Tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers: debat samengevat



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 26 september over een tijdelijke wet die schoolbesturen in staat stelt om ook bij een grote toestroom van nieuwkomers voldoende onderwijsplekken te verzorgen zodat zij onmiddellijk worden opgenomen binnen het bestaande onderwijs. Het was de bedoeling om direct na afloop van het debat over het wetsvoorstel te stemmen. Dat gebeurde echter niet omdat de PVV-fractie om een hoofdelijke stemming vroeg. Daarom wordt volgende week, dinsdag 3 oktober, over het wetsvoorstel gestemd.

Tijdens het debat bleek dat de context van het onderwijs aan nieuwkomers van groot belang is voor de afweging die fracties maken. Aan de ene kant heeft het onderwijs in Nederland te maken met een lerarentekort, waardoor de fracties zich afvragen of het wetsvoorstel wel uitvoerbaar is. Aan de andere kant zorgt de inrichting van het asiel- en migratiesysteem dat de ene fractie pleit voor een migratiestop en de andere fractie voor een zo kort mogelijke noodvoorziening de tijdelijkheid die de regering nastreeft met dit voorstel ook belemmeringen opwerpt voor het onderwijs in het algemeen en onderwijs aan nieuwkomers in het bijzonder. Voor bijna alle fracties staat het recht op onderwijs, zoals dat is opgenomen in het Kinderrechtenverdrag, voorop.


Motie

Er is één motie ingediend.

De motie-Van Meenen c.s. verzoekt de regering voor het eind van 2023 te komen tot een herziene inrichting van de asielprocedure en de asielketen, die het aantal gedwongen verplaatsingen van kinderen tot maximaal 1 reduceert. In afwachting van de reactie van staatssecretaris Van den Burg (Asiel en Migratie) is de motie aangehouden.


Over het wetsvoorstel

Sinds februari 2022 heeft de toestroom van nieuwkomers een grote vlucht genomen. Dat heeft er onder andere toe geleid dat inmiddels bijna 20.000 jongeren uit Oekraïne een plek hebben gekregen in het onderwijs, bovenop de bestaande groep van nieuwkomers. Naar verwachting zal de toestroom van nieuwkomers verder toenemen. Het doel van deze tijdelijke wet is te zorgen dat er in Nederland voor alle leerplichtige jongeren voldoende onderwijsplekken zijn.

Het wetsvoorstel bevat twee typen maatregelen die ervoor moeten zorgen dat er in Nederland voor alle leerplichtige jongeren voldoende onderwijsplekken zijn: ten eerste een overlegplicht voor schoolbesturen om onder regie van het gemeentebestuur samen het onderwijsaanbod voor nieuwkomers te organiseren, en ten tweede regels die het mogelijk maken om in geval van nood tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in te richten.


Impressie van het debat

BBB: Zorgen om uitvoerbaarheid

Senator Walenkamp (BBB) hield zijn maidenspeech. Hij maakte zich zorgen om de uitvoerbaarheid van de wet. Ook wees hij op andere ontwikkelingen in het onderwijs. Zo staan de vakken die te maken hebben met wereldoriëntatie onder druk. Hij vroeg of de minister het eens is met de BBB dat wereldoriëntatie van belang is voor zowel moedertaalsprekers als nieuwkomers. Ook wilde hij weten of zij bereid is mogelijkheden tot steun voor toetsing op wereldoriëntatie te leveren nu de Cito-doorstroomtoets hier niet langer op toetst. De uitvoering wordt ook bemoeilijkt door het lerarentekort, betoogde Walenkamp. Hij vroeg of de minister het met de BBB eens is dat leraren beter betaald zouden moeten worden, betere arbeidsvoorwaarden zouden moeten krijgen en dat er veel meer werk gemaakt moet worden om die docenten met spoed woningen te verstrekken.

D66: Ieder kind heeft recht op onderwijs

Senator Van Meenen (D66) sprak mede namens de fracties van GroenLinks-PvdA en Volt. Hij zei dat het voor alle kinderen van belang is dat zij onderwijs krijgen. Dit recht van kinderen is onvervreemdbaar. De overheid moet verantwoordelijkheid nemen wanneer kinderen geen onderwijs krijgen, aldus Van Meenen. Hij wees op het streven van de regering naar het bieden van stabiliteit. Kinderen zijn gebaat bij goed onderwijs en het is de bedoeling dat kinderen zo kort mogelijk in nieuwkomersvoorziening zitten, maximaal twee jaar. Van Meenen vroeg of de minister denkt dat dit haalbaar is met het huidige lerarentekort. Voor D66 is het belangrijk dat kinderen niet te vaak van school moeten wisselen. Houdt de minister daar toezicht op, vroeg Van Meenen. Hij wilde een toezegging van de minister om dit tot een absoluut minimum te beperken.

PVV: Voorstel is onuitvoerbaar

Volgens senator Van Strien (PVV) komen de bevolkingsprognoses van het CBS van de afgelopen dertig jaar niet in de buurt van de realiteit. De instroom van migranten heeft grote gevolgen voor het onderwijs. Klassen worden groter in plaats van kleiner, of klassen krijgen maar vier dagen les vanwege het lerarentekort, zei Van Strien. Ook wees hij erop dat de beheersing van wiskunde en Nederlands daalt. Voor het begin van 2024 worden nog weer 12.000 extra nieuwkomers verwacht, bovenop de 55.000 die er nu al zijn. Volgens de PVV voldoet het voorstel niet aan de toets van de uitvoerbaarheid vanwege het ongekende tekort aan leraren en faciliteiten. Ook had Van Strien zorgen over de kwaliteit van de wet die volgens hem alleen al uit de naam blijkt door twee keer het woord 'tijdelijk' te gebruiken. Tot slot, vroeg hij de minister waarom dit wetsvoorstel met spoed door het parlement moet.

SGP: Grondwettelijk bezwaar weegt zwaar

Voor senator Schalk (SGP) tellen de bezwaren van de Raad van State zwaar. Die heeft gewezen op de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling tussen overheden. Volgens Schalk spreekt wantrouwen uit de in de wet voorgestelde dwingende aanwijzing inclusief de sanctionerende maatregelen. Het steekt de SGP dat de regering in het extreme geval dat het in een gemeente niet lukt om alle nieuwkomers meteen onderwijs te bieden, met dit middel komt voor in de gereedschapskist. Hoe kijkt de minister aan tegen het feit dat de aanwijzingsbevoegdheid van de regering grondwettelijk bezien in feite beperkt moet blijven tot de sfeer van het openbaar onderwijs, vroeg Schalk. De SGP vindt eerbiediging van de Grondwet van groter belang dan het comfort van de minister, besloot hij.

SP: Wet moet tijdelijk blijven

Senator Van Apeldoorn (SP) vroeg de minister of bekend is hoe het gaat met de 5.000 kinderen die op dit moment noodgedwongen thuiszitten omdat er voor hen geen plek is in het nieuwkomersonderwijs. De SP steunt het voorstel, maar benadrukte in het debat wel de tijdelijkheid ervan. Kinderen moeten zo snel mogelijk doorstromen naar het regulier onderwijs, zei Van Apeldoorn. Hij riep de regering op in deze context ook te kijken hoe er grip kan komen op migratie. Hij vroeg in welke mate de minister verwacht dat er sprake is van inzet van onbevoegd personeel, en in welke verhouding die staat tot bevoegd personeel. Niet alle leerlingen met recht op onderwijs worden hiermee gelijk behandeld, aldus Van Apeldoorn. Hij vroeg verder of de maximum termijn van twee jaar niet korter kan. Het voorstel blijft een noodgreep in afwachting van een betere oplossing, zei hij tot besluit.

Minister: Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan

Volgens minister Paul voor Primair en Voortgezet Onderwijs biedt het wetsvoorstel meer juridische ruimte om het onderwijs te kunnen organiseren. Ze erkende dat meer flexibiliteit aan de kwaliteit raakt. Twee uitgangspunten strijden hier om voorrang: het belang dat kinderen überhaupt naar school kunnen en het belang dat kinderen een volwaardig onderwijsprogramma krijgen. Met dit wetsvoorstel zoeken we naar een oplossing om te voldoen aan het recht van nieuwkomerskinderen om naar school te gaan, aldus Paul. Ze volgt daarbij het adagium 'Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan'.

De minister vindt het belangrijk gemeenten en scholen een kader te bieden, omdat ze hen anders opzadelt met onmogelijke keuzes. Door de jaarlijkse overlegplicht zullen gemeenten en schoolbesturen elkaar makkelijk kunnen vinden, zei Paul. Ze zegde toe de tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen alleen in te zetten als het echt niet anders kan. Die weging zal ze per geval maken. Alles afwegend is dit wetsvoorstel volgens de minister de beste weg voorwaarts. Ze beschouwt de wet als een noodinstrument dat zo min mogelijk en zo en zo kort mogelijk moet worden ingezet.



Deel dit item: