Plenair Dittrich bij behandeling Beleidsdebat Koninkrijksrelaties



Verslag van de vergadering van 6 april 2021 (2020/2021 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.38 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dittrich (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil graag mijn tweede termijn beginnen met een compliment aan de staatssecretaris. Hij vertelde dat drieënhalf jaar geleden, toen hij begon, de eilanden toch een soort terra incognita waren. En drieënhalf jaar later toont hij zich erg betrokken en heeft hij op sommige onderdelen ook echt met gezag hier gesproken over de Koninkrijksrelaties. Dus dat is mooi. En wat deze oud-militair ook geleerd heeft, is koorddansen in die drieënhalf jaar. En dat is echt wel een gave. Want het gaat over autonomie, maar ook over in hoeverre wij onze bemoeienissen zodanig kunnen vormgeven dat het niet overkomt als een inbreuk op de autonomie, terwijl wij wel de bevolking aldaar helpen. Dat is best moeilijk, dat spanningsveld, dat koorddansen. En volgens mij heeft de staatssecretaris dat regelmatig onder de knie gehad. Soms is het natuurlijk lastig, en als je van het koord valt, dan val je ook hard en is er ook heel veel commotie. Dat hebben we natuurlijk ook weleens gezien.

Collega Rosenmöller heeft een motie ingediend: dat bij de kabinetsformatie dit dossier serieus moet worden behandeld. Ik ben het daarmee eens. En laat ik dan hier de hoop en misschien ook wel de verwachting uitspreken dat — je weet nooit hoe kabinetsformaties gaan, maar stel dat GroenLinks daarbij betrokken is — de heer Rosenmöller zijn invloed aan gaat wenden, zodat dit ook een onderdeel van het regeerakkoord gaat worden.

Voorzitter. In mijn termijn heb ik ook gesproken over een meerjarenperspectief, dat ik heb gelieerd aan de Rijksministerraad. Ik heb ook aan de staatssecretaris gevraagd hoe hij dat ziet. Is hij het ermee eens dat de drie landen in het Koninkrijk dat meerjarenperspectief geboden gaat worden? In de stukken heb ik gezien dat er een conferentie georganiseerd gaat worden. Ik dacht in de zomer van 2021. Wie weet wordt die vanwege corona wat uitgesteld. Maar dat lijkt mij in ieder geval een belangrijk moment om de armoede, de volksgezondheid en de rechtsstaat, al dat soort elementen, te bespreken met de landen samen. Wellicht kan daar ook weer het element van slavernij en kolonialisme, dat de heer Recourt zo pregnant naar voren heeft gebracht, naar voren komen, uiteraard wel met culturele sensitiviteit.

Voorzitter, tot slot één ding dat ik niet heb kunnen bespreken. Wij hebben op 1 april hier — in Nederland bedoel ik — de openstelling van het huwelijk gevierd. Daar werden allerlei mensen geïnterviewd, ook van de eilanden. Die zeiden tegen ons: "Het is toch echt heel jammer dat wij, paren van gelijk geslacht, niet op Curaçao of Aruba kunnen trouwen. Wij moeten dan naar Bonaire, terwijl wij wel gelijke rechten willen hebben en daar ook recht op hebben volgens de uitspraak van de Hoge Raad." Dus mijn vraag aan de staatssecretaris is: welke invloed kan Nederland uitoefenen, zodat gelijke rechten ook echt gelijke rechten zullen zijn in heel het Koninkrijk?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dittrich. Dan is het woord aan mevrouw Oomen-Ruijten namens de fractie van het CDA.