Stemming Ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven



Verslag van de vergadering van 1 maart 2016 (2015/2016 nr. 21)

Aanvang: 13.50 uur

Status: gecorrigeerd


Stemming Ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verruiming van de mogelijkheden voor het ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven (34016 (R2036)).

(Zie vergadering van 16 februari 2016.)


De voorzitter:

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die namens de regering bij de stemming aanwezig is, heb ik reeds welkom geheten in de Eerste Kamer.

Hebben alle leden de presentielijst getekend? Dat is het geval.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.


Mevrouw Wezel (SP):

Voorzitter. De SP-fractie kan niet instemmen met het voorliggende wetsvoorstel. Hiervoor hebben wij twee zwaarwegende argumenten. Ten eerste is het voorliggende wetsvoorstel naar de mening van de SP-fractie strijdig met artikel 7 van het Europees Verdrag inzake nationaliteit. Het wetsvoorstel maakt het namelijk mogelijk dat ook gedrag dat niet heeft geleid tot ernstige schade aan de essentiële belangen van de staat die partij is, ertoe leidt dat iemand het Nederlanderschap wordt ontnomen. Hiermee wordt buiten de limitatieve opsomming getreden, op grond waarvan een staat die partij is, bij het voorgenoemde verdrag in zijn nationale wetgeving mag voorzien, als het gaat om het ontnemen van het Nederlanderschap.

De voorzitter:

Wilt u het beknopt houden? Het is immers een stemverklaring.

Mevrouw Wezel (SP):

Ik ben zo klaar. Naar de mening van de SP-fractie had de minister een differentiatie in de wettekst moeten aanbrengen. Ten tweede maakt het onderhavige wetsvoorstel het mogelijk dat alleen van Nederlanders met een dubbele nationaliteit die veroordeeld worden voor artikel 134a strafrecht, het Nederlanderschap kan worden ontnomen, naast de strafrechtelijke veroordeling. Naar de mening van de SP-fractie draagt deze ongelijke behandeling van bepaalde groepen in de samenleving niet bij aan de cohesie in de Nederlandse samenleving.


Mevrouw Strik (GroenLinks):

Voorzitter. Voor onze fractie is het Nederlanderschap een belangrijke verworvenheid die slechts bij heel hoge uitzondering ontnomen zou moeten kunnen worden. De voorgestelde uitbreiding van de intrekkingsgronden voldoet daar naar onze opvatting niet aan. Bovendien verscherpt het voorstel het onderscheid tussen Nederlanders met een tweede nationaliteit en Nederlanders die deze niet hebben. Daarom zal onze fractie het voorstel niet steunen.

De voorzitter:

Ik stel vast dat verder niemand meer een stemverklaring wenst af te leggen.

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, de VVD, de PvdA, het CDA, 50PLUS, de OSF, D66 en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD en de SP ertegen, zodat het is aangenomen.


Ik zou nu de vergadering kunnen schorsen in afwachting van een andere bewindspersoon, maar de staatssecretaris zal ook het volgende onderdeel voor zijn rekening nemen.