Plenair Dittrich bij voortzetting behandeling Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum



Verslag van de vergadering van 3 oktober 2023 (2023/2024 nr. 02)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 19.09 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dittrich i (D66):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de collega's die hun maidenspeech hebben gehouden, dus mevrouw Roovers, mevrouw Van Bijsterveld, de heer Hartog, de heer Van den Oetelaar en mevrouw Lagas, van harte feliciteren. Dit is echt een fantastisch onderwerp om een maidenspeech over te houden. Ik vond dat ze het ook erg goed hebben gedaan. Ik kijk dus uit naar verdere samenwerking in deze Kamer, zo zeg ik namens de fractie van D66.

En uiteraard hebben mevrouw Marijnissen en mevrouw Temmink een heel gloedvol betoog gehouden, vol passie. U zat ook heel goed in de materie. De vragen die ik in mijn eerste termijn heb gesteld, zijn dus goed beantwoord. Dat geldt ook voor de minister, die als adviseur van de kant van de regering vragen heeft beantwoord. Dat was ook allemaal prima wat mij betreft.

Dan rest mij één vraag over wat mij nog niet helemaal duidelijk is en die wil ik nu in tweede termijn stellen. Die gaat over de provinciale referenda, gemeentelijke referenda en waterschapsreferenda. Hoe verhouden die zich tot nationale besluiten? Ik wil als voorbeeld nemen de spreidingswet. Stel dat de spreidingswet er is en nationaal wordt gezegd, tegen gemeentes bijvoorbeeld: hier moet een asielzoekerscentrum komen. Als de gemeente dat dan ook zelf gaat besluiten, kan dan op lokaal niveau een referendum worden aangevraagd over zo'n gemeentelijk besluit, als dat in zou druisen tegen een landelijke richtlijn of een opdracht vanuit nationaal verband? Dit is gewoon een vraag om te kijken hoe we daarin staan. Ik denk dat het ook voor een heleboel mensen in Nederland van belang is om dat te weten, dus daar hoor ik graag een antwoord op.

Verder zou ik willen zeggen dat de uitvoeringswet natuurlijk wel heel belangrijk wordt, en de dingen die daarin geregeld worden. Maar ik zie die discussie, zeker omdat die langs de lijnen van de commissie-Remkes gaat, met vertrouwen tegemoet.

Daarom kom ik tot mijn conclusie, mijnheer de voorzitter, dat de fractie van D66 voor dit wetsvoorstel zal stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dittrich. Dan is het woord aan de heer Talsma namens de ChristenUnie.