Plenair Van Gurp bij behandeling Inzet coronatoegangsbewijzen bij niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen



Verslag van de vergadering van 30 november 2021 (2021/2022 nr. 8)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.04 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gurp i (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Afgelopen dinsdag hebben we hier in deze Kamer van 9.00 uur 's ochtends tot 1.00 uur 's nachts — het was dus eigenlijk al woensdag — een plenair debat gevoerd over de derde verlenging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Over dat debat kun je van alles zeggen, maar laat ik het positief beschouwen; we hebben in ieder geval uitvoerig met elkaar van gedachten gewisseld over allerhande onderwerpen die direct of indirect met de covidcrisis te maken hebben. Laat ik eerlijk zijn: bij onze fractie is dan toch het gevoel overgebleven dat een langetermijnvisie ontbreekt en dat het voor de korte termijn steeds "too little, too late" is. Dat gevoel is de afgelopen week alleen maar sterker geworden.

Het dient in onze ogen geen enkel doel om dat debat vandaag weer dunnetjes over te gaan doen. Er zijn veel debatten te voeren over veel fundamentele zaken die deze crisis aan de orde stelt. Er zijn debatten te voeren over de meer principiële maatregelen die het kabinet op dit moment onder handen heeft. Die debatten worden de komende weken in de Tweede Kamer gevoerd en voor zover dat leidt tot wetsvoorstellen die de Tweede Kamer passeren, komen ze daarna hier. In die debatten zullen wij ons zeker niet onbetuigd laten, maar laten we alles wel in de juiste volgorde doen. Vandaag gaat het dus over iets anders. Het voorstel dat vandaag voorligt is relatief beperkt. We kennen nu in de horeca en bij bepaalde evenementen de inzet van een zogenaamd coronatoegangsbewijs. Het voorliggende wetsvoorstel maakt het de minister mogelijk om diezelfde verplichting op te leggen bij zogenaamde niet-essentiële detailhandel en niet-essentiële dienstverlening op publieke plaatsen. Ik schets u de afweging van de fractie van GroenLinks op drie punten die bij uitstek in deze Kamer aan de orde zijn.

Het eerste gaat over de effectiviteit. Onze weging is dat het voorliggende voorstel voor burgers en bedrijven weliswaar relevant is, maar in de werking toch een vrij beperkte uitbreiding is van de inzet van het coronatoegangsbewijs. We weten allemaal dat er veel meer nodig is; dat zeg ik er meteen bij. Daar komen we dus de komende weken over te spreken. Het is ook zo dat we met deze wet het aantal besmettingen echt niet rigoureus terug gaan dringen. Daar zijn ook heel andere dingen voor nodig. Maar deze wet kan op het geëigende moment wel helpen om het aantal besmettingen niet nodeloos te laten oplopen. Voor dat beperkte doel kan de wet effectief zijn.

Het voorstel biedt ook een uitbreiding van de mogelijkheden van de regering om maatregelen te treffen die in onze ogen goed te dragen en goed te begrijpen zijn. Het is proportioneel, zeker als je daarbij het tot ons genoegen in de Tweede Kamer aangenomen amendement van onze voormalig collega Mirjam Bikker en Aukje de Vries betrekt, met complimenten aan deze collega's van de ChristenUnie en de VVD. Dat voorstel maakt het voor de minister mogelijk om de inzet van het coronatoegangsbewijs waar dat mogelijk is te vervangen door de anderhalvemeterregel en een mondkapjesplicht. Met name in de kleinere detailhandel kan ik me voorstellen dat het een verlichting kan betekenen. We roepen de minister dus ook graag op om actief gebruik te maken van de mogelijkheden die dat amendement en daarmee dus ook deze wet vanaf aanname van het amendement bieden.

Het is dus effectief, zij het voor een beperkt doel. Het is proportioneel, mits met verstand ingezet. Dan rest de uitvoerbaarheid, en in alle eerlijkheid zit daar nog wel onze grootste zorg. Het gaat natuurlijk alleen werken als het ook op grote schaal nageleefd, uitgevoerd en gehandhaafd wordt. Dat is in onze ogen goed mogelijk, dus het ís uitvoerbaar, maar dat vraagt dan wel heel goede communicatie met de bevolking, met ondernemers, met de gemeente en in onze ogen ook een actieve inzet op het amendement van Mirjam Bikker en Aukje de Vries, zodat je niet allerlei bedrijven die dat eigenlijk niet aankunnen en waar het eigenlijk ook niet zo veel zin heeft, met een overdosis aan maatregelen belast. Uit de antwoorden op onze schriftelijke inbreng blijkt dat de regering ziet dat die uitvoerbaarheid veel aandacht behoeft. Ik wil toch nog eens onderstrepen dat wij wel benieuwd zijn wat de minister daar verder op te zeggen heeft.

Samenvattend. Lost het de huidige problematiek op? Nee, daar zijn heel andere dingen voor nodig. Is het een nuttige mogelijkheid om nu of op termijn op te nemen in de gereedschapskist van de minister? Ja. De daarmee gepaard gaande nadelen wegen in onze ogen niet op tegen de voordelen die het biedt. GroenLinks gaat dit debat dus met een positieve grondhouding in ten opzichte van de wet die nu voorligt.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Faber. Meneer Van Gurp, blijft u nog even staan.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

O, mevrouw Faber. Neem me niet kwalijk.

Mevrouw Faber-van de Klashorst i (PVV):

Ik dacht: ik wacht even tot de heer Van Gurp klaar is met zijn betoog, want misschien komt hij er nog op terug. Het gaat over de handhaafbaarheid. Hoe ziet u dat voor zich? Moet er dan bij elke Blokker of Marskramer of waar dan ook een boa voor de deur gaan staan?

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Handhaving begint natuurlijk altijd bij de mensen zelf, of het nou over burgers gaat of over bedrijven. De vraag die u aan de orde stelt, is natuurlijk een relevante vraag. Die regel geldt in de horeca op dit moment ook. Er staat niet bij ieder café en niet bij ieder restaurant een politieagent of een boa. En toch is het zo, in ieder geval voor zover ik nog in de horeca kom, dat het beleid op heel veel plaatsen wordt uitgevoerd. Op plaatsen waar het niet wordt uitgevoerd, zie ik ook burgers die hun eigen verantwoordelijkheid kennen en zich dan omdraaien en zeggen: ja, jongens, als jullie je niet aan de spelregels houden, dan kom ik hier niet binnen. In dat samenspel zien wij mogelijkheden.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Faber.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Maar u ziet dus wel gewoon dat er een lek in de handhaafbaarheid zit. U zegt: het gaat om eigen verantwoording enzovoort, enzovoort. Als het om de eigen verantwoording gaat, dan kun je tegen de mensen ook zeggen: als je symptomen hebt en ziek bent of wat dan ook, dan blijf je thuis. Dan heb je dat hele coronatoegangsbewijs helemaal niet nodig. Kunt u zich dat voorstellen: je hebt een kleine detailhandel en dan komt er een kerel op je af van twee bij één meter. Ga jij dan tegen hem zeggen: laat even dat bewijs zien? Volgens mij kun je dan allerlei toestanden aan de deur krijgen.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Het is natuurlijk niet alleen eigen verantwoordelijkheid. Het begint bij naleving en uiteindelijk is het sluitstuk handhaving. Ik ben een voetbalsupporter en ik ben als voetbalsupporter — nu mag het helemaal niet meer — niet anders gewend. Als ik naar NAC ga, dan wordt eerst gekeken of mijn QR-code klopt en of mijn identiteitsbewijs daarbij past en vervolgens kan ik mijn kaartje laten scannen. Zo zie ik het voor me.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Gurp. Dan is nu het woord aan mevrouw Faber-van de Klashorst van de fractie van de PVV.