Plenair De Vries bij behandeling Burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs



Verslag van de vergadering van 8 juni 2021 (2020/2021 nr. 40)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.15 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Voorzitter. Als je een onderwijsmodel zou moeten bedenken met als doelstelling "zorg dat de integratie zo moeilijk mogelijk verloopt", dan kom je ongeveer uit op het huidige Nederlandse onderwijssysteem. Artikel 23 van de Grondwet, 100 jaar geleden ingevoerd tijdens de zogenaamde schoolstrijd, was achteraf bezien een vergissing, begaan door liberalen die dachten het algemeen kiesrecht uit te moeten ruilen voor institutionele isolatie in het onderwijs. Het heeft geleid tot een bevolking die weinig gemeenschappelijk heeft. Nu zitten we met de langdurige gevolgen van dit niet-toekomstbestendige onderwijssysteem en probeert minister Slob met wat noodverbandjes door middel van een burgerschapsopdracht de structurele problemen te camoufleren.

Voorzitter. Het is geen geheim dat onze fractie voorstander is van een stevige modernisering van onze Grondwet waarbij de vrijheid van meningsuiting prevaleert boven de vrijheid van godsdienst. Ook artikel 23 van de Grondwet in de huidige vorm dient te worden aangepast en futureproof te worden gemaakt voor de eenentwintigste eeuw. Het huidige wetsvoorstel blinkt uit in vaagheid, omdat de wetgever in verband met artikel 23 van de Grondwet zo weinig mogelijk vast wil leggen over de inhoud van het burgerschapsonderwijs. Onze fractie vindt dit gebrek aan ambitie teleurstellend. Onze fractie heeft een voorkeur voor een verplicht curriculum voor het burgerschapsonderwijs waarbij ook de Nederlandse staatsinrichting en het functioneren van de Nederlandse democratie uitgebreid aan de orde komen. Mensen worden namelijk niet als democraten geboren. De democratie moet aan alle burgers uitgelegd en voorgeleefd worden. Hele bevolkingsgroepen snakken ook naar duidelijkheid over de spelregels in Nederland en hebben minder begrip voor de huidige, typisch Nederlandse vage aanpak. De huidige situatie van toenemende spanningen en afnemende binding maakt duidelijk burgerschapsonderwijs met een voor iedereen gelijke inhoud meer dan ooit noodzakelijk.

Het wetsvoorstel beoogt dat alle scholen een eigen visie gaan ontwikkelen op burgerschapsonderwijs. Dat is nou het paard achter de wagen spannen. Je krijgt zo een ratjetoe van verschillende opvattingen, allemaal ook nog eens overgoten met het eigen ideologische of religieuze sausje, en het creëert een enorme extra werkdruk voor de scholen, die al genoeg op hun bord hebben liggen met het inhalen van de achterstanden die nu zijn opgelopen door de coronacrisis. Juist nu had de minister meer ambitie kunnen tonen en met een kant-en-klaar verplicht curriculum voor alle scholen moeten komen binnen de huidige grondwettelijke kaders, waarbij de onderwijsinspectie ook de naleving controleert en sancties kan opleggen als die niet worden nageleefd. En dus niet, zoals de minister bij de wet toelicht, dat de inspectie terughoudendheid zal betrachten bij het toezicht op de invulling door de scholen.

Voorzitter, ik rond mijn bijdrage af. Deze wet is helaas exemplarisch voor het weinig ambitieuze onderwijsbeleid van deze minister. Onze fractie hoopt dat dit onderwerp bij de formatie van het nieuwe kabinet een prominente positie gaat krijgen.

Dank u.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Stel je voor dat de minister gaat doen wat de heer De Vries zegt. Zou dat dan betekenen dat die burgerschapsopvatting die onderwezen moet worden aan de scholen, in uw visie een hele neutrale of een hele liberale burgerschapsopvatting is? Waar kiest u voor?

De heer De Vries (Fractie-Otten):

U geeft mij twee keuzes, maar ik denk dat dat een hele duidelijke opdracht moet zijn, waarbij alle kinderen gelijk worden geïnstrueerd en geïnformeerd.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik wil u een derde keuze geven: dat kan ook de christelijke opvatting zijn. Zou u daarvoor kiezen?

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Nee, daar zou onze fractie niet voor kiezen.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Dan is mijn vraag: hoe is het mogelijk dat een overheid een volkomen neutrale burgerschapsopvatting gaat geven, als we ook erkennen dat we in een pluriforme samenleving leven, waarin uw visie trouwens ook een eerlijke plaats heeft en u uw stem hier mag geven?

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Zeker. Maar ik zeg ook niet dat de godsdienst moet worden uitgesloten van die burgerschapsopdracht. Die kan onderdeel vormen van die opdracht, want er zijn natuurlijk vele godsdiensten.

De voorzitter:

De heer Verkerk, tot slot.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Dit antwoord verbaast mij toch even. Laten we eerlijk zijn: de visie op de rechtsstaat en op burgerschap is nooit neutraal.

De voorzitter:

Dank u wel. Meneer De Vries, heeft u nog een reactie?

De heer De Vries (Fractie-Otten):

Nee, ik laat het hierbij.

De voorzitter:

U laat het erbij. Dank u wel, meneer De Vries. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de beraadslaging tot volgende week.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor een pauze tot 16.45 uur.