T03055

Toezegging Indexatie representatiegelden (35.554)



De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Bikker (ChristenUnie), toe bij het maken van nieuwe prestatieafspraken met de NPO het punt van het indexeren van de representatiegelden die zijn toegekend na opheffing van de kleine levensbeschouwelijke omroeporganisaties mee te nemen.


Kerngegevens

Nummer T03055
Status voldaan
Datum toezegging 8 december 2020
Deadline 1 juli 2021
Verantwoordelijke(n) Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media
Kamerleden Mr. M.H. Bikker (ChristenUnie)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen levensbeschouwelijke omroepen
representatiegelden
Kamerstukken Versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (35.554)


Uit de stukken

Handelingen I 2020-2021, nr. 13, item 3 – blz. 13

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Naast de ruimte voor de omroepverenigingen is het van belang dat de breedte van de programmering daadwerkelijk recht doet aan de pluriformiteit van onze samenleving, ook voor het behoud van de positie van de publieke omroep bij toekomstige generaties. Geloof en levensbeschouwing zijn onderdeel van die pluriformiteit. Het is al in de schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel gegaan over de representatiegelden, het budget dat is gereserveerd bij de opheffing van de kleinere omroepen met een levensbeschouwelijke stroming. Dat budget is sinds 2013 niet meer geïndiceerd. De minister heeft aangegeven deze afspraken te continueren en het punt van de indicering daarbij mee te nemen. Nou kan "meenemen" op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. U begrijpt dat ik het positief lees, maar voor de wetsgeschiedenis wel graag twee vragen stel. Een. Deelt de minister onze gedachte dat er op regelmatige basis een logisch moment zou moeten zijn waarop dit bedrag geïndiceerd wordt? Zo ja, op welk moment zou dat dan zijn? Twee. Na zeven jaar is het bij een nieuwe prestatieovereenkomst in elk geval tijd voor een dergelijke update. Kan ik die toezegging lezen in zijn schriftelijke beantwoording, of straks horen in zijn mondelinge beantwoording?

Voorzitter. Ik wil hier toch maar eens klip-en-klaar uitgesproken hebben dat de gelden die zijn geoormerkt bij de opheffing van de kleine levensbeschouwelijke omroepen niet een soort vluchtheuvel mogen zijn waarnaar verwezen wordt bij levensbeschouwelijke programmering. De grote ledenomroepen met een levensbeschouwelijke identiteit waren er voorheen al en hebben nog steeds een substantieel ledenaantal. De bijdrage die de NPO in ruimte en budget voor levensbeschouwelijke programmering blijft vrijmaken, moet daar dan ook invulling aan geven. De motie die deze Kamer op dit punt aannam, zal ook voor de toekomstige prestatieovereenkomst een uitgangspunt moeten zijn.

(…)

Handelingen I 2020-2021, nr. 14, item 3 – blz. 20

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik denk dat de minister aan het eind van zijn beantwoording is gekomen, maar ik mis nog een tweetal vragen over de indexatie van de representatiegelden.

Minister Slob: Ja, dat klopt. U heeft kunnen lezen in de antwoorden die u heeft gekregen dat het de bedoeling is om in de prestatieafspraken opnieuw de 2.42-omroepen op te nemen en de voorziening die daarvoor getroffen is nadat deze omroepen verdwenen. Uiteraard zal ik dan ook spreken over het indexeren. We zullen dan moeten bezien of dat allemaal mogelijk is, maar dat is wel wat er in de planning staat.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dank voor de toezegging van de minister dat het in ieder geval wordt meegenomen en dat het in de planning staat. Ik neem aan dat daar echt een inspanningsverplichting bij hoort, want er is al zeven jaar niet geïndexeerd. Daaraan gekoppeld was ook mijn tweede vraag die ik hierover stelde. Wat vindt de minister een logisch moment om zulke gelden te indexeren? Dan hoef je niet telkens als Kamer zoiets aan te dragen. Dit geld is niet voor niks bestemd voor deze omroepen. Het is logisch dat er op enig moment indexatie is. Ik dacht aan de prestatieovereenkomsten. Ik geef mijn idee op voor betere.

Minister Slob: Dit soort onderwerpen neem je ook mee in de prestatieafspraken. Nu het concessiebeleidsplan er ligt, wacht ik nog even op de adviezen die ik daarover krijg. De volgende stap die ik zet, is het maken van prestatieafspraken en dat is inderdaad een logisch moment om hierover te spreken. Het zijn wel prestatieafspraken waar we ons uiteindelijk beide in moeten kunnen vinden. Dat is een wederzijdse verantwoordelijkheid, maar ik heb goede hoop dat we hier op een goede manier uit gaan komen, omdat hier mijns inziens een hele mooie oplossing is gevonden voor het uiteindelijk schrappen van de 2.42-omroepen; ze krijgen een plekje bij andere omroepen, die dat voor hun rekening hebben genomen.

De voorzitter: Meneer Atsma. Nee, mevrouw Bikker, derde.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Ik dank de minister graag voor de toezeggingen. We hebben het ook zo vastliggen in de Handelingen. Ik zou hem willen meegeven dat ik dit niet alleen als opdracht aan hem, maar ook duidelijk aan de NPO zie. Zij hebben eerder hun verantwoordelijkheid genomen. Juist hierop zouden ze met goede afspraken moeten komen, gezien hun wettelijke taak.

Minister Slob: Ik vermoed dat ze meekijken.

Handelingen I 2020-2021, nr. 14, item 3 – blz. 24

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor de toezegging ten aanzien van de indexatie van de representatiegelden, de 2.42-omroepen. Vol verwachting klopt mijn hart, zeg ik nu we de Sint net hebben uitgezwaaid.


Brondocumenten


Historie