Plenair Niek Jan van Kesteren bij Algemene financiële beschouwingen



Verslag van de vergadering van 22 november 2022 (2022/2023 nr. 9)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.03 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Niek Jan van Kesteren i (CDA):

Voorzitter, dank u wel. De diepe zakken van Wopke Hoekstra zijn spreekwoordelijk geworden voor de situatie van de overheidsfinanciën. De voormalige minister van Financiën zei bij het begin van de coronacrisis "wij hebben diepe zakken", als teken van de rijkdom van Nederland en het vermogen om daarmee de economische klappen van corona op te vangen. Dat is royaal gebeurd en Nederland is daarmee toen financieel-economisch uit de brand geholpen. De economie herstelde zich en boekte het jaar daarna een ongekende groei van 5%. De staatskas vulde zich weer door de binnenstromende belastingen en het leed leek geleden.

Totdat er weer een crisis uitbrak door de Russische inval in Oekraïne. En opnieuw kwamen en komen de diepe zakken van pas. Om de koopkracht van de burgers zo veel mogelijk te stutten, worden er vele miljarden uitgegeven. De nieuwe minister van Financiën, minister Kaag, continueert het beleid om via ruimhartige overheidsuitgaven het inkomen van de burgers te schragen. Terecht, het is de taak van de overheid om in uitzonderlijke omstandigheden op de bres te springen voor de burgers en hun bestaanszekerheid te bieden.

De CDA-fractie steunt deze aanpak. De vraag die hier direct opdoemt, is echter: wie betaalt de rekening? Als ik het goed zie, is er in dit verband 30 miljard aan uitgaven, waarvan 10 miljard ongedekt. In het voorjaar wordt het kabinet geacht aan te geven hoe het die dekking denkt te realiseren. Mag ik het kabinet vragen hierop te reflecteren en daarbij ook de vraag te betrekken of het beleid voor 2023 op dezelfde wijze kan worden voortgezet in het jaar daarna? Mijn fractie wil voor deze reflectie wel enige input leveren.

De diepe zakken van de overheid zijn ontstaan door jarenlang volgehouden financieel-economisch beleid. De kern daarvan was het bieden van ruimte voor ondernemerschap en het scheppen van de juiste randvoorwaarden daarvoor in de vorm van adequaat beleid op het gebied van belastingen, infrastructuur, onderwijs et cetera. Tegelijkertijd was er sprake van een prudent financieel overheidsbeleid, dus een laag tekort en een lage staatsschuld. Dat leidde tot een lage werkloosheid en dus weinig kosten voor werkloosheidsuitkeringen aan de ene kant, en hoge belastinginkomsten aan de andere kant. Dat was de formule.

Mijn vraag is of deze formule gehandhaafd blijft. Als het aan de CDA-fractie ligt, zal dat het geval moeten zijn. Wel is een herijking nodig. We staan op een punt van herbezinning als het om onze economie gaat. Het is noodzakelijk een aantal fundamentele vragen in samenhang te beantwoorden. De eerste vraag is hoe we met de snelle bevolkingstoename van 100.000 mensen per jaar omgaan. Is deze groei economisch te absorberen? Zijn er genoeg huizen? Past de toestroom op de arbeidsmarkt? Past het nog dat 25% van de studenten uit het buitenland komt?

Een tweede, aanverwante vraag is hoe we de krapte op de arbeidsmarkt te lijf gaan. Het eenvoudige recept van doorgaande arbeidsmigratie is maatschappelijk niet vol te houden. Werkgevers en werknemers zullen beide hun houding moeten veranderen. Werkgevers zullen minder traditioneel naar de arbeidsmarkt moeten kijken en meer gebruikmaken van groepen — ouderen, mensen met een beperking, statushouders — die graag willen werken, maar de kans daartoe onvoldoende krijgen. De arbeidsvoorwaarden moeten daarop worden aangepast.

Werknemers zullen bereid moeten zijn om meer te gaan werken. Gemiddeld werken we in Nederland het minste aantal uren in Europa. Als er tekorten zijn in het onderwijs, in de zorg of waar dan ook, dan is het ieders verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de oplossing, ook die van werkgevers en werknemers. We kunnen niet alleen naar de overheid kijken. De overheid moet er wel voor zorgen dat werken loont. Op belastinggebied zullen maatregelen moeten worden genomen die de marginale druk verlagen. Als dat gebeurt ligt de weg open om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren. Is het kabinet bereid de vereiste maatregelen te nemen en, zo ja, welke ziet het als zodanig?

De heer Crone i (PvdA):

Ik heb het in de afgelopen drie jaar bij elke Financiële Beschouwingen en bij elk Belastingplan gehad over de marginale druk, want dat is een probleem — door de toeslagen, maar ook in de belastingtarieven zelf. Maar juist door uw partij — de heer Buma was er trots op — is het toptarief verlaagd naar 49,5%. Dat was een groot succes van het CDA; ik ben blij dat Buma nu in Leeuwarden zit. Als het toptarief zo laag is, dan druk je het loongebouw naar beneden. Vroeger was het zelfs ooit 80% of 70%. Dat is mij ook te gek, maar u moet ruimte maken, anders kunt u de middentarieven niet verlagen.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Dat waren de gouden tijden, waarin uw partij heel groot was.

De heer Crone (PvdA):

Dat zijn twee redenen om weer terug te gaan naar een hoger marginaal tarief.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik heb toch een iets ander recept voor deze kwaal. Ik denk niet dat een verhoging van de toptarieven ons probleem oplost. Dat zie ik niet. Ik denk wel dat we moeten nadenken over de vraag hoelang we de toeslagen zoals we die kennen, kunnen handhaven. Daar zit denk ik een probleem. Eigenlijk zou je terug moeten gaan naar de vraag: hoe komt het nou dat de lonen niet genoeg zijn om van te leven? Want daar komt het eigenlijk op neer. Als je er diep over nadenkt, heb je een situatie waarin wij een aantal kosten hebben op het gebied van huur, zorg en kinderopvang die niet betaald kunnen worden van het reguliere loon. In de samenhang van die dingen zullen we de zaken moeten bekijken. Ik zou hier een wat bredere scope willen nemen, omdat we er anders niet uitkomen. Ik weet niet precies hoe dat moet, maar je ziet wel dat het probleem van de arbeidsmarkt hier echt op vast gaat lopen. Ik denk ook dat een bonus en zo allemaal lapmiddelen zijn, die ons niet echt verder zullen helpen. Maar goed, ik denk dat de winst van de situatie die we nu hebben, is dat iedereen het over de analyse wel eens is en dat we op die manier wel de voorwaarde hebben om het ook op te lossen, want het kan natuurlijk opgelost worden.

De heer Crone (PvdA):

Ik kan vergaand meegaan in wat de heer Van Kesteren zegt. Maar het blijft zo dat als je de zorgtoeslag of de kinderopvangtoeslag afschaft, die subsidie toch rechtstreeks naar die bedrijven moet. Het geld moet dus ergens vandaan komen. Dan blijft mijn vraag: als u niet bereid bent de tarieven aan te passen, ook in de inkomstenbelasting, dan zult u het bij diezelfde middengroepen terug moeten halen — niet via het geven van een zorgtoeslag, maar via het heffen van belasting bij diezelfde middengroepen, want daar zit het klem. Dat deel ik, daar kunnen mensen niet van leven en het is een enorm rondpompen van geld. Laten we het marginale tarief voor middengroepen gelijkmaken aan het marginale tarief van topinkomens.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik ben niet dogmatisch tegen welke belastingmaatregel dan ook. Ik heb vorig jaar op deze plek ook gezegd dat mijn partij niet te dogmatisch is als het gaat om de vermogensbelasting. We moeten datgene doen wat nodig is om het systeem te laten werken. Dat is mijn keuze. Als het daarvoor nodig is om bepaalde tarieven te veranderen, dan moeten we dat doen.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Dat laatste is mooi. Ik sluit me ook aan bij collega Crone dat het goed en inderdaad ook noodzakelijk zou zijn om het toptarief te verhogen. Maar ik vond ook dat de heer Van Kesteren net de spijker op de kop sloeg toen hij zei: hoe kan het nu dat mensen die toeslagen nodig hebben omdat ze niet kunnen betalen voor basisvoorzieningen die ze nodig hebben, of het nu gaat om zorg, huur of de kinderopvang? Dan moeten we toch concluderen dat mensen eigenlijk niet goed rond kunnen komen van hetgeen ze verdienen? Dan moet je dus daar ook wat aan doen. Dat kan via de belastingen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Van Apeldoorn (SP):

Mijn vraag is: is niet een bewezen effectieve manier om dat te doen door het minimumloon fors te verhogen?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Het minimumloon wordt fors verhoogd. Dat is een stap. Ik denk dat er zeker redenen zijn om op die weg verder te gaan. Er zijn veel relaties die met het minimumloon te maken hebben. Als je kijkt naar het type arbeid dat nodig is om bepaalde industrieën en bepaalde zaken te laten doen in Nederland, heeft dat te maken met de loonhoogte. Als je het loon zou verhogen, ontstaan er misschien ook oplossingen op andere gebieden. Ik denk zeker dat die discussie over het minimumloon voort zal gaan. Ik ben ook blij met de stappen die gezet zijn. Je zit altijd in de afweging van verlies van werkgelegenheid door een te drastische verhoging van de lonen. U zult het met mij eens zijn dat dit een vraagstuk blijft dat ons bezighoudt. Ik heb daar in mijn loopbaan al zeer vaak over gesproken. Er zijn heel veel lapmiddelen rond het minimumloon gehanteerd, maar ik heb zelf het gevoel dat we aan de vooravond staan van een wat langduriger verhoging van het minimumloon.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Apeldoorn.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Mijn tweede, maar goed. Akkoord, voorzitter, u gaat over de orde. Ik ben blij om te horen dat in ieder geval de heer Van Kesteren en de CDA-fractie die discussie willen voortzetten. Over het punt of het werkgelegenheid kost, kunnen we een hele discussie voeren. Volgens veel recent economisch onderzoek valt dat reuze mee. Tot slot, de heer Van Kesteren zegt dat het minimumloon fors wordt verhoogd. Per 1 januari is het 10%. Alom wordt gevierd dat het een forse verhoging is. Maar het is wel een nominale verhoging van 10%. We hebben nu te maken met een ongekende inflatie. Is de heer Van Kesteren het met mij eens dat dit eigenlijk nog onvoldoende is en dat je nog sneller meer stappen zou moeten zetten, omdat je inderdaad, zoals de heer Van Kesteren ook zegt, met de verhoging van het minimumloon het hele loongebouw omhoogtrekt en op dat punt dan effectief bezig bent?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik ben het daarmee eens. De inflatie verkleurt het beeld natuurlijk, maar dat geldt over de hele linie. Mijn pleidooi is dat het kabinet met de sociale partners fundamenteel in gesprek gaat over de werking van de belastingen op de arbeidsmarkt. Dat zal moeten gebeuren. Ik denk ook dat we het beginsel moeten hanteren dat mensen genoeg moeten verdienen om van te leven. Dat zijn we wel een beetje kwijtgeraakt. We zijn gaan compenseren voor allerlei zaken die ons vandaag de dag, via toeslagen et cetera, in de problemen brengen. We hebben een krappe arbeidsmarkt. We moeten onze economie vernieuwen. Daar ga ik zo meteen nog verder op in. We lopen nu vast op een heleboel terreinen. Daar moet verandering in komen. Daarvoor zijn moeilijke keuzes nodig, maar we moeten wel die keuzes gaan maken. We moeten niet blijven hangen in de manier van denken die ons op dit punt gebracht heeft, want we lopen gewoon vast. Kijk naar de stikstofproblematiek. Dat is een onontwarbare kluwen geworden. Zo zijn er meer terreinen waarop we niet ontkomen aan heel harde keuzes.

De heer Backer i (D66):

Misschien ben ik prematuur en gaat u er nog over spreken. Afgelopen zaterdag zat er een bijlage bij Het Financieele Dagblad en daarin ging het over het Akkoord van Wassenaar. Ik moest onweerstaanbaar aan uw bijdrage van vandaag denken. Ik dacht: daar gaat de heer Van Kesteren het vast over hebben. De kop was "hogere lonen en langer werken". Dat is eigenlijk een soort omgekeerd Akkoord van Wassenaar, want dat hield loonmatiging in. Hoe ziet de heer Van Kesteren dat?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik ben het daarmee eens. Ik vind al jaren dat er een herziening moet komen op het gebied van de sociale politiek. Sinds Wassenaar volgen wij de lijn van de loonmatiging. Het was het recept dat toen dringend noodzakelijk was, gegeven de economische omstandigheden en de structuur van de economie. Vandaag leven we in een andere wereld. Ik denk dat het inderdaad nodig is om de manier waarop we tegen de loonontwikkeling aankijken te vernieuwen. Maar daar hoort ook een belastingbeleid bij dat de zaak begeleidt. Daar had ik het net over. Ik denk dat een kind kan zien dat je niet verder kan met deze manier van organisatie van de arbeidsmarkt.

De heer Backer (D66):

Als een kind dit kan zien, dan kan staatssecretaris Van Rij het ongetwijfeld ook zien.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik denk dat het een spot-on betoog is van de heer Van Kesteren, die vanuit de coalitie tot nu toe als enige de moed heeft om te benoemen waar de schoen wringt, namelijk dat dit belastingstelsel volledig achterhaald is voor de huidige tijd.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Otten (Fractie-Otten):

Mijn vraag is wat de belangrijkste wijzigingen zijn die in het belastingstelsel op korte termijn zouden moeten worden uitgevoerd om het probleem aan te pakken dat de heer Van Kesteren heel goed onderkent, namelijk dat we op een punt zitten dat er wat moet gebeuren. Wát moet er gebeuren? Een veel hoger belastingvrij bedrag? Een soort basisinkomen waar je voor moet werken? Dat is een oplossing waar wij veel aan zitten te denken. Is dat ook de oplossingsrichting van de heer Van Kesteren en van het CDA?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik moet u bekennen dat ik op dit moment niet echt veel concrete oplossingen zou kunnen aandragen. Ik vind het mateloos ingewikkeld om hier de juiste weg in aan te geven. Dat moet ik u eerlijk bekennen. Maar ik constateer dat ons belastingstelsel, net als een aantal andere structuren die we hebben gemaakt, vastloopt. Aan het voorstel dat u noemt, heb ik ook weleens gedacht. Het klinkt natuurlijk een beetje als iets wat niet goed bij onze cultuur past, maar het is wel een manier om een probleem eens een keer echt op te lossen. Ook in het kader van VNO-NCW, waar ik vroeger gewerkt heb, hebben we daarover gedacht. Het stuit vaak af op de gedachte dat het niet klopt dat je geld krijgt en niet werkt. Maar daar moet je denk ik op een gegeven moment de voor- en nadelen heel duidelijk van op een rij zetten.

De voorzitter:

Ter afronding, meneer Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Maar ook ter verduidelijking. Ik zei: een basisinkomen waar je voor moet werken. Als je werkt, moet in ieder geval de eerste €15.000 of iets dergelijks belastingvrij zijn. Dat blijkt in andere landen heel goed te werken. Dat maakt ook die toeslagen overbodig. Dat lost heel veel problemen op en dan wordt het heel transparant. Mijn vraag is heel concreet. De voorzitter, de heer Essers, weet volgens mij ook het een en ander over deze materie, dus in het CDA is deze kennis breed aanwezig. Wanneer kunnen we concrete voorstellen op dit vlak verwachten? Wij kijken daar reikhalzend naar uit.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik denk dat we daarover in gesprek moeten, meneer Otten.

De voorzitter:

Er komt ook nog een debat over het Belastingplan, dus weest u gerust. Vervolgt u uw betoog.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Een derde vraag die wij ons moeten stellen, is hoe onze economie moet worden aangepast aan de veranderende geopolitieke omstandigheden. De gedachte dat wederzijdse economische betrekkingen automatisch leiden tot vrede en voorspoed is aan het wankelen gebracht door wat er in Oekraïne gebeurt. Als de leiders van een land de welvaart van hun burgers ondergeschikt maken aan een daarmee in strijd zijnde politiek, dan hapert het model van wereldwijde handel. Het aantal autoritaire regimes dat deze koers vaart, neemt toe. Dat betekent dat Nederland in Europees verband zich meer zelfstandig, autarkisch moet inrichten. De vraag moet worden gesteld in welke sectoren wij niet afhankelijk willen en kunnen zijn van anderen.

Een laatste grote vraag die qua inrichting van de economie op tafel ligt, is hoe wij omgaan met klimaatverandering. Dat is een enorm veelomvattend vraagstuk waarvan ik vandaag één aspect met name wil noemen, namelijk de te verwachten stijging van de zeespiegel. Dat doe ik omdat we, als het gaat om koopkracht, de burgers bestaanszekerheid willen bieden. Hier gaat het om de ultieme bestaanszekerheid, en die blijft in de klimaatdiscussie relatief onderbelicht.

Hoe gaan wij Nederland beschermen? De CDA-fractie is van mening dat de regering een duidelijke strategie moet voeren op grond waarvan de burgers vertrouwen in de toekomst kunnen hebben. Al die mensen die een woning kopen of gaan kopen in laaggelegen gebieden, moeten erop kunnen vertrouwen dat dit een duurzaam bezit is, ook bij verdergaande scenario's inzake de zeespiegelstijging. Dit is een essentieel punt voor dit kabinet en volgende kabinetten. Het gaat om de ultieme bestaanszekerheid. Liggen hier geen mogelijkheden voor vernieuwende, verreikende investeringen? Het aanleggen van eilanden voor de kust zou als waterkering de veiligheid dienen en mogelijkheden bieden voor economische activiteiten waar nu geen ruimte meer voor is. De investeringen die dit vraagt, kosten heel veel geld, maar Nederland is een rijk land en de kost gaat voor de baat uit. Er wordt nu 100 miljard bestemd voor allerlei fondsen. Is dit niet het moment om die nog eens tegen het licht te houden?

De Nederlandse economie moet vernieuwd worden. Een samenhangend antwoord op de diverse vragen is daarvoor nodig. Doen we dit niet, dan zal onze economie achteruitgaan. Dat zal leiden tot bedrijfssluitingen en meer werkloosheid, een tekort aan geld bij de overheid en het achteruitgaan van collectieve voorzieningen zoals onderwijs, zorg, defensie en een leefbare omgeving. Dan zou er een einde komen aan de diepe zakken. Het is volgens de CDA-fractie nodig dat die verreikende visie er komt. Mag ik hierop een reactie van het kabinet?

Naast de langere termijn wil ik ook pleiten voor een beter ondernemingsbeleid op de korte termijn. Het is mijn indruk dat sinds een aantal jaren ondernemingen zich niet meer mogen verheugen in de gunst van veel politieke partijen. De laatste jaren zijn Unilever, Shell en in feite ook DSM met hun hoofdkantoren uit Nederland vertrokken. Het lijkt wel alsof het niemand wat kan schelen. Onze economie is gebouwd op de samenhang tussen grote en kleine bedrijven. Zij hebben elkaar nodig. Het verdwijnen van grote bedrijven is op den duur slecht voor Nederland. Recent bleek uit onderzoek in opdracht van de Universiteit van Amsterdam dat 20% van de ondernemingen overweegt om uit Nederland te vertrekken. Dit zegt wat over het verslechterde ondernemingsklimaat. Ik zie dit als een noodsignaal en hoor graag wat het kabinet hieraan denkt te doen.

Dit betreft ook een fiscaal aspect. Ondernemingen willen in fiscaal opzicht vooral zekerheid. Ik heb begrip voor de smalle marges waarbinnen de bewindslieden moeten opereren. Met alle waardering en respect die ik voor hen heb, met name als het gaat om het innemen van een meer coöperatieve positie in Europa en het ontwarren van de gordiaanse knoop van box 3, wil ik toch de vraag stellen of het nu zo verstandig is de 30%-regeling in te perken, het Vpb-tarief van het mkb te verhogen en de zelfstandigenaftrek versneld af te bouwen. Dit helpt de economie niet.

De heer Schalk i (SGP):

De heer Van Kesteren heeft een goed opgebouwd betoog voor de lange termijn. Hij geeft aan dat we nog eens naar die fondsen van 100 miljard moeten kijken. Daarna geeft hij ook een analyse van de korte termijn, die eigenlijk vraagt om eenzelfde blik op die 100 miljard. Zou de heer Van Kesteren het met mijn fractie eens zijn dat we dat niet alleen voor de langere termijn moeten heroverwegen maar ook voor de kortere termijn, met name om het bedrijfsleven op dit moment op orde te houden?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Er is in het verleden veel met fondsen gewerkt om bepaalde economische doelen te bereiken. De meeste van die fondsen zijn gesneuveld doordat er op een gegeven moment geld nodig was om problemen op te lossen. Dan werd dat uit die fondsen gehaald en op een gegeven moment sterven die dan een zachte dood. Als ik u goed begrijp, doet u een dergelijke suggestie. U zegt: we zien ons ondernemingsklimaat achteruitgaan; laten we meer geld uit die fondsen halen en het daarnaartoe sluizen. Ik heb daar enerzijds sympathie voor, omdat ik de problemen die ik benoem ook graag opgelost wil zien. Aan de andere kant zou ik er ook voor willen waken om al te opportunistisch te zijn. We hebben die fondsen met ons volle verstand in het leven geroepen. Een aantal van u, en niet de minsten, hebben daarvan van begin af aan gezegd dat het de verkeerde route was. Zover ben ik niet. Ik zie zeer goede kanten aan die fondsen, omdat ze goede doelen nastreven, en dan bedoel ik goede doelen in economisch opzicht.

Wel zou ik willen bepleiten wat ik net aanduidde, namelijk om toch nog eens naar het totaal daarvan te kijken en zich af te vragen of dat niet te veel is. Ik ben ook geschrokken van die 100 miljard als optelsom van wat er nu allemaal is opgepot. Ik ben het met de heer Van Ballekom eens dat dit geen geld is wat we ergens hebben liggen. Het is als het ware gereserveerd. Het moet eerst nog geleend worden en dan besteed worden aan bepaalde zaken. Maar omdat ik denk dat we bijvoorbeeld op het gebied van de kustverdediging grote investeringen zouden kunnen doen, zou ik daar wel een uitzondering voor willen maken, om te kijken of die fondsen daarvoor wat zouden kunnen betekenen, of we daarvoor wat uit die fondsen zouden kunnen halen.

Ik ben er minder enthousiast over om dat heel erg ad hoc te doen. Het doel dat u aanstipt, is mij zeer aangelegen, maar je kunt natuurlijk een eindeloze reeks van dingen noemen en dan haal je die fondsen leeg zonder dat met een bepaalde visie te doen.

De heer Schalk (SGP):

Dank voor de toelichting door de heer Van Kesteren. Ik zie niet zozeer een tegenstelling tussen zijn en mijn visie. Alleen constateer ik dat de heer Van Kesteren en het CDA dus een sprong voorwaarts maken door te zeggen: laten we naar die fondsen kijken op de wat langere termijn. Mijn oproep zou zijn: laat dat niet alleen voor de langere termijn gelden, maar ook voor de kortere termijn, met name omdat we moeten voorkomen dat we op de korte termijn zo uitgehold worden dat je op de lange termijn alleen maar duurder uit bent of een fonds nog verder leeg zou moeten halen. Laten we dat in samenhang bezien, zou mijn oproep zijn.

De voorzitter:

Dan de heer Backer.

De heer Backer (D66):

Ik hoorde zoals altijd genuanceerde antwoorden van de heer Van Kesteren, maar we hebben ook wel ervaring met het FES. Op een gegeven moment wordt het een grabbelton. Ik hoop niet dat wat u zei een opening was naar de grabbelton.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Nee, nee. Ik bedoelde precies wat u zegt. Dat FES heb ik zelf meegemaakt en dat is geplunderd voor van alles en nog wat. Op een gegeven moment was het weg. Daar waarschuw ik voor. Dat moeten we niet doen. Maar tegelijkertijd zou ik, gegeven de enorme hoeveelheid geld die we daar in de lucht hebben gehangen, ervoor pleiten om toch nog eens na te denken over wat nu echt verstandig is om te doen.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

De compensatie voor de gestegen energielasten is een goede zaak. Ik heb begrip voor het feit dat het kabinetsbeleid in fases tot stand komt. Het kabinet werkt onder zeer moeilijke en voortdurend wijzigende omstandigheden. Het is niet ideaal dat de compensatie van twee keer €190 ook terechtkomt bij mensen die het strikt genomen niet nodig hebben. Maar de uitvoering van dit soort dingen is nu eenmaal mateloos ingewikkeld. Er zijn ook veel verwarrende beelden. Op 18 oktober heeft het CBS een rapport uitgebracht met de conclusie dat het minimumloon te laag is om van te kunnen leven. De dag daarna brengt hetzelfde CBS een rapport uit waaruit blijkt dat de spaartegoeden nog nooit zo hoog geweest zijn, ook bij mensen met een uitkering en een minimuminkomen. Hetzelfde CBS presenteert maandenlang te hoge inflatiecijfers omdat het uitgaat van de energierekening die mensen krijgen als hun contract afloopt. Dat is een heel vertekend beeld, omdat veel mensen nog onder oude contracten kunnen voortgaan. Het heeft maanden geduurd voordat dit gecorrigeerd werd en in de tussentijd schiet de maatschappelijke emotie over de inflatie omhoog.

Voorzitter. Economie is ook psychologie. Het CBS noemde voor de afgelopen maanden inflatiecijfers van 12% tot 14%. In werkelijkheid lagen die tussen de 7,5% en de 9%. Inmiddels is het kwaad geschied en hebben de vakbonden hun looneis op 14% gebaseerd. Niemand weet of we in een recessie zullen komen, maar als er één ding is dat een recessie dichterbij brengt, is dat een loon-prijsspiraal.

De heer Van Strien i (PVV):

Nog maar een paar jaar geleden is het CBS van een onafhankelijke organisatie veranderd in een organisatie onder het ministerie. Ik geloof dat alleen de PVV daartegen heeft gestemd. Nu zien we daar de gevolgen van, want een belangrijke oorzaak van de inflatie is de stijging van de energieprijzen. De aarzeling van het CBS om de inflatie op 17% te houden, komt doordat er zo veel langetermijncontracten zouden zijn, maar vorige week las ik in de krant dat aan het eind van deze maand nog maar 10% van de contracten bij energiebedrijven langetermijncontracten zullen zijn. Dat betekent dus dat de redenen van het CBS om die inflatie naar beneden te drukken, onzinredenen zijn. Dat zijn politieke redenen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Van Strien (PVV):

Mijn vraag is of de heer Van Kesteren dat met mij eens is. We zitten dus niet op 12% of 9%, maar we zitten op 17%.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik ben het niet met u eens omdat dat de suggestie wekt dat het CBS een soort politiek gestuurd instituut zou zijn. Ik acht de betrokkenen te hoog om dat te kunnen geloven.

De heer Van Strien (PVV):

Ook als het niet politiek gestuurd is, blijft mijn vraag nog steeds: bent u het eens met het feit dat het CBS de inflatie veel te laag inschat?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Ik heb zojuist betoogd dat het CBS die te hoog heeft ingeschat.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Strien (PVV):

Dan is mijn conclusie dat het CBS inmiddels inderdaad een politiek gestuurd instrument is.

De heer Van der Linden i (Fractie-Nanninga):

Ik heb een vraag aan de heer Van Kesteren. Vorig jaar, tijdens de behandeling van het Belastingplan — dat was in een demissionaire periode met een andere staatssecretaris — is er een motie ingediend voor brede samenwerking tussen het kabinet, het parlement en andere instituties, positief ingestoken, om te komen tot een radicale vereenvoudiging van ons belastingen- en toeslagenstelsel, met onder andere voldoende aandacht voor aanvaardbare marginale druk. Toen heeft het CDA daartegen gestemd, maar nu hoor ik de heer Van Kesteren eigenlijk precies dat bepleiten. Wat is er in het afgelopen jaar gebeurd?

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Er is heel veel gebeurd; dat weet u ook. Ik herinner me niet dat wij tegen die motie hebben gestemd, althans ik ken de redenen niet meer waarom we dat hebben gedaan, maar ik ben zeker bereid om dat op dit moment nog eens te heroverwegen.

De heer Van der Linden (Fractie-Nanninga):

Dat komt goed uit, want uw staatssecretaris heeft een brief gestuurd waarin hij daar ook positief op reageert. Ik denk dus dat we daarover wel tot elkaar kunnen komen.

De heer Niek Jan van Kesteren (CDA):

Oké, dat is mooi.

Voorzitter. Ik kom aan het einde van mijn betoog. Ik had nog een vraag over de inflatiecijfers: had dit niet anders gekund? Wij steunen in grote lijnen het kabinetsbeleid. Wij roepen op tot een vernieuwing van onze economie en wij zien uit naar de komende gedachtewisseling.

Dank u wel.

De voorzitter:

Hartelijk dank, meneer Van Kesteren. Dan geef ik nu het woord aan de heer Crone, van de Partij van de Arbeid.