieubescherming en verduurzaming binnen het paradigma van economische groei een illusie is.

Voorzitter. De transformatie naar een liefdevolle samenleving betekent ook dat we onze relatie met de natuur en met dieren op een andere manier moeten vormgeven. We staan niet boven de natuur en dieren. Natuur en dieren zijn geen natuurlijke hulpbronnen waar we zorgvuldig mee om moeten gaan alleen maar om ervoor te zorgen dat onze kleinkinderen ze ook nog kunnen gebruiken. Nee! We zijn onderdeel van de natuur en de natuur en dieren hebben rechten. De beste indicator van een liefdevolle samenleving is wat mij betreft de sluiting van alle Nederlandse slachthuizen. Het op industriële wijze aan de lopende band doden van sociale, bewuste wezens past niet in een liefdevolle samenleving. Terwijl we hier debatteren, wordt een varken het slachthuis ingeduwd. En nu wordt een kip in een volgepakte krat naar het slachthuis vervoerd. En nu kijkt een koe met angst de dood in de ogen. En nu, en nu, en nu …

Deze noodzakelijke grote veranderingen vragen niet alleen om een moedige overheid, zoals vaak wordt gezegd, maar ook om een liefdevolle overheid, een politiek die is gebaseerd op empathie en compassie. Ik ga ervan uit en hoop dat de politiek van alle politieke bewegingen in onze Kamer is gebaseerd op compassie, zij het met verschillende groepen mensen en dieren. Als ik de collega's zou vragen naar hun prioriteiten, zou iedereen, hoop ik, antwoorden dat zij willen opkomen voor het welzijn en de rechten van een of meerdere groepen mensen en/of dieren en dat het hen niet alleen maar gaat om het creëren van nog meer winst voor de aandeelhouders van multinationals. Toch is op dit moment dat economische doel expliciet of impliciet het doel van de sociaal-economische systemen die we als samenleving hebben ontwikkeld. Deze systemen behartigen dus niet de belangen van onze gezamenlijke achterbannen. Het is tijd om samen een politiek te bedrijven die de huidige niet-compassievolle instituties beteugelt.

Dat ik de nadruk leg op de rechten van dieren en de natuur, wil niet zeggen dat ik geen compassie heb met mensen die worstelen met rondkomen, vluchtelingen, mensen die worden onderdrukt of gediscrimineerd of boeren die knel zitten in een voedselsysteem dat de winst van multinationals prioriteert. Een liefdevolle politiek heeft compassie met alles en iedereen. Een liefdevolle politiek neemt geen genoegen met een beetje meer welzijn voor een van onze achterbannen. Een liefdevolle politiek zet de noodzakelijke fundamentele veranderingen in gang, met oog voor het welzijn van die groepen voor wie de veranderingen het grootst zijn en met oog voor een eerlijke verdeling van de kosten van die veranderingen. Een liefdevolle politiek verandert de machtsverhoudingen zodanig dat welzijn wint van winst.

Voorzitter. Deze perspectieven van transformatieve verandering en een liefdevolle samenleving kunnen ook worden toegepast op de implementatie van de Europese klimaatwet. Ik heb hierbij drie vragen aan de minister. Het IPCC constateert in zijn laatste rapport dat de geplande maatregelen hoogstwaarschijnlijk niet voldoende zullen zijn om opwarming te beperken tot 1,5 tot 2 graden Celsius. We zullen dus meer maatregelen sneller moeten implementeren om deze afgesproken doelen te realiseren. Deze benodigde maatregelen zijn in essentie transformatief. We zullen onze economie en samenleving op een fundamenteel andere manier moeten organiseren. Maatregelen binnen de huidige economische structuren zijn onvoldoende. Ik wil de minister vragen of hij mijn oordeel deelt dat bij de geplande meer inhoudelijke aanpassing van de Klimaatwet in 2024 die broeikasgasreductiedoelen zodanig moeten worden geformuleerd en dat op basis van de aangepaste Klimaatwet en het klimaatplan zodanig moet worden vastgesteld dat Nederland naar rato zeker voldoende bijdraagt aan het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 graad Celsius. Ik overweeg een motie op dit punt.

Ten tweede vraagt het perspectief van de liefdevolle samenleving om een rechtvaardig beleid. We hebben allemaal de afgelopen jaren gezien hoe nationale en internationale politieke ontwikkelingen tot toenemende energiearmoede hebben geleid. Ondanks de genomen maatregelen, blijft energiearmoede een groot probleem. Daarom wil ik de minister vragen of hij bereid is om bij de voorgenomen wijziging van de Klimaatwet in 2024 een wettelijke doelstelling op te nemen om energiearmoede met 90% te reduceren in 2030. Ook op dit punt overweeg ik een motie.

Ten slotte vraagt een rechtvaardig beleid dat de kosten eerlijk worden verdeeld. Daarom wil ik de minister vragen of hij bereid is bij de aangekondigde wijziging van de Klimaatwet in 2024 en de aanpassing van het klimaatplan met een doorrekening van een vlaktaks te komen, zodat grote bedrijven evenveel belasting betalen over hun energiegebruik als huishoudens en kleine bedrijven. En ook hier overweeg ik een motie.

Voorzitter. Ik feliciteer natuurlijk alle andere collega's die vandaag ook hun maidenspeech houden van harte. Ik kijk uit naar de antwoorden van de minister en naar een vruchtbare samenwerking met alle collega's de komende vier jaar. Dank u wel.

(Applaus)

De voorzitter:

Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen.

Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):

O jee!

De voorzitter:

U studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aansluitend milieustudies aan de Universiteit Utrecht. Aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Innovatie promoveerde u. Na uw promotie werkte u als onderzoeker bij de Forest and Nature Conservation Policy Group van de Wageningen Universiteit. Van Wageningen ging u in 2015 naar Fairfax in de Verenigde Staten om aan de George Mason University directeur van het master- en PhD-programma voor milieukunde en milieubeleid te worden.

Vier jaar later keerde u terug naar Nederland om aan de Radboud Universiteit Nijmegen hoogleraar milieukunde, in het bijzonder milieubeleid en politiek te worden. U houdt zich bezig met de transformatie van het mondiaal milieubeleid, waarbij u het concept van geïntegreerd bestuur en beheer uitwerkt. U kunt dat zelf ongetwijfeld beter uitleggen dan ik.

Mevrouw Visseren-Hamakers (PvdD):

Dat heb ik net gedaan.

De voorzitter:

Thematiek die bij uitstek raakt aan het wetsvoorstel dat wij vandaag behandelen, al gaat het hier om een zeer concrete maatregel om de uitstoot van broeikasgassen verder terug te brengen. Uw werk is abstracter van aard, maar daarin heeft ook deze praktische politiek van vandaag een plek. In een essay in Het Financieele Dagblad schreef u vorig jaar over een liefdevolle samenleving — u heeft het daar vandaag ook over gehad — waarin ook dier en natuur centraal staan. U bepleitte een fundamentele verandering van onze maatschappij waarbij niet langer het bruto binnenlands product uitgangspunt is van de economie, maar een breed welvaartsbegrip.

Het Eerste Kamerlidmaatschap is niet uw eerste functie als volksvertegenwoordiger, want van 1998 tot 2002 was u raadslid van de deelgemeente Rotterdam IJsselmonde voor GroenLinks. Nadat u ook nog enkele jaren deel uitmaakte van het landelijk bestuur van GroenLinks, maakte u de overstap naar de Partij voor de Dieren.

Nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Dank u wel.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Schalk namens de SGP.