Plenair Bezaan bij behandeling Wet handhaving kraakverbod



Verslag van de vergadering van 23 maart 2021 (2020/2021 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.43 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bezaan (PVV):

Voorzitter. Vandaag bespreken we het initiatiefvoorstel van de leden Koerhuis en Van Toorenburg, dat voorziet in een wijziging in het Wetboek van Strafvordering waardoor de periode tussen de aankondiging van ontruiming en de daadwerkelijke ontruiming van gekraakte panden wordt verkort. De initiatiefnemers stellen een wettelijke procedure voor waarbij de rechter-commissaris de bevoegdheid krijgt om binnen 72 uur een machtiging te verlenen aan de officier van justitie, waardoor laatstgenoemde vervolgens opsporingsambtenaren kan bevelen om tot ontruiming over te gaan.

Voorzitter. De PVV-fractie weet als geen ander dat er momenteel sprake is van een maatschappijontwrichtende woningnood. Die wordt mede veroorzaakt door de zogenaamde stikstofcrisis en de massa-immigratie, maar dat mag nooit een excuus zijn om illegaal panden te kraken, met alle gevolgen van dien. Kraken is een misdrijf op grond van artikel 138, 138a of 139 van het Wetboek van Strafrecht, maar het lijkt wel alsof dit soms door sommigen wordt vergeten. Door kraken wordt het eigendomsrecht ernstig geschonden en worden pandeigenaren in veel gevallen opgescheept met ongevraagde kosten, die zij nergens kunnen verhalen. Verzekeringsmaatschappijen zetten vaak direct de polis stop, waardoor ook de eventuele schade aan het pand niet meer gedekt is. Kraken gaat vaak hand in hand met vernieling alsmede diefstal en resulteert dikwijls ook in een verloedering van de omgeving, drugshandel en andere activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. De PVV staat daarom positief tegenover dit initiatiefvoorstel, aangezien het verkorten van de wettelijke procedure de schade voor de pandeigenaren waarschijnlijk beperkt en er een preventieve werking van het wetsvoorstel uit kan gaan waardoor wooncarrouselpraktijken worden afgeremd.

Voorzitter. Zoals zojuist geschetst, is het kraken van panden een serieus maatschappelijk probleem, en helaas zijn er ook de laatste tijd weer de nodige voorbeelden te noemen van kraakactiviteiten. Zo valt op de website indymedia.nl te lezen dat er recent weer kraakactiviteiten gaande waren in Amsterdam en in Rotterdam. Maar ook verder van huis, in Berlijn, hoofdstad van Duitsland, zijn er op dit moment acties gaande rondom het pand Rigaer94, dat door links-extremisten is gekraakt. Wat heeft deze zaak te maken met kraakactiviteiten in ons land? Welnu, krakersnetwerken zijn nogal eens internationaal georganiseerd, waardoor de kans aanwezig is dat wanneer dit grootschalige pand in Berlijn ontruimd wordt, de kraakactivisten hun heil in Nederland gaan zoeken, bijvoorbeeld in Amsterdam. Daarom is dit initiatiefwetsvoorstel ook van toegevoegde waarde.

Voorzitter. U heeft er al aan gerefereerd: op 9 maart was er een deskundigenbijeenkomst over dit onderwerp. Mevrouw Van Aert, officier van justitie bij het OM in Amsterdam, liet daarbij optekenen dat de opsporingscapaciteit bij het OM, de politie en de rechtspraak op dit moment schaars is en dat daardoor keuzes dienen te worden gemaakt. Een vergelijkbaar geluid was afkomstig van de heer Van der Poel, algemeen directeur van VLB Nederland. Hij gaf aan dat handhaving in de praktijk een kwestie is van capaciteit en prioriteit, zelfs als wetgeving wordt geoptimaliseerd. Een zorgelijke zaak, niet alleen met betrekking tot de aanpak van kraakactiviteiten, maar ook ten aanzien van criminaliteitsbestrijding in het algemeen.

Voorzitter. De kerntaak van de Eerste Kamer is het toetsen van kwaliteit van wetgeving op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. In de praktijk blijken de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid nogal eens een struikelblok te zijn. In veel gevallen komt dat door een te hoge werklast en/of een capaciteitstekort bij de politie, het OM en de rechtspraak. In de brief van de minister van 18 maart jongstleden staat dat een nadere onderbouwing van de werklast en de gevolgen voor andere rechtszaken voor nu en vooruitlopend op de evaluatie lastig te geven is. De PVV betreurt dit en gaat er ook van uit dat dit een prominente plaats krijgt in de evaluatie, net als de andere mogelijke ongewenste neveneffecten die tijdens voornoemde deskundigenbijeenkomst werden benoemd.

Onze fractie steunt dan ook de aanbeveling om de evaluatie van het wetsvoorstel te vervroegen. Een vervroegde evaluatie staat nu na drie jaar op het programma, maar aangezien de aard van de mogelijke negatieve effecten zou dat wat de PVV betreft ook eerder mogen, bijvoorbeeld na één of twee jaar. Staan de initiatiefnemers daarvoor open?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bezaan. De heer Nicolaï namens de Partij voor de Dieren heeft nog een interruptie voor u, mevrouw Bezaan, dus als u nog even wilt blijven staan, geef ik het woord aan de heer Nicolaï.

De heer Nicolaï (PvdD):

Uw fractie had ook al in de vragen aandacht gevraagd voor de capaciteitsproblemen. U komt daar nu op terug. U heeft het gehad over uitvoerbaarheid. U zegt dat uw fractie voor deze wet gaat stemmen. Maar stel dat onomstreden blijkt dat het OM zegt van 30% naar 100% werkzaamheden te gaan en ook anderen zeggen dat er veel meer werk gaat komen dan zonder dit voorstel. Uit de brief van de minister blijkt niet dat er extra capaciteit komt. Hoe staat uw fractie er dan tegenover om voor een wet te gaan stemmen — u gaat die straks evalueren — terwijl op voorhand al vaststaat dat er geen extra capaciteit komt en de uitvoerbaarheid dus spaak loopt?

Mevrouw Bezaan (PVV):

Het is wat ons betreft heel simpel. Op meerdere vlakken blijkt er inderdaad een capaciteitsprobleem te zijn. Misschien zegt deze minister wel dat er geen extra capaciteit komt, maar dat is iets waar wij sowieso voor strijden. Wij willen dat er meer blauw komt en dat de capaciteit bij het OM wordt uitgebreid. Op het moment dat wij die strijd zouden opgeven, kan ik net zo goed naar huis gaan.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dat was mijn vraag niet. De vraag is als volgt. Als niet vaststaat dat er meer capaciteit komt — u strijdt daarvoor, maar er is geen toezegging van de zijde van de minister en er is ook niet voorzien in het voorstel van de initiatiefnemers dat er meer capaciteit komt — dan loopt de uitvoering spaak. Dat kunt u toch niet ontkennen? Graag een reactie daarop.

Mevrouw Bezaan (PVV):

Voor zover ik begrepen heb — ik moet het er even bij pakken — zijn er vier mogelijkheden waarmee deze procedure zijn gang kan krijgen, verdwijnt het kortgeding via de voorzieningenrechter en komt er daardoor een nieuwe spoedprocedure. Die andere drie poten — zo noem ik ze maar eventjes — blijven dus gewoon staan. Ik moet dus eerlijk zeggen dat ik uw probleem niet zo zie.

De voorzitter:

De heer Nicolaï, derde.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik heb niet zo'n probleem; ik denk dat uw fractie een probleem heeft, want u zegt dat er meer capaciteit hoort te komen. Die is er niet en die komt er niet, maar tenzij u mij kan aantonen dat het niet vaststaat, staat vast dat er veel meer werk voor het OM gaat komen. Dan hebben we toch een uitvoeringsprobleem?

De voorzitter:

Mevrouw Bezaan, tot slot.

Mevrouw Bezaan (PVV):

Ik heb begrepen uit de stukken — ik weet het niet uit mijn hoofd en ik heb het hier niet paraat — dat er ongeveer 30 extra zaken waren die dan meer tijd zouden kosten. Misschien bagatelliseer ik — dat zou heel goed kunnen — maar ik moet eerlijk zeggen dat ik dat nog wel vind meevallen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Bezaan. Dan is het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.